Posts tonen met het label preken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label preken. Alle posts tonen

vrijdag 25 december 2015

De kracht van kwetsbaarheid, Kerstnacht 2015

Drieluik van Hugo van der Goes
Herders in het veld hoorden het bericht van de engel.
Goed nieuws. Midden in het donker van de nacht.
Ze hoorden over redding. Een redder…
Dat waar ze al zo lang op hoopten. Of eigenlijk nauwelijks meer in geloofden.
Dat er iemand komen zou die sterk genoeg om te vechten tegen het kwaad dat ze op zoveel plekken zagen opduiken.
Mannen met wapens. Onrecht. Stukgeschoten straten.
En toen was de hele hemel licht. En zongen engelen zo vredig.
En toen het licht wegebte… de engelen weg, maar het werd niet meer zo donker..
keken ze om zich heen.
Ze plukten bloemen. Bloemen van het veld, om te geven aan de redder
in kwetsbare mensengedaante.
kwetsbare bloemen maar krachtig bloeiend. Vol kleur en leven.
Bloemen voor dit kind dat een nieuw begin brengt.
Wiens kracht kwetsbaarheid is. 


bloemen in de kribbe tijdens
de kerstnachtdienst in Cothen
Hèt beeld van dit jaar is voor mij het filmpje van een jongetje en zijn vader bij de Bataclan, het Parijse theater waar mannen met wapens zoveel mensen doodden.
Het jongetje verwoordt de angst – moeten we hier niet weg, omdat het te gevaarlijk is? 
Aan zijn vader zie je dat hij uit alle macht vast wil houden aan vertrouwen –  je ziet het aan de voorzichtige manier waarop hij zijn zoon antwoordt. Hij wil zijn kind laten zien wat er wel is om op te vertrouwen. Ook al zijn er mannen met wapens, en kan kwaad overal opduiken. Ook al heeft vluchten heeft geen zin omdat er geen plek op aarde is waar dit gevaar niet bestaat... 
En dan wijst de vader naar de bloemenzee buiten bij het theater, en lichtjes die flakkeren. Die bloemen en die lichtjes – dat zijn ons wapens. Die beschermen ons. 
Ze beschermen ons hart tegen het kwaad. 
Het is de kracht van kwetsbaarheid – van vasthouden daaraan. 
In de dagen na het geweld in parijs deelden heel veel mensen de zin ‘Pray for Paris’. En er waren er ook velen die beseften dat voor Parijs ook een andere plaats ingevuld kon worden. Syrië.. waar de oorlog maar doorgaat.. vluchtelingenkampen waar mensen uitzichtloos leven… plekken waar natuurrampen toeslaan.. 
Wat doen we als het kwaad dichtbij komt? Als we voelen dat het ons bang maakt, omdat we ons ineens kunnen voorstellen dat het ons eigen leven binnendringt.. Parijs zoveel dichterbij dan Syrie. Een terras op een mooie avond zoveel dichterbij dan de woestijn in een ver land.. 
Wat doen we als kwaad dichtbij komt?
Bidden we dan, tot God? 
Steken we kaarsjes aan op de plek waar het kwaad het lijkt te hebben gewonnen.. 
Het neerleggen van bloemen, het aansteken van kaarsjes – het zijn een soort gebeden.. denk ik.
Die kaarsen en die bloemen die zijn een soort verzet – tegenkracht tegen het kwaad. Kwetsbare vlammetjes, bloemen die even bloeien. Ze zijn daar neergezet als verzet tegen het kwaad, met de kracht van kwetsbaarheid.
Zo kwetsbaar als een mensenleven. Zo kwetsbaar als een kind. 

Kerst is het feest van God die kiest voor kwetsbaarheid. Als tegenkracht tegen het kwaad. 
Kerst is het feest van God die kiest voor zichtbaar worden in kwetsbaarheid. In mensengedaante, met al het kwetsbare dat daarbij hoort – zeker in een baby.
Kerst is het begin van een verhaal van een mens met Gods gezicht. God die zich toevertrouwde aan deze wereld, met alle gevaar, die in zijn leven het kwaad weersprak, maar nooit zijn hand ophief om terug te slaan. Liefde als zijn enig wapen. Geen zoetsappige liefde, scherpe woorden, confronterend.. maar nooit nam hij de wapens van het kwaad op. 
Het liedje van John Lennon dat op nr 1 in de top 2000 staat dit jaar, dat verwoordt het verlangen naar vrede. 
Imagine.. 
Stel je voor dat er niets is om voor te doden of voor te sterven, en ook geen religie meer.. Stel je voor dat alle mensen in vrede leven.. Ben ik dan een dromer? Zingt John Lennon.
Religie als een reden om te doden, om te sterven.. dat is de nachtmerrie van dit jaar.. 
en het is zo in tegenspraak met die kribbe, dat kind waar we hier omheen staan, in deze nacht. God die ongewapend, zo kwetsbaar als maar kan in ons midden is. 
Dit is een God die verlangt dat wij onze wapens laten vallen. Onze scherpe tong en snelle oordeel, ons vermogen om anderen buiten te sluiten of aan te vallen.. vaak omdat we bang zijn. 
Bang voor het onbekende, bang voor een onzekere toekomst, bang voor een ander waar je slechte verhalen over gehoord hebt. 

foto: Ruth Bekkering
Dit is een God die tegenkracht is tegen de angst – vol vertrouwen geeft hij zichzelf in een kind. Hij vertrouwt zichzelf toe aan mensenhanden. 
Aan zijn kribbe staan we.. een voerbak voor dieren. 
bij een kind dat dakloos is, ouders die nergens welkom waren. 
En het kind straalt één en al goedheid uit. 
We staan daar met bloemen in onze handen, net als de herders. Onhandig staan we daar.. 
En we nemen ons voor: deze goedheid, dit licht, dat gaan we koesteren.
Dat moet onze houvast zijn, belangrijker dan mensen die kwaad doen, sterker dan donkere gedachten en foute keuzes die we zelf maken. 
En ook als wij weer weggaan van de kribbe. En vergeten, druk zijn, overmand worden door gevoelens van onrust of angst.. dan is het kind er nog. We kunnen terug. 
we kunnen ons keren naar het licht. Het licht van Christus gaat niet weg. Als zonnebloemen kunnen we ons keren naar het licht van vertrouwen. 
Stel je voor – Imagine… de kracht van dit kind. Zo kwetsbaar als het is brengt het je terug bij het beste bij jezelf. Het redt je zo uit de cirkel van angst en wantrouwen. Gemakkelijk is het niet. 
maar het is de moeite waard.

