Posts tonen met het label theologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label theologie. Alle posts tonen

dinsdag 16 december 2014

Op onderzoek in missionair London

Vier dagen waren we in Londen en doorkruisten de stad met underground en bus om geïnspireerd te worden door allerlei verrassende vormen van kerk-zijn. Verrassend was vooral de variatie. Hoe op elke plek op een eigen manier ingespeeld wordt op de context, hoe relaties gelegd worden en vormen gezocht. Een greep uit de ervaringen....


Relaties bouwen - Christ Church in Newham
Ver uit het toeristische centrum van de stad is deze kerk te vinden. In een buurt waar veel bewoners weggetrokken zijn, degenen die achterbleven met teveel in krappe huizen wonen en wie geld heeft voor hoge huren in door project ontwikkelaars gebouwde nieuwe panden woont.
Daar wordt veel geïnvesteerd in het bouwen van relaties. Er is een voedselbank, de kerken in de wijk bieden om en om onderdak aan daklozen. En er is een pop-up café (www.Kahaila.com) als laagdrempelige kerk-plek omdat er in het nieuwste deel van het stadsdeel nog geen kerk is.

Een 'fresh expression' willen ze eigenlijk niet zijn. Dat is teveel een merk met bepaalde voorwaarden. in Newham zijn ze niet per se bezig met 'nieuwe vormen van kerk'  maar gewoon met het herontdekken van oude vormen ervan.

De kerken in dit stadsdeel praktiseren 'the art of neighbouring';is het in een stad - waar zoveel nood zich verzamelt - gemakkelijker om de handen uit de mouwen te steken en een goede buur te zijn? Ligt het daar voor je voeten terwijl je er in een dorp met een lampje naar moet zoeken? Dit laatste was een actuele vraag in een reisgezelschap van predikanten uit dorpen of kleine gemeenten, losgelaten in de grote stad Londen.

Francis Brienen, werkzaam voor de Missionary Desk van de United Reformed Church nam ons mee in de dilemma's van een kleine en nog slinkende kerk die desondanks missionair wil zijn. Het is een kerk met veel predikanten en gebouwen op plekken waar steeds minder mensen zijn. Maar er wordt ook per regio geïnvesteerd in  pioniers zoals Reverend Mike Walsh die de opdracht kreeg om relaties te gaan leggen in de café's. Een treffend citaat van Francis Brienen Those who keep the church open also keep it empty' illustreert het dilemma: waar steek je als kleiner wordende kerk je energie in?

Born to chill - Grace London

Grace is een netwerk dat alternatieve vieringen organiseert. Binnengekomen werden we uitgenodigd om een zitzak te zoeken. Chillend in een kring werden we meegenomen in een aantal ervaringen rond het thema 'Kerst'.
Hoewel we achterover konden hangen was er weinig passiefs aan. We werden verschillende malen in de viering gevraagd om iets te doen. Er was een 'gangmaker' waarbij we uitgenodigd werden om mee te doen met een spel waarbij een pakje werd doorgegeven en uitgepakt. We konden meegaan in een meditatie rond het begin van het evangelie van Marcus. We dachten na over wat ons helpt om echt Kerst te vieren en wat niet en dat opschrijven op kado-labels. Wie wilde kon de kaarsen in het midden aansteken. We leefden ons in in de mensen die het begin van Jezus optreden meemaakten en deelden dat in groepjes.

We waren onder de indruk van deze kleine gemeenschap van creatievelingen. Over elk onderdeel in de 'liturgie' was zorgvuldig nagedacht.
Het gedachteloze consumeren van Kerst werd aan de orde gesteld.

Het lijkt zo envoudig, en in Nederland organiseren 'wij' (de kerken) natuurlijk ook 'alternatieve vieringen'. Maar bestaan ze toch niet vooral uit eenrichtings verkeer waarbij een spreker frontaal voor een groep staat?


Vroom en vrolijk Anglicaans - St James in Piccadilly

Zondagmorgen zaten we in een kerk middenin het toeristische centrum waar de stadsgeluiden van verkeer steeds op de achtergrond te horen waren.
De Anglicaanse viering ontroerde ons door de combinatie van zorgvuldige liturgie en informele, hartelijke sfeer.
Na de binnenkomst van voorgangers in processie klonk in het openingswoord dat het niet alleen derde Advent was maar ook Toysunday. Het enorme pluche luipaard en de stapel speelgoed voor het altaar was ons al opgevallen en werd die zondag ingezameld.
De vormen ontroerden ons. De lezing uit het Evangelie die in het middenpad, middenin de kerk gedaan werd. De viering van de Eucharistie waarbij iedereen in een kring om het altaar ging staan. De zegen waarbij we gevraagd werden een keten te vormen door elkaar vast te pakken. En de preek van Reverend Lucy Winkett ontroerde ons zeer door de manier waarop ze vertelde over wat haar persoonlijk geraakt had.

We mochten haar ontmoeten in een gesprek na de dienst. Ze vertelde over haar missie om in een kerk waar protest tegen de gevestigde orde en verwantschap met New Age het karakter bepaalden weer terug te gaan naar 'de orthodoxie'. Op een radicaal inclusieve manier.
Ze vertelde over de viering waarin een homo stel gezegend werd. Niet letterlijk door haar als voorganger - want dat laten de regels van de kerk niet toe. Maar ze werden wel degelijk gezegend! 'Our job is to be deeply joyful' vertelde ze ons. En om te 'dansen met de regels' in plaats van er de nadruk op te leggen.

Ze vertelde ons over haar godsbeeld, over God die 'completely beyond language' is, wat betekent dat we juist heel veel verschillende manieren moeten zoeken om God te beschrijven. "We have to stand on our toes.."
En dan waren er ook nog de daklozen die tussen de kerkgangers in de rijen voor de koffie en taart en een extra stukje in een servetje meenamen. Sommigen lagen later in de banken te slapen. Ze slapen in de kerk (en niet in een zaaltje erbij, omdat ze in de heilige ruimte horen.
En er was de Pipo caravan 'for counselling' in de tuin van de kerk. Ook al zo'n mooi voorbeeld van toegankelijkheid. Er was de lgtb lunch na de dienst. En deze Mission Statement says it all..

Terwijl we verder reisden naar een volgende bestemming bedacht ik me, dat ik graag een poosje leerling zou zijn in deze kerk. Om me onder te dompelen in de combinatie van zorgvuldige liturgie en warm engagement; een cominbatie van informeel en formeel met gevoel voor kwaliteit en een vleug zelfrelativering. In het geheel is steeds de opdracht om 'deeply joyful' te zijn voelbaar.
Ook de combinatie van inclusiviteit en orthodoxie die door Reverend Lucy Winkett gepraktiseerd zou ik graag in-oefenen. In onze pioniersplek zijn we gericht op inclusiviteit en twijfelen steeds of een helder en uitgesproken geloofsstandpunt (of keus voor de kerk) niet allerlei allergieën en weerstanden zal oproepen bij degenen met wie we een relatie willen opbouwen. Is het vooral een weerstand in onszelf? Kunnen we in de context ontdekken hoe we met die weerstand om kunnen gaan en tegelijk duidelijk zijn?


Gevestigd maar fris - St. James Clerkenwell

Reverend Andrew Baughen, pastor van deze kerk nam ons mee in de ontwikkeling die deze kerk in de 18 jaar dat hij er werkt heeft doorgemaakt. Het begon met een 'reboot' waarbij de oude kerk die bijna leeg was opnieuw begon.
Ze kozen eerst voor een doelgroepen-aanpak: een creatieve bijeenkomst voor gezinnen, een klassieke viering voor de middenklasse en een café achtige ontmoeting voor de hipsters. Maar langzamerhand raakte hij overtuigd dat een kerk heterogeen zou moeten zijn. Hij gebruikt goed bekeken tv programma's als voorbeeld: die zijn ook niet op één doelgroep gericht maar juist gemaakt voor allerlei leeftijdsgroepen en culturele achtergronden.
Er kwam weer één viering waarin allerlei vormen worden gecombineerd. Er is interactie, er worden filmpjes gebruikt in de liturgie. Het zou 'blended liturgy' kunnen heten wellicht?
De tegenstelling tussen 'fresh expressions' (pioniersplekken) en 'gevestigde kerken' wil hij graag omver halen. Elke kerk zou 'fresh' moeten zijn. En het hoeft niet buiten het kerkgebouw, in tegendeel. Heel belangrijk was de beweging de wijk in. Het leggen van relaties, het uitdragen van respect en het verminderen van de hobbels die mensen verhinderen om naar de kerk te komen.
Andrew Baughen schreef een boek over zijn aanpak. http://www.becauseapproach.com/.
De website tasteandsee.me is een plek waar mensen digitaal geholpen worden om de hobbels te nemen die hen weerhouden om iets in de kerk te zoeken.
Voor Kerst maakten ze in en met de buurt een prachtig filmpje: http://vimeo.com/114441805

Ik ging weg met de vraag: kan de lokale kerk nog meer naar buiten om relaties te leggen en daarbij mensen ook uit te nodigen voor de kerkdienst? Een viering die relevant is en mensen op verschillende manieren aanspreekt?

