Posts tonen met het label secularisatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label secularisatie. Alle posts tonen

donderdag 27 september 2012

Anders verder.. de kerkdienst..

In de elf jaar dat ik predikant ben heb ik het kerkbezoek zien veranderen. Er zijn steeds minder gemeenteleden die elke zondag op hun vaste plekje zitten. Ouders met kleine kinderen komen af en toe, en ouders van onwillige tieners vinden het steeds moeilijker om zich tot kerkgang te zetten. Naar de kerk gaan is een keus; je kunt het ook niet doen. Zelfs oudere gemeenteleden nemen de vrijheid om thuis te blijven maar jongere generaties kiezen zeker hun moment.
De zondag als rustdag betekent voor velen dat ze even niets hoeven - ook niet naar de kerk. Sommigen steken liever hun handen uit de mouwen in kerkelijk vrijwilligerswerk, of beleven meer aan het uitwisselen in een gesprekskring dan met het eenrichtingsverkeer van de kerkdienst.
En dan zijn er zovelen voor wie kerkgang totaal uit hun leven verdwenen is.. of er nooit deel van heeft uitgemaakt. De drempel van de kerk op zondagmorgen is voor hen hoog; om hen aan te spreken worden er allerlei toegankelijker activiteiten bedacht. Er is bezinning via virtuele netwerken, er wordt gepreekt door leken op zondagmiddag, er zijn debatten in de kerk, een nacht van de hoop, kunst in de kerk enz.
Maar de zondagmorgen als het moment waarop de gemeente bijeenkomt verliest terrein. Kan de kerk zonder dit centrale moment? Heeft de kerk overlevingskansen als er op allerlei plekken en in diverse samenstellingen ontmoeting plaatsvindt verspreid over de week? Wat gedachten, niet gehinderd door diepgravende studie..

De kerk is een plek waar mensen samen ruimte maken voor de ontmoeting met God. Dat hoeft niet per se op zondagmorgen..of binnen 4 muren. Het gaat erom dat 'het heilige gebeurt' - dat God en mens elkaar raken.
Ik wil het vergelijken met kringen in een vijver. Die kringen kunnen overal ontstaan.. wandelend in je eentje, bij een stevig gesprek rond de tafel, door samen te zingen, in een gesprek van mens tot mens, door het samen delen van een vrolijke maaltijd, tijdens het dansen..
Maar een kerkdienst op zondagmorgen is een plek waar veel kringen bij elkaar komen. Al eeuwenlang wordt er gevierd  op de zondag, de dag van de opstanding. Ook voor niet-gelovigen heeft deze dag een aparte status en wordt gewaardeerd als welkome onderbreking van een 24/7 beschikbaar bestaan. 
De vormen in de kerkdienst zijn niet van vandaag of gisteren, maar hebben oude papieren. De hele mens wordt erin aangesproken: de zintuigen doen mee, het lijf zingt, er klinken verhalen die raken kunnen, er is iets te leren,stilte om tot jezelf te komen en je bent er niet alleen maar samen. Op veel manieren wordt concentratie opgebouwd. Het is geen garantie voor ontmoeting, maar er wordt wel ruimte gemaakt; mensen zitten er samen klaar voor... zal het heilige gebeuren?