Tekst: Marijke de Bruijne
Foto: Ruth Bekkering



zondag 19 januari 2014

het goede leven, bruiloft in Kana - een preek -

Preek bij Johannes 2: 1-11 en Jesaja 62: 1-5
Er is een bruiloft, 2 mensen vieren dat bij elkaar horen.
Misschien waren ze wel niet zo jong. Als je hier in Cothen naar een bruiloft gaat kan het ook om 25 jaar samen gaan, of 50… En stellen die trouwen zijn vaak niet meer piepjong en net bij elkaar. Ze hebben al kinderen, ups en downs meegmaakt.
Het feest zelf in dit verhaal past daar wel bij – het ene moment is het feest, het volgende dreigt het om te slaan. De wijn is op..
Wijn staat voor ‘het goede leven’.. In de Bijbel staat het vol met dromen van een wereld waarin ieder onder zijn eigen wijnstok zit. Vijgenboom ernaast, en het goede komt zo in je mond vallen, als het ware. Dan ook nog melk en honing, en een mens heeft niets te wensen in bijbelse termen.
Wijn staat voor het leven dat goed is. Kwaliteit van leven,leven om van te genieten. Met kleine slokjes, bewust, tijd nemen voor ‘een goed glas’,  een gesprek, even ontspanning.
de bruiloft in Kana, afgebeeld in een kerkje in Zillis 

Het is de derde dag, staat er.
De derde dag, dat is een beslissende. Daarop gebeurt er iets waarop gewacht is de termen van de Bijbel. De opstanding bijvoorbeeld..
Het het kan hier ook heel goed gaan over de 3e dag van de week, de 3e dag die God schiep. Die derde dag, de dinsdag (de joodse week begint op zondag en eindigt op de zaterdag, de sabbath) is de enige waarop God twee keer zei dat het goed was.
Hij schiep het land en alles wat er groeit en bloeit en vrucht draagt. Hij schiep de grond onder onze voeten op die derde dag. En het was wel 2 x goed. Op de dinsdag werd er door joodse mensen bij voorkeur getrouwd – vanwege die overvloed aan goedheid, genoeg voor 2.
Ik heb een vriendin die dinsdag omgedoopt heeft tot ‘dinsdag hoopdag’. Via de sociale media vraagt ze elke week aandacht voor de hoop – wat is dat jou gaande houdt, wat moed geeft – juist op die dag dat God 2x zei dat het goed was mag je extra om je heen kijken om het goede te zien.
Dinsdag hoopdag. Dag van grond onder de voeten, van groei en bloei.

Maar dan raakt de wijn op. De vreugde is weg, de sjeu is er af.
In je relatie loopt het niet lekker. Ergernis, of sleur…
Of je relatie is over..  je partner is er niet meer.. je bent alleen. Zomaar, door de dood. Of doordat je te erg van elkaar verwijderd raakte..
De trouwjurk waarin je je de mooiste voelde – dat hoor je ook te zijn op je trouwdag: de dag waarop er eentje de mooiste mag zijn zonder concurrentie – hangt ver weg op zolder. Te klein inmiddels natuurlijk.
Het leven lijkt grijs en veel zin heb je er niet in op momenten. De kleur rood van de liefde en de passie ontbreekt..
Als er niemand is die je geliefde noemt, die je zo aanraakt of aankijkt , met liefde – die je laat voelen dat jij speciaal bent.. geloof je het dan nog, dat je de moeite waard bent?
Laatst ontdekte ik op internet een soort trend: meisjes (vooral meisjes…) zetten op youtube een zelfgemaakt filmpje waarin ze vertellen wie ze zijn en vragen aan de kijker ‘ben ik mooi.. of niet’. De kijker wordt gevraagd om te reageren. Een oordeel te geven eigenlijk.
Ik schrok ervan. Waarom leveren meisjes (zouden jongens zoiets bedenken) zich over aan het oordeel van wie dan ook.. maken ze zich daarvan afhankelijk?
Ergens las ik een mooi advies.. dat ik nog niet in praktijk heb gebracht, eerlijk gezegd… ga af en toe eens bloot voor de spiegel staan en kijk naar jezelf. En realiseer je dan hoe mooi je bent. Kijk alsof God over je schouder meekijkt. Met de ogen van de Eeuwige. Hij heeft je bijna goddelijk gemaakt.. schrijft psalm 8.
vergeet dat niet.

In Jesaja is het God zelf die de hand vraagt van een heel volk dat is als een verlaten vrouw. Zij is als de bruid van de eeuwige.. niet vergeten en alleen, maar zijn geliefde.
God gaat een relatie aan met wie alleen is, juist met wie dreigt over te schieten misschien.. die als eerste. God verheugt zich over zijn bruid: hij is blij met jou.
Hij is blij met wie niet de moeite waard gevonden wordt – vanwege handicap, huidskleur, geaardheid..
Nonnen die het klooster in gingen deden dat als bruid van Christus – je kunt er om giechelen (mijn oudste begon onmiddellijk met theorieën dat jezus toch eigenlijk getrouwd was met Maria Magdalena, hij is bezig in de Da Vinci Code) , maar het brengt wel mooi in beeld hoe God niet ver van mij en jou wil blijven. Maar je partner wil zijn.. ‘met hart en ziel aan ons getrouwd’ dicht Huub Oosterhuis.

Een poster van Loesje zegt:  “het leven is een feest, en jij bent uitgenodigd.”
Is dat zo.. is het leven een feest?
Is ons leven het ‘goede leven’ waar de wijn van Kana symbool voor staat?
Het intrigerende aan het verhaal is natuurlijk dat de wijn op raakt. Was de wijn rijkelijk blijven vloeien en iedereen blij, dan was het niet een verhaal geworden dat onze aandacht pakt.
Juist als het stokt, de feestvreugde, dan komt het er op aan. Wat dan?
Dan is Jezus er…
Het klinkt simpel.
En dat is het natuurlijk niet.
In het verhaal moet er nog letterlijk hard gewerkt worden, door het slepen met liters water. Dan pas kan er wijn ontstaan. Beter nog dan wat er eerst was.. ook zo mooi – de wijn wordt er beter op, door tegenslag, een crisis, in de loop van het leven – de kleur verdiept zich, de kwaliteit groeit.