En ondertussen was het Kerst in Londen. Velen vergaapten zich aan de etalages van Harrods.



woensdag 28 augustus 2013

in the dark

We zitten op de grond, met een blinddoek om. Hand in hand. Op de blinddoek staat 'The End'. Ikon, de groep die in deze viering (of is het een performance?) tijdens Greenbelt voorgaat heeft ons al een half uur
lang hardhandig geconfronteerd met de vluchtigheid van het leven. We mochten opschrijven wat we wilden nalaten, maar het werd onverbiddelijk door (een speelgoed) toilet gespoeld. De ballon die ons leven voorstelde mochten - of moesten - we lek prikken. Bij de ingang hadden we er onze eigen adem er in geblazen hadden (behalve ik, want dat kan ik niet... maar gelukkig wilde een vriendin mij leven inblazen ;-)). Daarna werd er 'one' op geschreven. Want meer dan één leven hebben we niet.
We zagen beelden van veroudering en verval op de schermen om ons heen. We zongen 'I'll be gone... in a day or two!'
Op een houten kruis is van ballonnen een figuur gehangen. Deze Jezus wordt even onverbiddelijk lek geprikt tijdens onze duisternis.
foto: Peter Schutte
"Houd elkaar's handen vast en vind zo de weg naar de uitgang, want meer er is er niet." Maar niemand maakt een begin en dus gaan de blinddoeken af. En stommelen we ziende naar de uitgang.
Het gesprek is niet snel afgelopen. Is er dan niet meer dan een ander om je aan vast te houden? Is dit alles?
En Jezus.. zou die zijn verdwenen of toch... opgestaan?

Pete Rollins, man achter Ikon, geeft later tijdens het festival wat clues. Het gaat erom dat God in onze gebrokenheid gevonden wordt. Alleen maar spreken over licht (NB 'Er is een land van louter licht') doet God tekort. Het is hard nodig al die mooie beelden te belagen, ze te ontmaskeren.
Dat is Ikon wel gelukt.

Let Us Spray - Prayer wall at Greenbelt Festival 2013

zaterdag 20 juli 2013

kerk zonder muren

Op lange zomeravonden met vakantie in zicht is er tijd om te mijmeren over het seizoen dat bijna voorbij is. “Kerk zonder muren..” die titel zou ik boven het hoofdstuk van de laatste maanden zetten.

De Pinksterviering op de Markt (georganiseerd door de WIjkse kerken) was daarvan het meest in het oog springende voorbeeld. Op die zondagmiddag van eerste Pinksterdag waren er geen muren die afstand schiepen tussen wie binnen en buiten was, tussen wie er wel en niet bij hoorde.
In de buitenlucht op de Markt konden voorbijgangers, terrasbezoekers en toeristen vrijblijvend meeluisteren, op de stoelen plaatsnemen of zelfs meedoen door een gebed naar voren te brengen.

Leden van alle kerken zaten zusterlijk en broederlijk door elkaar heen, en gaven de gekleurde linten door die verbinding verbeeldden. Het was genieten om zo samen te zingen, te luisteren en te bidden.


Nog maar een dag later hielpen vrijwilligers uit verschillende kerken om de deuren van de Cothense kerken gastvrij open te zetten.
Toen bekend werd dat de broertjes Ruben en Julian gevonden waren in onze gemeente was het voor degenen die (via het Beraad van Kerken) al langer bezig waren met de vraag ‘wat is de rol van de kerk bij een crisis’ heel vanzelfsprekend om koffie te
zetten en beschikbaar te zijn.  Mensen konden kaarsjes aansteken en een boodschap
opschrijven, en ze konden even hun verhaal kwijt. De muren van de kerk waren nu een plek waar binnen onoplosbare vragen gesteld konden worden, onder het beschermende dak van Gods liefde. Kerkelijk of niet, afkomstig uit Cothen of Wijk of niet, gelovig of niet, met nieuwe vragen of oud verdriet – de deur stond voor al deze mensen
open en er brandde licht. Binnen de muren van het gebouw vielen de muren weg.. En dit alles gebeurde in goed overleg met de burgemeester. Meer lezen.. 

Een derde ervaring van kerk zonder muren had ik tijdens de Preek van de Leek, in maart en april in het Calypsotheater. Bewust zochten we als organisatie (Henk Kroese, Coby Oppewal, Tom van Ginkel en ondergetekende) het theater uit als plek van handeling, en vroegen we een leek om over haar/ zijn inspiratie te vertellen. We wilden daarmee zichtbaar maken dat geloof leeft op Markt, op de pleintjes en in de straten van
Wijk bij Duurstede, en niet voorbehouden is aan dominees en andere insiders. Een open deur natuurlijk.. maar zijn we ons daar echt van bewust?
Onze tijd vraagt erom dat we -waar we maar zijn - woorden zoeken voor datgene waar we in geloven. Ook buiten de kerkmuren… Degenen die tijdens de Preek van de Leek de preekstoel beklimmen in het Calypsotheater gaan ons daarin voor. Zij geven het goede voorbeeld, en vertellen wat hen inspireert.

ZIN in Wijk bij Duurstede is ook bedoeld als een netwerk waar muren afwezig zijn. Op het internet bestaan muren niet en kan wie dat wil zomaar aansluiten (of weer uitloggen). ZIN is niet alleen een website, dus een virtuele plek waar je inspiratie kunt
ophalen, maar ook een ontmoetingsplek. De kloosterdag van ZIN was daarvan een voorbeeld. God ontmoeten, tot jezelf komen en met anderen in gesprek zijn – dat alles bij elkaar maakte het tot een dag van ontspanning, een dag ‘heilige ruimte’.

Kerk zonder muren… er borrelen al voorzichtig ideeën voor een nieuw seizoen. 

woensdag 10 april 2013

Vuistregels voor vrijwilligersbeleid in de kerk


In de protestantse gemeente Cothen willen we mensen werven met deze vuistregels in hoofd:

* De kerk is van Christus, niet van ons; laat dat ons bevrijden van de druk om het allemaal op onze schouders te nemen
* Kerk zijn we samen; het is een lichaam dat bestaat uit leden met een diversiteit aan talenten
* De kerkenraad is de spil maar niet de top en het draait niet om haar. De kerkenraad houdt het geheel in het oog, stimuleert en geeft richting.

* We doen wat we kunnen en zetten als het moet de tering naar de nering
* We werven mensen voor taken die bij hen passen en willen niet gefixeerd zijn op lege plekken / vacatures
* We denken vanuit mogelijkheden in plaats van tekorten, in vertrouwen op Gods Geest



maandag 4 maart 2013

Preek van de leek


“De Preek van de Leek; verhalen die raken…” zo introduceren we in Wijk bij Duurstede de Waikse (Wijkse, in ABN) variant van het Amsterdamse initiatief.
Bekende bewoners van ons stadje worden uitgenodigd om in het theater te vertellen over hun inspiratie, en daarbij een Bijbeltekst te betrekken. Van Marktplaats haalden we een oude preekstoel, die opgeknapt werd. De (s)preker mag die stoel beklimmen voor de preek.
Maar gaat het hier wel echt over een preek? Een kersverse collega – iets orthodoxer dan ik – vindt van niet. Dit moet je geen preek noemen, zegt hij, op die term moet je zuinig zijn als kerk. Een inmiddels oud-collega vindt het tegendeel (Klaas IJkema) . Een preek moet mensen raken, en dat gebeurde bij de eerste Waikse Preek van de Leek; verstand, gevoel en wil werden geraakt. Dus is het een preek.
Ik zit ergens in het midden. Ik hecht niet zo aan het begrip ‘preek’. Waarschijnlijk omdat het niet mijn grootste hobby is, preken. Het is dat een dominee zonder preek is als een … nou ja, zeg het maar, anders liet ik het graag aan een ander over.
Een preek op zich is niet zoveel, vind ik. En een preekstoel is niet heilig, maar een functioneel ding uit het pre-microfoon-tijdperk. Er gebeurt pas iets als er gesproken wordt binnen een gemeenschap, in een groep mensen die hoop, geloof en liefde met elkaar delen. Te midden van mensen die zich vrienden van Jezus noemen, mensen die samen bidden, zingen en zoeken wordt een preek woord van God.
De preek mag van mij overal. Ik hecht veel meer aan het begrip ‘kerk’ en kerkdienst. Waarbij ik dan weer niet per se aan het uurtje van 10 tot 11 uur op zondagmorgen denk. Maar een kerkdienst voor ongelovigen daar heb ik niet veel mee. Daarom wordt de Waikse preek – wat mij betreft – ook in het theater gehouden en heet het geen kerkdienst. Geloof wordt niet verondersteld. De sprekers zijn niet per se gelovigen. Die moet je dan ook niet in een gebouw en in rituelen stoppen die gebouwd zijn op geloof. Doel is om Bijbelverhalen ‘op straat’ te laten klinken, of in een theater midden op de Markt.
En wat er dan gebeurt, aan geloof, daar kan ik alleen maar op hopen. Afgelopen zondag gebeurde er wel iets..  Was dat dan toch 'kerk'? De grenzen van de kerk zijn in mijn beleving vloeiend, maar tegelijk veronderstelt kerk een keuze, geen vrijblijvendheid. 