Ineens is er weer wijn.. op die derde dag is het leven weer ‘goed’ (tof in het hebreeuws, de taal van het oude testament, van Genesis) – God zag dat het tof was.
Dag van grond onder de voeten, een toffe dag.
Aan het begin van het jaar had ik een goed voornemen. Ik las ergens over een mooie manier om je iets voor te nemen – kies één woord voor het komende jaar. Geen onmogelijke voornemens, maar een woord dat je helpt om het jaar op een bepaalde manier in te stappen.
Mijn woord werd dankbaarheid.
En dat heeft heel erg te maken met die grond onder de voeten van de derde scheppingsdag, van dinsdag hoopdag. Het gaat om bewust stilstaan bij de grond die me draagt. Niet zo gedachteloos door hollen van de ene taak naar de andere, van de ene verwachting naar de ander, jagend naar waardering en bevestiging (ik doe het allemaal…). Maar bewuster om me heenkijken, de lucht inademen, en zien wat er aan goeds is om me heen. Dankbaar…

Dat heeft met zegenen te maken. In het latijn is het woord van zegenen ‘benedicere’ – letterlijk ‘goed zeggen’ Je zegt het goede toe, je wenst het toe, je haalt het naar boven.
Dat is wat God doet in de schepping – hij zag dat het goed was, het krijgt zijn zegen mee.
Dat mogen wij ook doen, heel dichtbij.
Eigenlijk is dat wat je doet als je aandacht besteedt aan wat er om je heen is. Met je aandacht koester je en haal je door je blik het goede naar boven. Je kijkt het tevoorschijn. Je kunt er ook langslopen, het niet opmerken in je haast. Maar door erbij stil te staan zegen je het. Je ziet dat het goed is, tof.
Misschien is dat het moment dat er soms, een wonder gebeurt. Dat water wijn wordt.. je ziet in het gewone ineens het feestelijke, het goede van het leven.
Het goede leven is niet één groot feest.
En wat hier ook nog meespeelt – de wijn verwijst naar het goede leven maar ook naar de dood van Jezus. Het goede leven is ten diepste, bij Jezus – het delen ervan. Hij houdt het niet voor zichzelf, maar geeft zich.
Het leven is niet één groot feest. Maar we worden wel door God gevraagd als zijn partner… zijn geliefde.. in de dans van het leven. Bij ups en downs. Door dik en dun. Of je nu nog in je trouwpak of –jurk past of niet.
God zegent ons gewone leven. Elke dag weer is er grond onder onze voeten.

God,
ik kom u tegen op aarde,
aan de hemel zie ik sporen van u:
zoveel sterren, de maan -
uw werk.
Denkt u daar in het oneindige heelal
ook aan een kind,
aan mij, mensenkind?
De ogen van een kind,
een baby die in mijn armen wordt gelegd -
het vertelt me van het wonder
dat u ons bijna goddelijk gemaakt hebt,
met heel de aarde aan onze voeten
om te belopen
en te bewerken.
U vertrouwt ons het toe.
God, ik kom u tegen
overal op aarde.
(psalm 8 in een vrije vertaling)

dinsdag 17 september 2013

zoals een moeder zorgt..

'Zoals een moeder zorgt, voor kinderen haar toevertrouwd, en waarborgt dat zij leven...zo is een God van liefde' - deze regels uit een lied van Huub Oosterhuis zongen door mijn hoofd toen ik het erf van een boerderij af reed waar een moeder te vroeg gestorven was.
In de afscheidsdienst lazen we een regel uit Jesaja 66: 'Zoals een moeder haar zoon troost, zo zal ik jullie troosten.'
God is als een moeder... die haar zoon troost, op schoot neemt, of over zijn bol aait als hij daarvoor te groot is geworden. Als een moeder die zorgt dat je elke dag de tafel gedekt vindt, die er is als je wilt vertellen over je dag. Die je herinneringen bewaart, foto's inplakt, die altijd bezig is om te zorgen dat thuis ook echt thuis is..
Wij zijn als een kind dat tot rust komt in Gods armen.
Zo beschrijft psalm 131 het:

Ik ben stil geworden
mijn ziel heeft rust gevonden
als een kind op de arm van zijn moeder ben ik
ontspannen
rustig
als een kind vol vertrouwen is mijn ziel

Als mensen te vroeg sterven, als een moeder er niet meer is om haar zoon te troosten, dan hebben we Gods moederlijke zorg en zegen hard nodig...

En oh ja: die rust komt misschien pas, nadat God alle boosheid en verdriet over zich heen heeft laten komen, als we uit geraasd zijn..

donderdag 11 april 2013

Geniet er maar van..!


Waarom krijg ik vaak zo’n jeuk van de goedbedoelde raad ‘geniet er maar van!’…
Is het omdat genieten niet op commando gaat, maar juist gebeurt in de ontspanning van het loslaten? Het is geen project maar een kadootje..
Met dit soort geniet-adviezen dreig je je zorgen te gaan maken ‘of je er wel genoeg van geniet’.. Terwijl geluk toch juist ligt in het opgaan in wat je doet. En dat lukt niet als je met een score-formulier naar jezelf blijven kijken of je wel op alle punten scoort. 
Bij de voorbereiding van een afscheidsdienst verdiepte ik me in Prediker. En daar stuitte ik ook op een opdracht tot genieten. ‘Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten’.
Prediker is een echte realist; vaak balancerend op het randje van zwartgallig pessimisme. Er is veel verdriet en onrecht onder de zon. En dus.. moet je genieten. Huh?
Ja, je moet er maar van genieten.. Of eigenlijk: er zit niets anders op, er blijft niets anders over..
Maar Prediker bedoelt niet het genieten van kopen zonder rem, van feesten zonder einde, van reizen zonder grenzen, de ongebreidelde bevrediging van je behoeften.
Het is het genieten van wie veel meegemaakt heeft, van wie tekort komt, ziek geworden is, of iets is kwijtgeraakt.
Het is het genieten van iemand die veel moet missen, die door het leven getekend is, maar toch dankbaar leeft en ontvangt wat er aan moois is. Dat is echt genieten… dankbaar ontvangen wat er wèl is.
Gelukkig wie nederig van hart zijn.. gelukkig de treurenden.. horen we uit de mond van Jezus in het nieuwe testament. Zij hebben meer besef, meer talent om te genieten.. Maar vaak gaat dat niet vanzelf; je moet daar een gevecht met jezelf voor leveren..
‘Geniet er maar van..’ het is een opdracht die zo gek nog niet is. Het is er één om naar te luisteren.