Is de Preek van de Leek een preek met appèl, een vorm van kerk-zijn of is dat teveel gevraagd en gezegd? 




zondag 27 januari 2013

toga or no toga..

Tijdens de Geruchtdag van Op Goed Gerucht, vrijdag 25 juni pleitte Jean Jacques Suurmond voor de toga in de kerk, en het dragen van een 'priester'boordje er buiten. Hij pleitte voor het lef om zichtbaar te zijn.. Bettelies Westerbeek die de jonge predikanten van Dominee 2.0 vertegenwoordigde zei: soms getuigt het van meer lef om geen toga aan te trekken.

Een toga is een ambtsgewaad dat door predikanten gedragen wordt. Er zijn geen offficiële regels voor het dragen ervan in de Protestantse kerk Nederland, waardoor er allerlei variaties mogelijk zijn. Zwart zoals de academische toga, wit zoals die van de priester, of iets onbestemds er tussenin; met stola of niet.. het kan allemaal. Ynte de Groot schreef een mooi verhaal over de diverse drachten van predikanten en de geschiedenis ervan.

Toen ik predikant werd had ik het hard nodig, een toga, om genoeg lef bij elkaar te rapen. 
Ik herkende me erg in de woorden van Guillaume van der Graft

Een man ademt woorden
te groot voor zijn stem,

zegent liefde
te wijd voor zijn armen

Het heet kerk, het is

Wie verbeeldt zich het Woord van God te kunnen spreken? De toga was voor mij het symbool van de roeping door de gemeente. Door de gemeente gevraagd durfde ik het wel, door hen de toga om de schouders gelegd, dienstbaar. Ik kreeg bij mijn bevestiging in het ambt van predikant daadwerkelijk de stola omgehangen door een gemeentelid, lid van de kerkenraad.
Bijkomend voordeel was dat het dilemma 'is mijn rok niet te kort, en trek ik geen ladder in mijn panty' zo omzeild kon worden. Teveel of te weinig vrouwelijkheid werd onder de ambts-jurk verborgen en leidde niet af. 
Maar door de jaren heen is er iets veranderd. Een toga aantrekken voelt nu soms als me verstoppen. Wat is 
er veranderd? 

Ik voel me nog steeds geroepen door de gemeente. Maar ik durf steeds meer op de roeping van binnenuit te vertrouwen, de roeping die van God komt. En die roeping heeft zich verbreed. De grenzen van de kerk zijn vloeiender geworden; ik weet niet goed meer wat binnen is en wat buiten. 
Binnen het gebouw en er buiten, tussen betrokken kerkgangers en in gesprek met andere zoekers, overal ben ik predikant. Met alles wat ik ben, want er is steeds minder dat verstopt moet worden. Definitief van mijn voetstuk gevallen door een scheiding (vooral voor mezelf) is het voor iedereen duidelijk dat ik een feilbaar mens ben. 
De toga voelt nu soms te bleek en vormeloos. Het past niet bij mijn verlangen het gewone, dagelijkse, lijfelijke lieve leven te verbinden met de bijbelverhalen. 

Er zijn gebaren die om een toga vragen. Het brood breken, een zegen geven, dopen; daarbij is het God die handelt. Dat kan ik niet in een leuk blousje.
De preekstoel in Cothen heeft een knop waarvan ik me altijd afgevraagd heb waar hij voor diende. Nu weet ik het: ik kan er mijn toga aan ophangen. Een voorzichtige striptease past tenslotte heel goed bij het blootgeven dat aan de orde is op die preekstoel.


maandag 21 januari 2013

Gerrit de Kruijf

Vandaag werd prof. Gerrit de Kruijf begraven vanuit een volle St. Janskerk in Gouda. De kerk waar hij ooit gedoopt werd.
In de liturgie stond een gebed van zijn hand... te mooi om niet te delen.


De perken te buiten

O God
U hebt onze verwondering gewekt
anders waren we niet gebleven
dan waren we misschien wel in de kerk geboren
maar had onze belangstelling zich gaandeweg verplaatst
U gaf ons iets om nooit te vergeten
een wenk die we gevolgd zijn
daar moet het op vastzitten
dat wij in beweging zijn
en ons uitstrekken naar Uw Rijk
maar onderweg worden wij trager vervoerd
en kijken we minder op van uw liefde
we hebben er wel woorden voor
maar die blijven meestal binnen de perken
we herinneren ons wel overstromingen
maar de jaren hebben ons degelijk ingedijkt
gun ons een frisse blik
op teksten, tafel en gebouw
op voorgangers en volgelingen
en gun ons dat we doorheen dat stof
U zien, Vader, Zoon en Geest
alle perken te buiten
Amen 


Gerrit de Kruijf (1952 - 2013)

in memoriam Gerrit de Kruijf in Friesch Dagblad

donderdag 27 september 2012

Anders verder.. de kerkdienst..

In de elf jaar dat ik predikant ben heb ik het kerkbezoek zien veranderen. Er zijn steeds minder gemeenteleden die elke zondag op hun vaste plekje zitten. Ouders met kleine kinderen komen af en toe, en ouders van onwillige tieners vinden het steeds moeilijker om zich tot kerkgang te zetten. Naar de kerk gaan is een keus; je kunt het ook niet doen. Zelfs oudere gemeenteleden nemen de vrijheid om thuis te blijven maar jongere generaties kiezen zeker hun moment.
De zondag als rustdag betekent voor velen dat ze even niets hoeven - ook niet naar de kerk. Sommigen steken liever hun handen uit de mouwen in kerkelijk vrijwilligerswerk, of beleven meer aan het uitwisselen in een gesprekskring dan met het eenrichtingsverkeer van de kerkdienst.
En dan zijn er zovelen voor wie kerkgang totaal uit hun leven verdwenen is.. of er nooit deel van heeft uitgemaakt. De drempel van de kerk op zondagmorgen is voor hen hoog; om hen aan te spreken worden er allerlei toegankelijker activiteiten bedacht. Er is bezinning via virtuele netwerken, er wordt gepreekt door leken op zondagmiddag, er zijn debatten in de kerk, een nacht van de hoop, kunst in de kerk enz.
Maar de zondagmorgen als het moment waarop de gemeente bijeenkomt verliest terrein. Kan de kerk zonder dit centrale moment? Heeft de kerk overlevingskansen als er op allerlei plekken en in diverse samenstellingen ontmoeting plaatsvindt verspreid over de week? Wat gedachten, niet gehinderd door diepgravende studie..

De kerk is een plek waar mensen samen ruimte maken voor de ontmoeting met God. Dat hoeft niet per se op zondagmorgen..of binnen 4 muren. Het gaat erom dat 'het heilige gebeurt' - dat God en mens elkaar raken.
Ik wil het vergelijken met kringen in een vijver. Die kringen kunnen overal ontstaan.. wandelend in je eentje, bij een stevig gesprek rond de tafel, door samen te zingen, in een gesprek van mens tot mens, door het samen delen van een vrolijke maaltijd, tijdens het dansen..
Maar een kerkdienst op zondagmorgen is een plek waar veel kringen bij elkaar komen. Al eeuwenlang wordt er gevierd  op de zondag, de dag van de opstanding. Ook voor niet-gelovigen heeft deze dag een aparte status en wordt gewaardeerd als welkome onderbreking van een 24/7 beschikbaar bestaan. 
De vormen in de kerkdienst zijn niet van vandaag of gisteren, maar hebben oude papieren. De hele mens wordt erin aangesproken: de zintuigen doen mee, het lijf zingt, er klinken verhalen die raken kunnen, er is iets te leren,stilte om tot jezelf te komen en je bent er niet alleen maar samen. Op veel manieren wordt concentratie opgebouwd. Het is geen garantie voor ontmoeting, maar er wordt wel ruimte gemaakt; mensen zitten er samen klaar voor... zal het heilige gebeuren?

Maar het is balanceren op een dun lijntje. De vormen met oude papieren zijn produkt van eeuwen oefening in ruimte maken voor het heilige - in woord en gebaar. Maar blijven die vormen wel in contact met dagelijkse ervaring? Verwijderen ze zich er niet van met het verglijden van de tijd? Dan wordt ontmoeting moeilijk en komen de kringen niet meer bij elkaar in de kerkdienst.
Voor veel mensen geldt dat het water niet per se op zondagmorgen tussen de 4 muren van een kerkgebouw in beweging komt. Of ze komen af en toe, op speciale momenten, om iets te ervaren. Ze zijn daarmee meer gast dan mede-drager van de ontmoeting. De kerkdienst is voor hen een evenement misschien, een incidentele ervaring die niet leidt tot dagelijkse betrokkenheid. Een enkele kring in de vijver.. niet niks. Maar wie blijft om de concentratie van de zondagmorgen vorm te geven en te dragen?
Als voorganger en kerkganger mis ik veel mensen in de kerk. Tegelijk zie ik op andere momenten en plekken echte ontmoeting gebeuren en wil ik geen oordeel hebben over keuzes die mensen maken. Ik ben zelf deel van de verandering waardoor die keuzes ontstaan. Maar toch..een pragmatische vraag: is de zondagmorgen qua concentratie te verslaan, op de lange duur? Wat als de plek waar zoveel cirkels in het water elkaar raken op den duur verloren gaat? Kan de kerk, dat zootje ongeregeld dat Jezus probeert te volgen op diverse momenten en plekken dezelfde concentratie vasthouden..?  Of kan er juist, op nieuwe manieren, midden in het dagelijks leven ontmoeting met God opbloeien.. met fris elan?

Gooit God zelf wel weer een steen in onze vijver..?

dinsdag 25 september 2012

Anders verder.. ook in een dorp?!!


Missionair in een dorp?
Missionair is het toverwoord.. wie missionair is, blijft.. dat lijkt het adagio voor de kerk.
René de Reuver beschrijftin zijn boek ‘Anders verder’ missionair kerk-zijn in de stad Den Haag, en in het dorp Zeewolde. Maar een dorp van maar 3000 inwoners, een ‘echt’ dorp, hoe werkt het daar? Is daar ook dynamiek; gaat de kerk daar ook anders verder? Heeft de kerk daar ook te maken met de ‘adaptive challenge’ waar Robert Doornebal het in zijn proefschrift over heeft?  Is in het dorp behoefte aan een missionaire kerk 2.0 en een predikant 2.0 of blijft daar alles bij het oude?
Onder een missionaire kerk versta ik hier: een kerk die zoekt naar haar betekenis vanuit een minderheidssituatie, dus in een samenleving waarin geloven niet vanzelfsprekend is. Een kerk die niet genoeg heeft aan zichzelf, maar zich bewust is van de veranderingen in de maatschappij en probeert temidden daarvan verstaanbaar te zijn. Een kerk die een boodschap heeft aan samenleving in verandering, een geseculariseerde samenleving.
Missionaire studies richten zich meestal op steden. Daar is de ontkerkelijking het grootst, en daar wordt gezocht naar nieuwe mogelijkheden. Gaat het in de dorpen allemaal nog wel goed en vanzelf? Of gebeuren er daar verrassende dingen gebeuren waar je wat van zou kunnen leren?
luchtfoto van Cothen, door Dirk-Jan Kraan
Casus Cothen 
Cothen is een dorp aan de Krommerijn, deel van de gemeente Wijk bij Duurstede. Het ligt ingeklemd tussen rivierdijken, stiltegebieden en fruitboomgaarden en binnen een half uur kun je in de stad Utrecht zijn. De bevolking is van oudsher homogeen; er woonden na de oorlog vooral loonarbeiders. Inmiddels is er van alles veranderd door de uitbreiding van het dorp, en door import van bewoners van allerlei herkomst en opleidingsnivo. Cothen verandert van een gesloten plattelandsdorp naar een opener dorp. Het is deel geworden van de gemeente Wijk bij Duurstede, een stadje dat veel explosiever gegroeid is. Cothen is in vergelijking dorps, maar ook in verandering.
Het dorp blijft ondanks de groei een redelijk overzichtelijk netwerk. Nieuwkomers -die vaak bewust kiezen voor het leven in een dorp- kunnen een plek vinden het dorpsleven (scholen, voetbal- en handbalclub, ouderenorganisatie, muziekvereniging, 2 kerken).
De kerk (protestant en katholiek) is een van de spelers in het dorp. Wie in het dorp is opgegroeid blijft er graag komen, al is het misschien maar af en toe. Wie nieuw is in het dorp kan er nieuwe contacten leggen. Daarmee lijkt de kerk in het dorp het gemakkelijker te hebben dan in de stad.
De oudsher hervormde gemeente (nu protestants), heeft het karakter van een volkskerk, van en voor het dorp. Tegelijk, de protestanten zijn altijd een kleine minderheid geweest in een overwegend katholiek dorp. Men is dus gewend om marginaal te zijn, hoewel de gemeente een bescheiden groei heeft doorgemaakt. De gemeente heeft meer dan 20 jaar geleden ommezwaai gemaakt, door het beroepen van een vrouwelijke predikant na decennia lang gewerkt te hebben met een bijstand in het pastoraat van 65 tot 70 jaar.
Deze dorpsgemeente heeft een volkskerk-karakter en is van nature ‘inclusief’. Meer of minder betrokken gemeenteleden, iedereen is welkom.
Naast het traditionele  volkskerkkarakter is er binnen de gemeente meer en meer gewerkt aan bewustere betrokkenheid, door het starten van gespreksgroepen, het organiseren van diensten rond allerlei thema’s, avondgebeden. Er is een actieve kern, en de kerkdiensten vormen het hart.

secularisatie... 
Maar het wordt er de laatste jaren niet gemakkelijker op. De kern is kwetsbaarder geworden; betrokkenheid bij de kerk is minder vanzelfsprekend geworden, de kerkgang is geen regel meer en het wordt steeds moeilijker om ambtsdragers te vinden. Secularisatie is het dorp binnengedruppeld, en slaat misschien wel extra hard toe in een dorp waar kerkelijkheid eerder traditioneel bepaald dan een bewuste keus was.
Het dorp verandert, de kerk verandert. 
Een missionaire kerk 2.0 is een kerk die zich aan past aan een veranderende context, die daar een boodschap aan heeft. Hoe gebeurt dat in Cothen?

Inclusief gemeente-zijn en een nieuw netwerk
Deze gemeente wil inclusief zijn (een concept van René de Reuver in Anders verder), dus niet exclusief bestemd voor insiders. Deze gemeente wil beschikbaar zijn voor wie behoefte aan wat de kerk te bieden heeft, bijvoorbeeld op kruispunten van het leven, bij doop, huwelijk, rouw. Deze gemeente wil aansluiten bij thema’s die in het dorp spelen, en dorpsbreed meeleven met wie iets ingrijpends meemaakt.
Er is een hechte gemeenschap die die zich inzet voor het voortbestaan van de kerk. De zondagmorgen viering is voor hen het kloppend hart van het gemeenteleven. In de vieringen wordt steeds weer aansluiting gezocht bij het dagelijks leven (ziekenzondag, de overstap naar de middelbare school, werk en oogst), en daarbij worden dorpsbewoners ook uitgenodigd. Het meest actief gebeurt dat bij de gedachtenisdienst. Het is is in een dorp relatief eenvoudig om te weten van hoogte en dieptepunten en mee te leven. Dat beperkt zich niet tot gemeenteleden.