zondag 31 maart 2013

Open armen


Het is een bijzonder verhaal, dat verhaal van Jezus. Zijn lijden, alleen, zijn dood, onschuldig.
Maar... is het onder ons niet doodnormaal dat één iemand wordt afgerekend op wat er fout gaat?
Dat er één verantwoordelijk wordt gehouden en al het onbehagen, de ongerustheid, de boosheid over zich heen krijgt?
De wielrenner die alle boosheid en teleurstelling om een besmette sport treft.. het was niet zo mooi als we dachten en wilden. Daar moet iemand voor boeten, schuld voor belijden, vergiffenis vragen.
Waarschijnlijk zijn allen schuldig, maar wij willen er één zien die de schuld op zich neemt, op de bank bij Oprah.
De bankier die alle kwaadheid om en onrust om wankelende banken over zich heen krijgt gestort. Hij moet schuld bekennen, door het stof, anders komen we zijn enorme villa bezoeken, of bombarderen we hem via sociale media. Waarschijnlijk zit de neiging om te graaien als het gemakkelijk kan in velen van ons, maar we kijken naar die ene – hij heeft het gedaan. Als we maar naar hem blijven wijzen..
De minister die de angst dat ons geld niet veilig is, onze zekerheid – de angst ook van journalisten en tv presentatoren – en ter verantwoording wordt geroepen: liever liegen over wat nodig is, dan de financiële markten onrustig maken. Eerlijkheid levert verlies op. En dat verlies moet iemands schuld zijn.. terwijl we allemaal deel zijn van het probleem. Die ene – die had het anders moeten doen, want door hem gaat het fout.

´We zijn één wereld` zong Jezus in the Passion op Witte Donderdag. De problemen die er zijn zijn niet van hen, maar van ons. 
Maar we hebben zo de neiging om er een ander op af te willen rekenen. Een schuldige te zoeken om onze angst en onrust te sussen. Een oplossing is nog niet dichterbij, maar het lucht op om te kunnen wijzen naar iemand. Dan kun je vervolgens gewoon weer verder?

Dit begint op een donderpreek te lijken..
en het gaat natuurlijk over het tegenovergestelde vandaag! Om opstanding, blijheid, jubel, vreugde.. feest…
Want er is iets veranderd.   
Door die ene, door Jezus.
Ik loop al dagen met de liedjes van de Passion in mijn hoofd, en vooral met dat liedje dat Jezus – in de persoon van René van Kooten – zong op het strand, het Gethsemane van Den Haag.
Ik heb je lief.. ik heb je liever.. liever dan mijn leven.. dan om het even wat..
Daar draait het om, dat keert de boel om, een wending ten goede.. daar staat iemand op. Wijst niet naar anderen, maar omarmt mij, jou, de bankier en de spaarder, de fietser en de bankzitter, de minster en de buurman, het slachtoffer en de dader.. met onze fouten en verdriet. Hij rekent ons niet af op onze daden. Wij zoeken iemand die de schuld kan dragen.. en hij wordt dat, vrijwillig.
Hij omarmt ons.. met alles wat we zijn..
Hij ontwijkt niemand door de andere kant op te kijken, hij verzet zich niet door naar een ander te wijzen, hij weer niet af, slaat niet terug, hij relativeert niet weg. Hij staat daar en laat het volledig op zich af komen. Alles wat wij meebrengen, donker en licht, alles. Met compleet open vizier, met open armen.
En zo wordt kwaad omgekeerd tot goedheid.. slaat haat om naar liefde.. en breekt in duister licht door.

De kracht om niet naar een ander te wijzen maar zelf op te staan en op te komen voor een ander – die wordt vandaag in ons wakker gemaakt.
Niet met een goedkoop moralistisch verhaaltje met een opgeheven vinger.
Maar doordat er iemand is die daar staat, armen open – voor alles wat wij zijn. Geen oordeel, geen afwijzing.. hij draagt het. Zonder enige reserve draagt hij wat wij met ons meebrengen. Het kruis is gemaakt van al het donker in ons. Hij draagt het kwaad en versterkt het goede..  
En dan.. wat gebeurt er dan, als iemand dat doet? Het kwaad van de wereld toelaat, en draagt..
Dan is het drie dagen doodstil. Stil als het graf. Koud is het, winters koud.

Maar er is iets veranderd. En waar wij het niet zien, verborgen,  groeit er iets.
Het is het geheim van stille zaterdag. Het geheim van het zaad dat in de grond rust, en groeien gaat. We zien het niet, en doorgronden het niet..
Maar in de stilte, de kou en de machteloosheid.. op het diepste punt.. daar breekt het licht door.
Het is Gods geheim. Dat hij doet opstaan, de liefde doet opstaan. Een mens doet opstaan.. zijn zoon doet opstaan, uit de dood.
Dat Hij het goede in ons doet opstaan, versterkt wat er is aan goede wil, aan liefde…

Het wordt licht en terwijl in Maria’s lijf nog het donker van de nacht heerst, en de tranen haar verblinden, breekt het licht door.
Ze hoort haar naam. Hij leeft. En zal nooit meer sterven.
Hij zal voor altijd haar hand pakken om haar te helpen, haar op te richten.
Ze moet wel zingend weggegaan zijn, uit die tuin. Terug naar huis
God laat ons zingen na een lange nacht. Hoe dat gaat, dat is het geheim van Stille zaterdag.. maar hij laat ons weer zingen. 

zaterdag 23 maart 2013

Als een clown.. intocht op Palmzondag

Jesaja 50: 4-7, tekst op Palmzondag
 God, de HEER, gaf mij een vaardige tong,
waarmee ik de moedeloze kan opbeuren.
Elke ochtend wekt hij mijn oor,
zodat het toegerust is om aandachtig te horen.
God, de HEER, heeft mijn oren geopend
en ik heb geen verzet geboden,
ik ben niet teruggedeinsd.
Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars,
wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan.
Ik heb mijn gezicht niet verborgen
toen ze mij beschimpten en bespuwden.
God, de HEER, zal mij helpen,
daarom word ik niet gekwetst
en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots,
want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan.

Wie hoopvolle teksten zoekt kan goed terecht in dit gedeelte van Jesaja. Er staan prachtige zinnen in over iemand die een dienaar van God wordt genoemd. Zo is er in een eerder hoofdstuk te lezen dat hij zal zeggen tegen wie in het duister verblijft ‘Kom tevoorschijn!’en tegen gevangenen ‘Ga in vrijheid!’.
Het is iemand die echt luistert en die de juiste dingen zegt. Aandachtig luisteren en iemand opbeuren – het één kan niet zonder het ander. Deze dienaar van God kan het.
Maar het kost hem wel iets, deze openheid. Als lezer wordt je erdoor overvallen, hoeveel het hem kost. In één adem gaat het over mishandeling en beledigingen. Wat een omslag ineens..
Deze mens die open staat en gevoelig is voor het leed van anderen doet me denken aan een dwaas, een clown. De clown is een spiegel van de onhandigheid van ons allemaal. Hij laat zien hoe wij het goed bedoelen, maar dat wij toch steeds struikelen. Hij laat de tragiek zien van kwetsbare en onhandige mensen.
En wij lachen erom. Het lucht op om erom te lachen. We trekken aan zijn baard..
Maar dan komt er een moment dat het omslaat. Een moment waarop het pijnlijk wordt om die kwetsbaarheid aan te zien. Het lachen houdt op en er sluipt woede in. De dwaas moet de mond gesnoerd, voordat we ons te bewust worden van ons falen. De dwaas wordt weggehoond, op straat te pakken genomen, of weggepest.
Jezus die op een ezeltje Jeruzalem binnenrijdt.. het is ook een dwaas beeld. Niet koninklijk, hoog te paard, maar met zijn voeten slepend door het stof. Hoe lang duurt het voordat zijn kwetsbaarheid en openheid zich tegen hem keert? Voor het ‘hosanna!’ verandert in ‘hij moet weg!’ ?


Ds. Rebecca Onderstal, Cothen
geschreven voor het 40 dagen boekje van de Krommerijnstreek

zondag 3 februari 2013

Jezus preekt...

preekstoel
Protestantse kerk Cothen
foto: Arno de Reuver
Woorden bij Lucas 4: 14-30

Jezus staat op in de synagoge, leest uit de bijbel (de boekrol van de profeet Jesaja, een van de profeten in de Hebreeuwse bijbel) en gaat zitten. Preken gebeurde zittend. Hij heeft er maar één zin voor nodig: 'wat jullie horen is vandaag vervuld'. Punt
Zo ging ds. Joan Roëll volgens de overlevering (ik was er niet bij) op Paasmorgen de preekstoel in Wijk bij Duurstede op en zei: 'De Heer is waarlijk opgestaan! Amen'. Punt. Sommige mensen waren not amused. Anderen zijn deze boodschap nooit meer vergeten.
Maar wat is de kern van Lucas 4, vers 14-30? Ik kan het niet in één zin zeggen.

Jezus kwam net uit de woestijn, waar het stiller is dan waar ook.. waar je God ontmoeten kunt en jezelf tegenkomt. Hij was tot de kern gekomen.
De mensen kijken hem vol verwachting aan. Alle ogen van Nazareth vol verwachting op hem gericht.
Maar... dan trekt hij alsnog van leer. Als een ouderwetse dominee die elke zondag over de zonde begint terwijl er nog geen aanwijsbaar kwaad gedaan is. Met opgeheven vingertje. 
Of zou hij het goed zien? Ziet hij wat wij niet zien, in de ogen van de mensen daar in Nazareth?
Wie zitten er voor hem, in die synagoge? Zijn het de armen, blinden, verdrukten, gevangenen waar hij over spreekt? Wie zitten er in het dorp waar deze lezing opnieuw klinkt in de kerk - gaat hier over ons?
Natuurlijk wel.. armen zijn degenen aan de zijlijn, die niet mee kunnen in de flow van de samenleving. Die zijn er hier ook.
Door ziekte ben je ineens uit het lood geslagen, stil gezet, je lichaam laat je in de steek.. of je merkt dat het op je werk niet gaat, teveel gebeurd, teveel aan je hoofd. De zorg voor een ander put je uit.. je wilt het graag doen, met liefde, maar het kost wel veel, veel vrijheid. Alle taken die je op je neemt, het is eigenlijk teveel bij elkaar, en je zit er in vast.. Je komt financieel steeds verder in de problemen, maar je durft het niemand te zeggen, en de schaamte verlamt je. Je wordt ontslagen en je hebt het gevoel dat je helemaal niet meer meedoet, dat je niets te vertellen hebt als ze vragen wie je bent.. want wie ben je nu nog? Je leeft van een pensioen maar je krijgt het gevoel dat je niet meer meetelt, dat wat je bijgedragen hebt niets meer waard is.

Statenbijbel in Cothen
foto: Margo van de Pavert
Jezus is gekomen om te bevrijden dus.. een en een is twee: hij is er voor ons.
Maar.. er is een maar. 
Een dorp, Nazareth.. het kan een gesloten gemeenschap zijn. Gesloten voor buitenstaanders – als je er niet geboren en getogen bent. Maar ook naar binnen, naar wie er wel vandaan komt, kan het hard zijn. Je krijgt de ruimte niet om anders te zijn dan men van je verwacht.. de druk om te doen wat je familie altijd gedaan heeft, of wat men in het dorp altijd doet, die kan groot zijn.
Jezus is de zoon van de timmerman. Dat hij zoon van God is, dat hij door de Geest in de woestijn veranderd is misschien, dat gaat er niet in.
Het is veilig, in zo’n kleine gemeenschap, maar soms ook beklemmend. Ze kennen je allemaal, of ze denken je te kennen. En voel je dan maar eens vrij, om anders te zijn..
Voel je maar eens vrij om je te laten veranderen.. door God.
Is dat de zere plek waar Jezus hier de vinger op legt? Dat God en mens hier niet echt de ruimte krijgen, binnen het dorp?
Of wil hij de mensen van het dorp in hun kraag grijpen om ze bewust te maken van wat er buiten het dorp is?
Waar zijn de armen? Waar zijn degenen die onvrij zijn? Moet je daarvoor niet verder kijken, verder weg, verder dan je neus lang is?
Wij zijn bij elkaar betrokken en kijken naar elkaar om, maar hoe zit het met ‘zij’. De arme die we niet tegenkomen, het verdriet dat we alleen op een tv scherm zien, of zelfs daar niet eens, de onderdrukte die zich op uren vliegen afstand bevindt.. raakt ons dat ook, gunnen we die ook bevrijding? En dan gunnen in de zin van: evenveel gunnen als onszelf.
Misschien is dat wat Jezus ziet – dat de verwachting van degenen voor hem beperkt is tot eigen leed en leven. De hoorders willen het – misschien onbewust – liefst voor zichzelf houden. En ze hebben het idee dat dat ook nog hun goed recht is. Ze hebben recht op Jezus aandacht, op geluk en welvaart door zijn toedoen, op verbetering in hun lot. Want Jezus is één van hen.
En daarmee verdwijnen die anderen, die talloze mensen die ook minstens zoveel snakken naar iemand die hen ziet en iets voor hen doet uit het zicht.Als je het niet zelf ziet, ruikt, aan kunt raken.. dan komt het leed van een ander niet binnen. En ben je niet zo geneigd om je geld weg te geven, of je tijd.