Er is nog een ander spoor. De gemeente wil er ook zijn voor wie de drempel van de kerk niet zo gemakkelijk nemen kan of niet op zoek is naar een gemeenschap op zondagmorgen. In de afgelopen jaren is gaandeweg een netwerk voor ‘zinzoekers’ ontstaan. Een netwerk waar mensen elkaar op doordeweekse momenten ontmoeten om vragen te delen, stilte te zoeken, of inspiratie op te doen op een virtuele ontmoetingsplek.
Dit netwerk lijkt met name hoger opgeleide import aan te spreken. Omdat deze groep binnen het dorp niet zo groot is wordt dit netwerk in samenwerking met de gemeente in Wijk bij Duurstede opgezet. Er ontstaat zo een netwerk dat deels virtueel is, maar zijn basis houdt in het dorp en het stadje ernaast. Het is nieuwe vorm van kerk-zijn die niet vanzelf past in de traditionele geloofsbeleving. Maar het overzichtelijke netwerk van het dorp, waarin ook nieuwkomers zichtbaar zijn biedt er wel aanknopingspunten voor. Het is gemakkelijk om zinzoekers te lokaliseren, op te zoeken, te benaderen, uit te nodigen.
Een volgende stap is om het gegroeide netwerk een naam (ZIN) te geven en nadrukkelijker te presenteren. Verbonden met 2 kerkelijke gemeentes, krijgt het ook een eigen gezicht, een look die toegankelijkheid voor buitenstaanders vergroten moet. Het netwerk krijgt daarmee de vorm van een pioniersplek, een plek waar geëxperimenteerd wordt met nieuwe gemeenschapsvorming.

Een contrasterende gemeenschap?
Wat wordt er nu gevraagd van een kerk 2.0, een missionaire kerk in een minderheidspositie gevraagd? De diverse manifesten van de laatste maanden laten eenzelfde geluid horen als James Kennedy (Stad op een berg, 149) die pleit voor de kerk als contrasterende gemeenschap. Zo’n gemeenschap is  hecht, kent discipline en een christelijke levensstijl.
Voldoet de Cothense kerk hier aan? Deze gemeente is een hechte gemeenschap en straalt dat ook heel duidelijk uit. Ze is betrokken bij het wel en wee in het dorp, dat is haar kracht.
Maar door het volkskerkkarakter is veel minder duidelijk wat een christelijke levensstijl is. Men is niet gewend om te praten over geloven, en houdt niet zo van grote woorden. Zou dat zou het zwakke punt zijn van deze dorpsgemeente, dat ze zich niet voldoende onderscheidt en profileert als christelijke gemeente?
In de nieuwe ontstane netwerk is het zoeken naar een christelijke levensstijl wel een thema, op een niet-normatieve manier. Vragen die gesteld worden zijn: wat inspireert je dagelijks, hoe vind je balans, hoe maak je keuzes in je werk en wat zegt de Bijbel je daarbij?


Relevantie, reconstructie, revisie
De gemeente kiest ervoor om relevant te zijn binnen de traditionele vormen (met name de kerkdiensten), en haar boodschap zoveel mogelijk te verbinden met de actualiteit.
Tegelijk is er een beweging gaande waarbij er voorzichtig nieuwe vormen ontstaan, waarbij vragen opkomen over het wezen van ‘de kerk’: wat is de kern van kerk-zijn, waar liggen de grenzen van de kerk, wie zijn ‘wij’ eigenlijk en wie horen erbij?
Er groeit voorzichtig de overtuiging dat kerk daar is daar waar het gesprek gevoerd wordt. Mensen hoeven niet de kerk binnengehaald of teruggewonnen, de kerk beweegt zelf naar die plekken toe. Er is een toenemende groep gemeenteleden die de waarde ziet van aanwezigheid op facebook, aan het verspreiden van inspiratie via het internet (er is een brede groep die meedoet met de dagelijkse mail-met-inspiratie in de 40dagentijd), aan het organiseren van gesprekken door de weeks over geloof en dagelijks leven. Maar gemeenschap is het duidelijkst zichtbaar rond zondagmorgen. Nieuwe gemeenschap is veel diffuser.
Dus ja, de kerk in een dorp is ook dynamisch. Er verandert veel, de basis is kwetsbaarder geworden, de kerk minder vanzelfsprekend maar er zijn ook mogelijkheden in een overzichtelijke samenleving waarin de kerk één van de organisaties is die het dorp maakt tot wat het is.
In de terminologie van Doornebal is de Cothense protestantse kerk relevant, reconstructief en revisionistisch tegelijk. Ze vult oude vormen in met een boodschap gericht op nu, ze zoekt nieuwe vormen en ze zet vraagtekens bij wat kerk nu eigenlijk is. Er wordt op verschillende borden tegelijk geschaakt. 


dankdag; relevante thema's in de kerkdienst
Waren dankdag en biddag voor gewas en arbeid een tijdje in het vergeetboek geraakt, in deze gemeente is het aan een revival begonnen. Het is een prachtig moment om het concrete leven de kerk in te halen. Op een dankdag brachten gemeenteleden de oogst van hun tuinen mee (en een konijn) en stalde die uit in de kerk. De aanblik maakte iedereen dankbaar. Voor een andere dankdag werd gemeenteleden gevraagd een foto van henzelf  op hun werkplek te maken. De foto's kwamen in de kerk te hangen; het werkende leven werd zo binnengebracht.

ziekenzondag, kerk-zijn in het dorp 

Rond nationale ziekendag ontstaan nieuwe activiteiten. Er worden bloemen meegebracht naar de kerk en gebracht bij zieken in het dorp. Dit jaar was er op zaterdag voorafgaand een wandeling uitgezet door het dorp langs gedichten (en monumenten, waaronder de kerken van het dorp - het was ook monumentendag) met het thema 'ziekte'. 

ZINspiratie, een nieuw netwerk
In de 40dagentijd ontvangt een groeiende groep mensen elke dag een e-mail met inspiratie. Het gaat om gemeenteleden, dorpelingen van allerlei achtergrond, mensen uit het naburige stadje en iedereen die de mails krijgt doorgestuurd en wil aanhaken. Uit dit 40dagenproject is een netwerk gegroeid waarin elke zondag ZINspiratie verspreid wordt. Het gaat om gedichten, filmpjes, liedjes en teksten die tot nadenken stemmen.

Leiding geven
En wat is de rol van de kerkenraad – ondersteunt die dit tweesporenbeleid? Of  misschien zijn het nog wel veel meer sporen, omdat de bevolking van het dorp bestaat uit verschillende mentality-mileus. De ene groep heeft meer behoefte aan belonging en de andere aan reflectie op levenskeuzes en levensstijl, een deel zoekt gemeenschap en anderen hebben helemaal geen behoefte aan het horen bij een groep. Durft de kerkenraad zijn nek uit te steken en de gemeente mee te  nemen op de weg van verandering?
Biedt de gemeente de ruimte om naast de traditionele gemeenschap ook een vluchtiger vorm van netwerk-gemeenschap te huisvesten en daarin te investeren? 
Hoe vindt dit veranderingsproces plaats, of: wie geeft er leiding aan en hoe?
Het gebrek aan animo om ambtsdrager te worden en daarmee een kleiner wordende kerkenraad heeft ertoe geleid, dat het principe van gespreide verantwoordelijkheid meer nadruk heeft gekregen. De gemeente kiest nu bewust om een netwerk te zijn van groepen die relatief zelfstandig werken. De kerkenraad houdt de grote lijnen en de samenhang in het oog en denkt na over visie. Daarmee is de rol van de kerkenraad aan het veranderen. Bij de doeners-mentaliteit van het gemiddelde gemeentelid past het beter om praktische verantwoordelijkheid op zich te nemen dan om verantwoordelijkheid te nemen voor het geheel, en om de leiding te nemen in het formuleren van een visie voor de gemeente.

En de predikant..?
De rol van de predikant is van oudsher groot in deze dorpsgemeente. Maar wat wordt er in een dorp en gemeente in verandering verwacht van een predikant? Is er behoefte aan een dominee 2.0?
Wat is het profiel van een missionaire dorpsdominee? Kan zij predikant zijn voor de verschillende groepen in het dorp? Voor hen die hechten aan de kerkdienst (al kunnen ze het daarbij goed hebben dat er van tijd tot tijd geexperimenteerd wordt in de dienst)? En voor hen die buiten de muren van de kerk op zoek zijn en daarbij – misschien – open staan voor meeleven vanuit de kerk of haar de inbreng in het nadenken over levensvragen?

In het algemeen, en ook bij predikanten, is authenticiteit steeds belangrijker. De dominee is nog wel ‘anders’ maar kan weinig gezag meer ontlenen aan haar rol.  Het ambt wordt gedragen door een persoon die zich als mede-dorpeling laat zien. Een dorp geeft de mogelijkheid om persoon, ambt en rol op natuurlijke manier te integreren. Langs de lijn van het voetbalveld en tussen de schappen van de buurtsuper lopen de privé-persoon en het ambt in elkaar over. Daar kan de predikant laten zien dat ze midden in het leven staat, levensvragen deelt, betrokken is. Facebook speelt daarin een groeiende rol. Er zijn velen actief op Facebook en het is vrij gemakkelijk om daar contacten te onderhouden of te leggen met dorpsgenoten die je al een beetje kent (van school, sport, straat). Facebook helpt om aandacht te geven aan wat mensen meemaken (‘vind ik leuk’) en te delen wat je als gelovige en kerkelijke betrokkene aan het hart gaat. 