Jezus laat zijn eigen mensen, in zijn dorp, in een pijnlijke spiegel kijken. Hoeveel vrijheid geven ze elkaar om door God veranderd te worden? Hoeveel gunnen ze 'hen' van Gods bevrijding?
Iemand die bedreigt wat je bekend en vertrouwd is, die je in een pijnlijke spiegel laat kijken, die kritisch is, die sla je. Misschien niet letterlijk.. je slaat van je af, in plaats van het binnen te laten komen.

Jezus is er voor de armen.. maar daarvoor moet je wel in de spiegel kijken en zien, waar je armoede zit. Daarvoor moet je het wel van God verwachten. En het een ander gunnen.

Amen

Cothen, protestantse gemeente, zondag 3 februari 2013


zondag 27 januari 2013

toga or no toga..

Tijdens de Geruchtdag van Op Goed Gerucht, vrijdag 25 juni pleitte Jean Jacques Suurmond voor de toga in de kerk, en het dragen van een 'priester'boordje er buiten. Hij pleitte voor het lef om zichtbaar te zijn.. Bettelies Westerbeek die de jonge predikanten van Dominee 2.0 vertegenwoordigde zei: soms getuigt het van meer lef om geen toga aan te trekken.

Een toga is een ambtsgewaad dat door predikanten gedragen wordt. Er zijn geen offficiële regels voor het dragen ervan in de Protestantse kerk Nederland, waardoor er allerlei variaties mogelijk zijn. Zwart zoals de academische toga, wit zoals die van de priester, of iets onbestemds er tussenin; met stola of niet.. het kan allemaal. Ynte de Groot schreef een mooi verhaal over de diverse drachten van predikanten en de geschiedenis ervan.

Toen ik predikant werd had ik het hard nodig, een toga, om genoeg lef bij elkaar te rapen. 
Ik herkende me erg in de woorden van Guillaume van der Graft

Een man ademt woorden
te groot voor zijn stem,

zegent liefde
te wijd voor zijn armen

Het heet kerk, het is

Wie verbeeldt zich het Woord van God te kunnen spreken? De toga was voor mij het symbool van de roeping door de gemeente. Door de gemeente gevraagd durfde ik het wel, door hen de toga om de schouders gelegd, dienstbaar. Ik kreeg bij mijn bevestiging in het ambt van predikant daadwerkelijk de stola omgehangen door een gemeentelid, lid van de kerkenraad.
Bijkomend voordeel was dat het dilemma 'is mijn rok niet te kort, en trek ik geen ladder in mijn panty' zo omzeild kon worden. Teveel of te weinig vrouwelijkheid werd onder de ambts-jurk verborgen en leidde niet af. 
Maar door de jaren heen is er iets veranderd. Een toga aantrekken voelt nu soms als me verstoppen. Wat is 
er veranderd? 

Ik voel me nog steeds geroepen door de gemeente. Maar ik durf steeds meer op de roeping van binnenuit te vertrouwen, de roeping die van God komt. En die roeping heeft zich verbreed. De grenzen van de kerk zijn vloeiender geworden; ik weet niet goed meer wat binnen is en wat buiten. 
Binnen het gebouw en er buiten, tussen betrokken kerkgangers en in gesprek met andere zoekers, overal ben ik predikant. Met alles wat ik ben, want er is steeds minder dat verstopt moet worden. Definitief van mijn voetstuk gevallen door een scheiding (vooral voor mezelf) is het voor iedereen duidelijk dat ik een feilbaar mens ben. 
De toga voelt nu soms te bleek en vormeloos. Het past niet bij mijn verlangen het gewone, dagelijkse, lijfelijke lieve leven te verbinden met de bijbelverhalen. 

Er zijn gebaren die om een toga vragen. Het brood breken, een zegen geven, dopen; daarbij is het God die handelt. Dat kan ik niet in een leuk blousje.
De preekstoel in Cothen heeft een knop waarvan ik me altijd afgevraagd heb waar hij voor diende. Nu weet ik het: ik kan er mijn toga aan ophangen. Een voorzichtige striptease past tenslotte heel goed bij het blootgeven dat aan de orde is op die preekstoel.


donderdag 11 oktober 2012

mens in meervoud... een preek over de liefde

In het begin was er één mens.. maar God zag dat dat niet goed was. Dus schiep God een ander mens en zo werden ze twee. Twee mensen, mannelijk en vrouwelijk.. anders  en ook weer zo gelijk dat ze elkaar herkennen en vertrouwen, elkaar een naam kunnen geven.