Tussen haakjes: de RK kerk zit midden in een tegengestelde beweging, waar de pastores boven-locaal gaan werken en de pastor niet meer zichtbaar is in het dorp. In de RK kerk wordt gekozen voor het werken in teams, om zo de vrijwilligers in de locale geloofsgemeenschappen op specifieke terreinen te kunnen ondersteunen.

Het overzichtelijke netwerk van het dorp biedt de predikant mogelijkheden om op nieuwe manieren zichtbaar te zijn en contact te leggen. 

literatuur:
René de Reuver ‘Anders verder’
Wim Beekman onderzoek naar kerkenraad light
Robert Doornebal 'Crossroads'
James Kennedy 'Een licht op de berg'
Manifest Dominee 2.0


zaterdag 7 juli 2012

dominee; zwevend èn missionair...?

Van het weekend las ik het Manifest van Dominee 2.0, een beweging van jonge predikanten - ondertekend door de jonge predikant-in-opleiding waar ik maanden mee samenwerkte. En ik begon in het 'Zwevende gelovigen' van Joep de Hart - al even uitgekomen, maar bij mij totnutoe op de stapel nog-te-lezen. 
Dominee 2.0 schreef een bevlogen pleidooi voor een kerk-van-nu: marginaal, maar met een missie. Niet blijvend gebonden aan 17e eeuwse vormen (ze denken daarbij vast aan een statische kerkdienst?) en niet verzandend in schroom die zorgt voor vaag gepraat over 'licht liefde en liturgische kleuren'. De naam van God mag (of moet?) worden genoemd en verbonden met het concrete dagelijks leven.
Laat ik nu net bezig zijn om een missionair project van de grond te krijgen (als dominee 1.0 ;-) want sinds ik met een predikant-in-opleiding heb gewerkt voel ik me niet meer de eeuwig jongste bediende, maar een oudere predikant..da's even wennen).Na weken sleutelen aan het concept, feedback vragen en verwerken realiseerde ik me vandaag - met schrik - dat het woord 'God' niet in het concept voorkomt. ZIN gaat het heten,  het is gericht op zinzoekers, en de Bijbel komt erbij op tafel. Maar hoe expliciet maak ik, dat het 'christelijk' is, want schrikt dat potentiële deelnemers niet af?

Joep de Hart beschrijft het verschil tussen 'religie' en 'spiritualiteit'. Religie wordt in het algemeen verbonden met de institutionele vorm van geloven.. en die staat in een kwade reuk. Veel mensen hebben daar afscheid van genomen. Spiritualiteit klinkt in de oren van velen opener, en sluit meer aan bij een individuele zoektocht. Als ik het schematische overzichtje bekijk van de Hart, dan trekt het rijtje kenmerken van religie me bepaald niet aan. Ik neig duidelijk naar spiritualiteit. Terwijl ik me dagelijks verbind met het instituut kerk, als beroeps-gelovige ben ik zo zwevend als wat... 
Het gebruiken van open en niet uitgesproken christelijke taal is méér dan een strategie om de markt van spirituele zinzoekers aan te spreken. Het past bij mij, want ik voel me vaak zo geseculariseerd. Geloven is voor mij zo onvanzelfsprekend als wat, maar toch probeer ik het. Ik ga er zelfs in voor.. zwevend en wel. En ik ben bevlogen genoeg om naar buiten te willen, de straat op en de digitale snelweg, om anderen te laten delen in die prachtige verhalen uit de Bijbel. Die verhalen die gaan over concreet geloven, over God en mensen.. Over Jezus die mij steeds weer uit mezelf bevrijdt door zijn tegendraadsheid.
Die verhalen gaan misschien ook wel over zinzoekers van vandaag, die geen zin hebben in georganiseerde religie maar wel op zoek zijn naar spiritualiteit . Maar hoe maak ik hen, die mede-zoekers en zwevers, duidelijk dat het over hen gaat? Net als over mij.. geseculariseerd, zinzoeker, spiritueel èn dominee.. 

Toch nòg maar eens kijken naar het missionaire plan; want de naam van God, die zal toch niet afschrikken? 

zondag 10 juni 2012

Christelijke levenskunst??!


De laatste studiedag van Op Goed Gerucht, (beweging van predikanten die houden van diepgang maar de oppervlakte van een glas wijn en een goede grap ook niet schuwen ;-)) ging over levenskunst.
Bestaat er christelijke levenskunst? Terwijl er in de nieuwe spiritualiteit en de populaire psychologie voor alles een stappenplan beschikbaar is (hoe word ik een goede minnaar in 10 stappen.. ) mist het christendom zo’n praktische handleiding.
Maarten van Buuren hield een verhaal dat ging over allesbehalve praktische levenskunst. Hij had het over het grootse van de negatieve theologie, over het verlangen naar overgave, aan iets wat groter is dan jezelf. Zo word je pas echt jezelf: als je de begrenzing opgeeft, je angst overwint en niet meer kiest voor zelfbescherming maar je laat vallen. Hij vertelde daarbij heel beeldend over zijn eerste parachutesprong.
Dat lijkt niet iets wat je oefenen kunt..  Of toch?
Het grootse van jezelf verliezen om zo echt te vinden.. ik vind het een lonkend vergezicht. Het verlangen naar overgave is bij mij altijd sluimerend aanwezig. Maar hoe realistisch is dit vergezicht? En vooral: hoe kom je er? Ja, natuurlijk: het is in Gods hand. Of kan ik er toch zelf iets voor doen?
Ineens dringt tot me door dat dit een vrij oude vraag is: gaat het om de werken, of is geloof puur genade?

Op dezelfde studiedag deed ik een workshop over 'preken en levenskunst'. Aan de slag met 'de storm op het meer' merkte ik mijn huivering om op zoek naar praktische toepassing terecht te komen in tegeltjeswijsheden. 'Heb maar vertrouwen'... dat is nog niet eens een stappenplan, dat is de illusie in één grote stap het probleem op te lossen. Toch drong tot me door dat de hoorder vaak wel zit te wachten op levenskunst: op concrete beelden van geloven in de praktijk. Geen versimpeling maar wel een concretisering. Als je bang bent.. wat dan? Heb je dan iets aan een lonkend vergezicht, aan een God waarvan wij niet weten? Dan neurie je een lied, dan steek je een kaarsje aan, dan hoop je dat je een bijbeltekst invalt. En je hoopt dat de dominee je iets in handen geeft, in een preek, hoe klein ook, als houvast.
Ik voel me erg aangesproken door de mystici met hun negatieve theologie, waarin de houvast steeds meer verdwijnt, totdat de mens met lege handen staat. Wat weten wij van God…?
Tegelijk geloof ik zeer dat het gaat om dagelijks doen, oefenen, in-oefenen van vertrouwen. Want hoewel het ervaren van Gods aanwezigheid genade is kan ik wel oefenen in het wegruimen van obstakels. Me oefenen in klaarzitten en ruimte maken.
Eerder schreef ik in De Geruchten (het clubblad :-) van Op Goed Gerucht): "Al doende ontdek ik opnieuw dat ‘al doende leert men’ meer is dan een volkswijsheid. Zo werkt het ook echt met geloven.  In het doen groeit vertrouwen en verdiept het zich. Het landt in mijn lijf en je leven, wordt deel van me. Als ik mijn knielbankje opzoek en een meditatie-houding inneem voordat ik de bijbel opensla of probeer te bidden, dan oefen ik mezelf in een ontvangende houding. Dat kruipt naar binnen en verandert me, een heel klein beetje, eventjes. Als we als gezin elkaar een hand geven voor het eten en om Gods zegen zingen, dan oefenen we in verbinding, in aandacht voor elkaar en God."
En het kleine, dagelijkse proberen is ook genade: misschien wel net zoveel als het grootse overweldigd worden door Gods aanwezigheid van de mystici. Ook de kracht om dagelijks met vallen en opstaan geloven te doen en te ontdekken komt van God.
Kortom: levenskunst  is de 'vrucht' van ontmoeting met God (genade dus) en de voorbereiding op die ontmoeting, een manier om te oefenen in ruimte maken voor God.