Het gaat hier niet alleen over man en vrouw.. het gaat hier over allerlei relaties, waarin twee mensen die niet hetzelfde zijn elkaar toch herkennen en vertrouwen. De liefde tussen twee vrouwen, of mannen, de vriendschap op zoveel manieren..Het gaat, nog breder, hier over verbondenheid, over samen-leven als basis van het leven. Mens-in-meervoud zijn. Niet als ijzeren wet.. er zijn ook mensen die geschapen lijken om alleen door het leven te gaan.. zonder partner. Er zijn er die dat kunnen, zonder zich eenzaam te voelen. Maar bij velen van ons werkt dat niet zo. 
God zag dat het niet goed was dat de mens alleen was… zo voelt het bij velen van ons, die alleen zijn gebleven, of alleen zijn komen te staan. Had ik maar iemand om van te houden.. zong Ciske de Rat ooit.. twee zachte armen om me heen… en zo zijn er nog talloze, eindeloos veel liedjes die dat verlangen bezingen.

adam en eva - raam van Chagall
Niet elke relatie loopt goed, en sommigen lopen niet goed af. In onze tijd zijn dat er vele, maar het is van alle tijden. Jezus kreeg er in zijn tijd al vragen over. Mag je wel scheiden? Hij wordt er door de Farizeeën naar gevraagd, omdat ze wel weten dat hij er radicale ideeën op na houdt. Ook over de liefde, over wat je voor een ander over zou moeten hebben. De Farizeeën willen hem in de val lokken en hopen dat hij iets zeggen zal wat ingaat tegen de wet van Mozes. Want dan kunnen ze hem daarmee aanklagen.
Volgens de wet van Mozes mag je scheiden. Net als in onze wet is dat geregeld. Er is in Deuteronomium sprake van een scheidbrief, die de man aan zijn vrouw mee moet geven. De man is hier de enige die het initiatief kan nemen, de vrouw is min of meer zijn bezit. Hij kan haar vrijlaten, zodat beiden overnieuw kunnen beginnen, of niet.
Dat is een heel andere situatie dan in onze samenleving waar twee echtgenoten samen naar een mediator gaan (als ze er nog samen uit kunnen komen) om de afspraken vast te leggen. Hoewel ook in Nederland veel vrouwen niet financieel op eigen benen kunnen staan, en daarmee in de praktijk afhankelijk zijn..
Opvallend is dat Jezus man en vrouw gelijk behandelt. Beide kunnen de ander verstoten.. en moeten dat ook niet doen. Want scheiden mag – het staat in de wet - maar Jezus is heel duidelijk: het is second best. De inzet is verbinding en trouw, niet scheiding. Dat heeft God niet bedoeld toen hij de mensen samen maakte.
Nu kun je de tekst ‘wat God verbonden heeft mag een mens niet scheiden’ natuurlijk heel verkeerd gebruiken. God heeft mensen verbonden aan elkaar, maar of hij nu achter elke trouwambtenaar staat om dat huwelijk te sluiten? Wij mensen gaan een huwelijk aan en zeggen ja.. en overzien vaak niet waar we aan beginnen. God geeft zijn zegen als wij daarom vragen. Maar kent ons goed genoeg om te zien dat er misschien geen zegen op rust, wat wij proberen.. soms beginnen we aan iets onmogelijks.

De inzet is: verbinding. En Jezus fulmineert ertegen, als de één de ander wegzendt… Het mag, scheiden, volgens de wet. En het kan niet anders of Jezus begrijpt dat het soms niet anders gaat. We kennen hem niet als iemand die met de opgeheven vinger zwart wit denkt, in ijzeren wetten van goed en kwaad. Wie fouten maakt wordt door hem niet weggezonden, maar uitgenodigd aan tafel, uit de hoogste boom gehaald als Zacheus, of verdedigd tov degenen die stenen willen gooien en veroordelen.
Maar voor Jezus is de liefde wat hem drijft.. en daarom kan hij niet anders dan ons oproepen om niet te snel een ander weg te zenden. Om het niet te snel op te geven met elkaar. Niet te snel te grijpen naar de wet, waarvan het toch mag, uit elkaar gaan. De liefde is belangrijker dan de letter van de wet. 

De mens is bedoeld om samen te leven. Verbonden met je vader en moeder, familie, vrienden… daarin speelt het net zo goed, de vraag of je trouw kunt zijn, volhouden. Niet te snel een ander wegsturen, je omdraaien en het opgeven.. ruimte geven, dat wel. Maar je afkeren, dat zit in dat wegzenden, dat niet.. elkaar blijven aankijken en zien dat het de ander is die je gegeven is.. om mee samen te leven.
Trouw zijn aan de ander en aan jezelf, dat is de uitdaging van elke relatie. De opgave ook. Het een kan ten koste van het ander gaan, en dan gaat het verkeerd. De trouw aan de ander kan inhouden dat je jezelf uit het oog verliest en zelfs kwijtraakt.. dan kun je jezelf niet meer geven, dan ben je er niet meer echt, en weg is de relatie, want je bent er niet meer allebei. Of de trouw aan jezelf gaat ten koste van de ander – je eigen zoektocht staat voorop en de ander raakt uit het oog, de verbinding raakt weg door te grote afstand.
Trouw zijn aan de ander en aan jezelf – elkaar in het oog houden, met de nodige ruimte tussenin om elk jezelf te zijn en te groeien – maar steeds met dat verbindingslijntje, met vallen en opstaan.

Ik spreek uit ervaring.. wetend van het onvermogen om de ander vast te houden, van scheiding, van de vragen of dat het te voorkomen was, of het anders kon.. En inmiddels alweer jaren single, weet ik ook van het verlangen om samen te zijn. Om omarmd te worden met àlles wat je bent..
Het is ook ironisch: God gaf ons de ander, de liefde, maar daarmee tegelijk ook dat onuitroeibare verlangen dat je zo kwellen kan als er geen ander is om vast te houden en mee te delen wat je hebt en meemaakt. Daar zijn we mooi klaar mee…

Er is een Griekse mythe die vertelt dat de mensen eerst aan elkaar vast zaten, twee aan twee- als ronde bolletjes met 4 armen en 4 benen. Totdat ze van elkaar gescheiden werden… en sindsdien zijn we allemaal op zoek naar de andere helft.
Zo kan het voelen, als je alleen leeft: incompleet, alsof je maar half leeft. Een leeg huis, niemand die je welterusten zegt, niemand om tegenaan te kruipen. Natuurlijk er zijn genoeg lieve mensen, maar blijkbaar is het toch die ene waar we naar verlangen. Om ons in alles mee te verbinden, samen een huis te bewonen, voor elkaar een thuis te zijn. Met vallen en opstaan, want dan kom je elkaar ook tégen, in één huis, dicht op elkaars lip.

Ik moet denken aan wat iemand me laatst vertelde. Ze zorgt voor haar dementerende man, en is blij dat ze het doen kan. Ze doet het met liefde. Ze horen bij elkaar, maar haar partner is hij steeds minder. En als haar kinderen dan vragen of ze niet iets voor haar kunnen doen dan zegt ze: Ik hoef geen hulp, als je me af en toe maar even vasthoudt.. Dat is wat ze nodig heeft – iemand die haar vasthoudt, die haar omarmt. Een mens die dichtbij komt.
Dat doet Jezus bij de kinderen. Hij wordt boos als ze weggezonden worden – ook hier geen wegzenden, geen scheiding maar verbinding. Ze mogen dichtbij komen, en hij omarmt ze.