vrijdag 17 februari 2012

Verdienen

Verdient een schoonmaker minder dan een directeur van, noem eens wat, een woningbouwstichting? Het is een gegeven dat het zo is, maar verdiènt die directeur het ook echt, om zoveel meer op zijn rekening te ontvangen?
Jezus vertelt een gelijkenis, over dagloners. Flexwerkers dus, die maar moeten afwachten of ze ingehuurd zullen worden. Een groepje van hen wordt ‘s morgens vroeg van het plein geplukt waar ze rondhangen, om druiven te plukken. Zijn het de fitste, de jongere krachten? De werkgever komt een dagloon met hen overeen. Dat wat je nodig hebt om van te kunnen leven. Drie uur later gaat de werkgever terug naar ‘t plein, en haalt nog een plukje werknemers. Ze zullen goed betaald worden, belooft hij. Tot 3 keer toe gaat hij mensen halen. Wie wordt het laatst gekozen – degene met een kleurtje, een handicap, met weinig opleiding? De laatste groep hoeft maar even te plukken, dan is de werkdag voorbij. Dan komt het moment van uitbetalen. Die laatstgekomen zijn het eerst. Zij krijgen het dagloon, dat aan de eerste groep beloofd was. Maar als de anderen hun geld in ontvangst nemen, blijkt het precies evenveel! Niks meer! Terwijl ze uren langer gezwoegd hebben.
Hoe oneerlijk is dat...
Maar zo gaat het dus bij God. In Gods economisch systeem krijgt iedereen wat hij nodig heeft om van te leven. Niet de prestatie gaat voorop, geen Niet dat je er niks voor hoeft te doen. Maar voorop staat: iedereen genoeg voor het dagelijks brood.
Dat is een spiegel voor ons. Voor ons die zo snel gaan vergelijken. Waarom krijgt die ander meer.. ?  Waarom heeft die ander meer? Ik ben toch niet minder dan een ander?
In Gods economie worden inkomensverschillen niet verder opgedreven, maar verdient ieder genoeg om van te leven. Omdat ieder mens dat verdient.

zaterdag 4 februari 2012

mannelijk?!

zie: http://www.staatgeschreven.nl/2012/02/04/het-is-gods-bedoeling-dat-het-christendom-mannelijke-is/
voor een gastblog van mijn hand, over de vraag of het bijbels te onderbouwen is, dat leiderschap (in de kerk) aan mannen is voorbehouden

woensdag 18 januari 2012

Is opa een sterretje aan de hemel?

Ik weet nog hoe het was toen ik voor het eerst aan het bed zat van een leeftijdgenoot die wist dat ze snel dood zou gaan. Ik zat daar en het was alsof ik met haar in een gat keek. Of misschien zag zij geen gat, maar zo voelde het wel voor mij. Het joeg mij plaatsvervangend angst aan, de onbekende naderende dood. En ik voelde me machteloos; ik kon alleen maar met haar meekijken en niet weglopen.  Zij had kleine kinderen in de leeftijd van die van mij. Dat maakte dat het dichtbij kwam. Maar later had ik het ook met een vijftiger die ongeneeslijk ziek was. Herkende ik hun angst, of was het vooral die van mij? Het beeld van de dood als een groot gat dat zich voor me opent is op de achtergrond gebleven.
Afgelopen dagen volgde ik een cursus voor predikanten over de voorstellingen die er bestaan van leven na de dood, en de christelijke positie daarin. Een cursus met als pakkende titel ‘Is opa een sterretje aan de hemel’.. Als je als dominee familie begeleidt bij een afscheid lijken Frans Bauer (’n trein naar niemandsland http://www.youtube.com/watch?v=_qJy4cOrPL0)  en Jan Smit (ik schrijf je naam in de sterren http://www.youtube.com/watch?v=624qjXlVVQ0) soms de belangrijkste leveranciers van beelden van leven na de dood. Daar sta je als theoloog werkeloos bij. Aan de andere kant van het spectrum is er de omgang met de dood zoals we die zien bij Connie Palmen (Logboek van een onbarmhartig jaar). Daarbij is van een verwijzing naar méér, boven deze werkelijkheid uit (of er uit opkomend) geen sprake. Het verdriet en gemis is alles wat er is.

Ik heb meer moeite met het eerste: dat een leven na dood zo probleemloos lijkt te zijn. Twijfel of oma in de hemel is, of opa wel een sterretje is lijkt afwezig. De overgang  naar een leven na de dood verloopt te gladjes. Terwijl in mijn beleving de dood een inbreuk is en blijft op het leven.
Is dat een kwestie van psychologie; mijn persoonlijke moeite om het leven los te moeten laten? 
Of zegt de theologie hier ook iets over?
Is het passend voor een gelovige om vol vertrouwen de hemel tegemoet te gaan, of is onwetendheid en afwezigheid van beelden passender?
foto: Jolinda van de Beukel
Er valt veel voor te zeggen – vindt de dominee in mij - dat de mens zijn plaats moet weten, of mag beseffen. Wij hopen op eeuwigheid, we zoeken God, maar weten doen we bijna niets. Ook niet over leven na de dood. De Bijbel biedt een diversiteit aan beelden, geen eenduidigheid. We kunnen doen alsof we het weten, maar daarmee reiken we ver boven onszelf uit. Als de trein van Frans Bauer te  soepeltjes naar de hemel tuft – je hoeft alleen maar in te stappen – dan mis ik het verdriet en het diepe gemis, en de vraag of een leven wel ‘af’ en goed geweest is. Eigenlijk wordt de grootheid van God en de menselijkheid van de mens beide onrecht gedaan. Willen we de vragen liever wegstrijken? Verklaarbaar in de ontkenningsfase van een rouwproces, maar toch.. Vergankelijkheid is deel van het leven. We zijn beperkt, falen, kunnen niet alles, en ergens houdt het op, maar liever schuiven we dat besef onder het tapijt. Sterven is deel van ons dagelijks leven maar we sluiten er de ogen voor tot we er niet meer onderuit kunnen. Bij de één duurt dat tot ouderdomsgebrek de vergankelijkheid onontkoombaar maakt. Een ander wordt al vroeg met ongeluk geconfronteerd en raakt de vragen nooit meer kwijt.

We willen liever onsterfelijk zijn. En als het ons lichamelijk niet lukt, dan toch tenminste onze ziel. Die zal toch wel voortbestaan…? Te mooie beelden voor het leven na de dood kunnen een poging zijn om de controle tot over de grenzen van ons bestaan op te rekken.
Toch zou
 ik ‘een trein naar niemandsland’ van Frans Bauer zo draaien in een afscheidsdienst. Want God laat zich zomaar op onverwachte plekken vinden. Alleen, zoeken we ook? Is er sprake van openheid voor spreken over wie God is, en wie de mens tegenover God, of in ieder geval om de vraag te stellen. Of draaien we het liedje en is daarmee de kous af?

Het doet mij verdriet als de mens met zijn/haar verdriet alleen blijft, ronddraaiend er in, eindeloos herinneringen delend, de ene spreker na de andere. Of als er snelle troost wordt geboden die geen recht doet aan de diepte van het verdriet. Er moet aan twee dingen recht worden gedaan.
Aan de lijfelijke ervaring van gescheiden worden en afgesneden zijn, de rauwheid van rouw. Daar lopen we liever voor weg, die ontkennen we, zelfs met religieuze middelen die ons voorhouden dat de geliefde voortleeft, ergens.
En er is een perspectief nodig dat de mens bevrijdt uit zichzelf, dat uitzicht geeft op wie de mens is in een breder verband. Ik leef niet voor mijzelf, ik leef niet alleen.
Ik begeleidde iemand die doodziek was. In de afbraak van zijn lichaam en zijn afhankelijkheid voelde hij zich waardeloos geworden. Niet meer de mens die hij was. Ik zat naast hem en kon niet anders dan de grote breuk ervaren die zijn ziekte veroorzaakt had. Als voorbode van het grote gat van de dood dat steeds dichterbij kwam.
Ik wist niet anders dan tegen hem te zeggen: ´er wordt van je gehouden.. dat maakt dat jouw leven de moeite waard is. Niet wat je presteert.`
Angst voor de dood, wat is dat? Als ik voor mezelf spreek, heeft het veel te maken met angst om afgesneden te raken, alleen en eenzaam te zijn. En ergens zit daar een link met het traditionele beeld van een oordeel aan het einde van het leven. Want wat maakt dat je alleen gelaten wordt – dat heeft te maken met afwijzing van wie je bent, met niet goed genoeg zijn. Gewogen en te licht bevonden…
Voor mij is dè boodschap van het geloof dat er een relatie is waar je in geborgen blijft. Ik ben niet alleen. Er is Iemand die mij kent, die nooit loslaat met wie Hij ooit begonnen is.
Mij kan de angst voor de dood als een groot niets overvallen. Diep doordrongen van de wetenschap dat mijn lichaam ophoudt. En dat wij weliswaar mooie beelden scheppen maar wat zegt dat over onze lijf & ziel? Wat helpt ons aan de grens? Een ziel? Maar ben ik toch niet gewoon mijn brein, dat ophoudt als het hart er geen zuurstof meer heen pompt?
Twee dingen helpen mij. Er wordt van mij gehouden. Dat houdt mij in het leven overeind, en God houdt daarmee niet op in de dood.
En er zijn de verhalen over Jezus die  mens werd, en daardoor dichtbij mijn dagelijks leven staat, met alles erop en eraan. Die zelfs dood ging. God is in de dood. Pijn en eenzaamheid deelt de Eeuwige. En zelfs dat is niet het laatste, er is het mysterie van de opstanding. Ik kan er met mijn hoofd niet bij, wat dat betekent. .

God raakt onze aarde, heiligt het dagelijkse, geeft er eeuwigheidswaarde aan. God dichtbij mensen, tot in de dood. Hebben we daarmee een onsterfelijke ziel, belanden we op een ster? Ik weet het niet.. Soms weet ik wel heel even van eeuwigheid, in een ogenblik van helderheid en nabijheid.  Vermoedens.. die het leven lichter maken. Zouden ze ook oplichten in de dood?

vrijdag 13 januari 2012

Gouden kalf 2.0

We offeren intiem kapitaal via social media om zo waardering en erkenning te oogsten. Dat klinkt ingewikkeld.. Janneke Nijboer legde het uit in een workshop over pastoraat via social media, tijdens de Geruchtdag - een studiedag van de club van predikanten Op Goed Gerucht.* Janneke verwees naar het boekje van Stine Jensen , Echte vrienden: Intimiteit in tijden van Facebook, GeenStijl en WikiLeaks, essay van de Maand van de Filosofie, 2011**. We delen persoonlijke informatie, we zetten intieme informatie over onszelf online om waardering te oogsten, en aandacht. We zijn op zoek naar bevestiging en laten foto's zien, vertellen over onze gevoelens en meningen om die te verdienen.
We offeren iets van onszelf. Het woord 'offer' doet aan een religieus ritueel denken. Janneke vertelde vandaag over haar associatie met het bijbelverhaal over het Gouden Kalf. Ik zag het voor me...***
Het volk is door hun leider Mozes onderaan de berg achtergelaten. Hij is op weg naar een ontmoeting met de Eeuwige, maar zij kunnen alleen maar wachten. Hij komt maar niet terug.. en de mensen zijn onzeker en zoeken houvast. Mozes komt vast niet meer terug..  Ze vragen de interim-leider Aäron om een god die hen verder de weg zal wijzen. Aäron verzint een list. 'Laat alle vrouwen en meisje de sieraden uit hun oren halen..' En daar gaan de persoonlijke bezittingen; ze leveren ze zonder aarzelen in. Resultaat is een grote berg goud - en het lijkt erop dat Aäron er verbluft bij staat te kijken; zo'n bereidheid om te offeren wat zo dicht op de huid zit had hij niet verwacht. Het goud wordt omgesmolten tot een stier, en de mensen dansen er vrolijk en opgelucht omheen.
Maar dan komt Mozes de berg af, met 2 stenen volgebeiteld onder zijn arm. En bij het zien van dit uitbundige tafereel smijt hij de 2 stenen woedend aan stukken.

Aan de ene kant zie ik het volk dat een manier zoekt om met onzekerheid om te gaan. Ze vinden verbinding en houvast door iets van zichzelf te offeren. Het is maar goud maar toch.. ze geven het, en maken er iets gezamenlijks van, waar omheen gedanst kan worden.
Aan de andere kant staat Mozes, het woord van God in zijn handen, in steen gebeiteld. Onwrikbaar in vele opzichten. Fulminerend. Mozes heeft het gelijk van de traditie aan zijn kant.
De mensen om het gouden kalf doen me denken aan al die twitteraars en facebookers die bedelen om bevestiging, om likes, retweets, volgers en vrienden. Daarvoor geven ze veel van zichzelf bloot. Niet doen, zou Mozes zeggen. Laat je niet zo gaan, hol niet met de hype mee. Hier in steen gebeiteld staat wat echt van waarde is.

Ik zie mezelf in die kring meedansen, om dat gouden kalf. Een rare gewaarwording.. Blij met het offer dat we samen gebracht hebben. Ik zie in de ogen van de anderen dezelfde behoefte om gezien te worden, om te merken dat iemand interesse heeft in mijn leven en mijn gevoelens herkent en bevestigt. Waar is God? Staat de Eeuwige met ogen die vuur spuwen achter Mozes? Of zou Z/Hij toch met mildheid kijken naar dat groepje zoekers in een kring, of er zelfs stilletjes tussen schuiven? Als er Iemand is die ons bevestiging gunt... En dan komen die in steen gebeitelde woorden later wel.

* zie http://www.opgoedgerucht.nl/
**meer over dit boekje: http://www.trouw.nl/tr/nl/5116/Filosofie/article/detail/1866432/2011/03/28/Intimiteit-in-tijden-van-Facebook-en-Wikileaks.dhtml
*** Exodus 32

donderdag 29 december 2011

tweet and meet Maria

 begin december belandde ik in een twitterverhaal. Ik had blijkbaar fanatiek genoeg aan een beginnende twitterverslaving toegegeven om opgemerkt en gevraagd te worden. Met meer dan 20 spelers doken in het kerstverhaal alsof het zich hier en nu ontvouwde, en we nog onwetend waren over de afloop. Een verhaal over hoop, ongeloof, vriendschap, en een ster in de nacht die mensen in beweging zet.
Drie weken lang hield ik geheim dat in de huid van Elizabeth (de nicht van Maria) was gekropen. En van nog een figuur die eigenlijk in het kerstverhaal niet voorkomt. Bij gebrek aan vrouwelijke aanwezigheid (denk ik) was door de bedenkers een extra vrouwenrol gecreëerd: een vrouw van koning Herodes. Het was een 'vrije rol' die ik zelf kon invullen. @Herodlove werd een postmoderne zinzoeker, zat van het leven in het paleis, op zoek naar wat echt van waarde is.
Het verhaal ging met mij op de loop. Er ging steeds meer van mezelf in zitten. In Elisabeth werd vertrouwen zichtbaar, putten uit de Bijbel, moedergevoelens en een opstandige houding ten opzichte van maatschappelijke ontwikkelingen. Het liefst was ze zelf in een tentje gekropen met de mensen van @occupy die ook in Bethlehem waren neergestreken.
Herodlove maakte mijn zoekende kant wakker. Een vrouw die basale vragen stelt over wat geloven is, hoe een mens vertrouwen vindt, en wat je daarvoor loslaten moet. Hoe kom je tot de keus om te gaan geloven? Om een ster te volgen, in het vertrouwen dat die je ergens brengen zal?
Elisabeth ontmoette Maria, en werd geïnspireerd door haar lofzang. Herodlove kreeg moed door de ontmoeting met de wijzen en ging...
Meegenomen door het verhaal kwam ik als een soort vierde wijze (vrouw!) op de plek waar het kind geboren was. En ontdekte ter plekke wat het me deed, die ontmoeting. Ik zag een deur openstaan, en licht scheen naar buiten. Ik voelde me welkom om naar binnen te gaan. Daar waren ze, de man, de vrouw en het kind.

Stil van.. een man, een vrouw, een kind. Waar liefde is, daar is God: dat ik dat nu ineens weet.. zo eenvoudig
Ik wil hier blijven zitten om te genieten van wat er van hen afstraalt.

Ik weet, kan niet blijven. Moet bedenken waar ik heenga. Doel bereikt.. en dan? Hoe gaat het verder nadat je het licht ziet?
Zal herinnering aan deze ontmoeting koesteren, als vlammetje dat niet uit mag gaan.

Ik ging, op weg geholpen door reisgenoten, zocht en vond licht: in een vrouw, man, kind: daar waar liefde is is God

Een pelgrim vertrekt, reist, komt aan en dan? Hoe gaat t leven verder? Ik ga het ontdekken.Het goede ontmoet, thuis gekomen bij 't kind en mezelf. Hoop Jezus weer te ontmoeten; daar kijk ik naar uit. Nu verder reizen, licht in mijn hart

Voor wie meer wil lezen: http://www.idee-en-kerk.nl/  http://www.leve-de-kerk.nl/