Wij kunnen elkaar tot zegen zijn. Het beste in de ander naar boven halen, het mooiste tevoorschijn kijken. Elkaar laten opbloeien. Maar het kan ook anders gaan. Vorige week sprak de voorganger op deze plek over de tekst uit Marcus 9 – als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem af.. of je voet, je oog.. dat is beter dan in de hel komen mèt die hand, voet, oog… Soms ben je voor elkaar de hel; dan is het beter om de een van de ander te scheiden. Hoe pijnlijk ook, alsof je je hand afhakt… soms moet je afstand doen van iets of iemand. Ook in vriendschappen kan dat gebeuren.
In allerlei relaties, met je ouders, je kind, je vriendinnen en vrienden, je partner, is het iets om te oefenen en om om te bidden: om de kracht om lief te hebben. Bidden – dat is verbinding leggen met de bron van liefde. Stil worden en beseffen dat die relatie de basis is: God die ons heeft liefgehad, die ons liefheeft vanaf ons ontstaan. Het verhaal vertelt ons dat God en mens samen begonnen, in het paradijs. Zo begint en eindigt elk mens met God, in zijn handen, geliefd in zijn ogen, gedragen in zijn omarming.
Bidden is stil worden en dat beseffen. Inloggen bij die krachtbron kan kracht geven om op te staan en de ander die je zo mateloos ergert, op wie je boos bent, door wie je je niet gezien voelt toch weer aan te kijken. Met andere ogen misschien.. om te zeggen hoe je je voelt misschien.. om de strijd aan te gaan misschien.. om te vergeven misschien…
Wat God verbonden heeft – wij mensen aan elkaar verbonden, dat moet niet doorgesneden worden. Ook al ga je misschien ieder een eigen weg, neem je afscheid van elkaar, kun je niet meer samen verder, toch blijft dat je samen mens bent. Ieder mens van God. Iemand helemaal afschrijven.. dat zal God niet doen. Dat moet ook onze houding bepalen.. niet scheiding, maar verbinding. Daarvoor is de aansporing van Jezus, deze hartekreet.
En als er teveel gebeurd is, we te zeer gekwetst zijn en beschadigd door een ander.. dan doet God het voor ons, denk ik. Hij vergeeft waar wij het niet kunnen. Hij verbindt waar wij de ander helemaal zijn kwijtgeraakt.
Want met hem begon het, met God die zich verbond met de mens. Met ons, met jou en met mij.

Preek gehouden in de Protestantse gemeente Cothen, zondag 7 oktober 2012. Gelezen werd uit Genesis 1 en Marcus 10: 1-16.
De dienst is terug te luisteren via www.protestantsekerkcothen.nl. Op http://zinspiratiewbd.wordpress.com/2012/10/06/over-de-liefde-mens-in-meervoud/ staan 2 bijpassende teksten. 

Een liedje over omarmen.... 



zaterdag 25 februari 2012

woestijn

In vele kerken wordt op de eerste zondag van de veertigdagentijd het verhaal gelezen van ‘de verzoeking in de woestijn’.*  Voor Jezus in het openbaar actief wordt trekt hij zich terug op een stille en eenzame plek en vast 40 dagen lang. Terwijl hij zich zo oefent in zelfbeheersing komen de verleidingen dubbel op hem af; duivelse verleidingen van de gemakkelijkste weg.

Jezus zoekt de woestijn op,
de leegte;
confrontatie met stemmen die verleiden
tot de gemakkelijkste weg.

Het comfort – consumeren zonder te denken;
de sprong – de spanning en de kick waardoor je voelt dat je leeft;
de macht – die maakt dat je je belangrijk voelt.


Onze tijd vraagt om een woestijn,
om leegte,
om zelfbeheersing.
Niet aanhollen achter nieuwsgierigheid, hulpvaardigheid, geldingsdrang..
Onze tijd vraagt om een woestijn
van zwijgen en wachten
zoals het waken om het bed van een zieke.
Niet wegvluchten voor kwetsbaarheid,
maar oefenen in kracht om waarachtig te leven;
oefenen in blijven.

* Matteüs 4: 1-11; Marcus 1: 14, 15; Lucas 4: 1-13

vrijdag 17 februari 2012

Verdienen

Verdient een schoonmaker minder dan een directeur van, noem eens wat, een woningbouwstichting? Het is een gegeven dat het zo is, maar verdiènt die directeur het ook echt, om zoveel meer op zijn rekening te ontvangen?
Jezus vertelt een gelijkenis, over dagloners. Flexwerkers dus, die maar moeten afwachten of ze ingehuurd zullen worden. Een groepje van hen wordt ‘s morgens vroeg van het plein geplukt waar ze rondhangen, om druiven te plukken. Zijn het de fitste, de jongere krachten? De werkgever komt een dagloon met hen overeen. Dat wat je nodig hebt om van te kunnen leven. Drie uur later gaat de werkgever terug naar ‘t plein, en haalt nog een plukje werknemers. Ze zullen goed betaald worden, belooft hij. Tot 3 keer toe gaat hij mensen halen. Wie wordt het laatst gekozen – degene met een kleurtje, een handicap, met weinig opleiding? De laatste groep hoeft maar even te plukken, dan is de werkdag voorbij. Dan komt het moment van uitbetalen. Die laatstgekomen zijn het eerst. Zij krijgen het dagloon, dat aan de eerste groep beloofd was. Maar als de anderen hun geld in ontvangst nemen, blijkt het precies evenveel! Niks meer! Terwijl ze uren langer gezwoegd hebben.
Hoe oneerlijk is dat...
Maar zo gaat het dus bij God. In Gods economisch systeem krijgt iedereen wat hij nodig heeft om van te leven. Niet de prestatie gaat voorop, geen Niet dat je er niks voor hoeft te doen. Maar voorop staat: iedereen genoeg voor het dagelijks brood.
Dat is een spiegel voor ons. Voor ons die zo snel gaan vergelijken. Waarom krijgt die ander meer.. ?  Waarom heeft die ander meer? Ik ben toch niet minder dan een ander?
In Gods economie worden inkomensverschillen niet verder opgedreven, maar verdient ieder genoeg om van te leven. Omdat ieder mens dat verdient.