Maar het is balanceren op een dun lijntje. De vormen met oude papieren zijn produkt van eeuwen oefening in ruimte maken voor het heilige - in woord en gebaar. Maar blijven die vormen wel in contact met dagelijkse ervaring? Verwijderen ze zich er niet van met het verglijden van de tijd? Dan wordt ontmoeting moeilijk en komen de kringen niet meer bij elkaar in de kerkdienst.
Voor veel mensen geldt dat het water niet per se op zondagmorgen tussen de 4 muren van een kerkgebouw in beweging komt. Of ze komen af en toe, op speciale momenten, om iets te ervaren. Ze zijn daarmee meer gast dan mede-drager van de ontmoeting. De kerkdienst is voor hen een evenement misschien, een incidentele ervaring die niet leidt tot dagelijkse betrokkenheid. Een enkele kring in de vijver.. niet niks. Maar wie blijft om de concentratie van de zondagmorgen vorm te geven en te dragen?
Als voorganger en kerkganger mis ik veel mensen in de kerk. Tegelijk zie ik op andere momenten en plekken echte ontmoeting gebeuren en wil ik geen oordeel hebben over keuzes die mensen maken. Ik ben zelf deel van de verandering waardoor die keuzes ontstaan. Maar toch..een pragmatische vraag: is de zondagmorgen qua concentratie te verslaan, op de lange duur? Wat als de plek waar zoveel cirkels in het water elkaar raken op den duur verloren gaat? Kan de kerk, dat zootje ongeregeld dat Jezus probeert te volgen op diverse momenten en plekken dezelfde concentratie vasthouden..?  Of kan er juist, op nieuwe manieren, midden in het dagelijks leven ontmoeting met God opbloeien.. met fris elan?

Gooit God zelf wel weer een steen in onze vijver..?

zaterdag 7 juli 2012

dominee; zwevend èn missionair...?

Van het weekend las ik het Manifest van Dominee 2.0, een beweging van jonge predikanten - ondertekend door de jonge predikant-in-opleiding waar ik maanden mee samenwerkte. En ik begon in het 'Zwevende gelovigen' van Joep de Hart - al even uitgekomen, maar bij mij totnutoe op de stapel nog-te-lezen. 
Dominee 2.0 schreef een bevlogen pleidooi voor een kerk-van-nu: marginaal, maar met een missie. Niet blijvend gebonden aan 17e eeuwse vormen (ze denken daarbij vast aan een statische kerkdienst?) en niet verzandend in schroom die zorgt voor vaag gepraat over 'licht liefde en liturgische kleuren'. De naam van God mag (of moet?) worden genoemd en verbonden met het concrete dagelijks leven.
Laat ik nu net bezig zijn om een missionair project van de grond te krijgen (als dominee 1.0 ;-) want sinds ik met een predikant-in-opleiding heb gewerkt voel ik me niet meer de eeuwig jongste bediende, maar een oudere predikant..da's even wennen).Na weken sleutelen aan het concept, feedback vragen en verwerken realiseerde ik me vandaag - met schrik - dat het woord 'God' niet in het concept voorkomt. ZIN gaat het heten,  het is gericht op zinzoekers, en de Bijbel komt erbij op tafel. Maar hoe expliciet maak ik, dat het 'christelijk' is, want schrikt dat potentiële deelnemers niet af?

Joep de Hart beschrijft het verschil tussen 'religie' en 'spiritualiteit'. Religie wordt in het algemeen verbonden met de institutionele vorm van geloven.. en die staat in een kwade reuk. Veel mensen hebben daar afscheid van genomen. Spiritualiteit klinkt in de oren van velen opener, en sluit meer aan bij een individuele zoektocht. Als ik het schematische overzichtje bekijk van de Hart, dan trekt het rijtje kenmerken van religie me bepaald niet aan. Ik neig duidelijk naar spiritualiteit. Terwijl ik me dagelijks verbind met het instituut kerk, als beroeps-gelovige ben ik zo zwevend als wat... 
Het gebruiken van open en niet uitgesproken christelijke taal is méér dan een strategie om de markt van spirituele zinzoekers aan te spreken. Het past bij mij, want ik voel me vaak zo geseculariseerd. Geloven is voor mij zo onvanzelfsprekend als wat, maar toch probeer ik het. Ik ga er zelfs in voor.. zwevend en wel. En ik ben bevlogen genoeg om naar buiten te willen, de straat op en de digitale snelweg, om anderen te laten delen in die prachtige verhalen uit de Bijbel. Die verhalen die gaan over concreet geloven, over God en mensen.. Over Jezus die mij steeds weer uit mezelf bevrijdt door zijn tegendraadsheid.
Die verhalen gaan misschien ook wel over zinzoekers van vandaag, die geen zin hebben in georganiseerde religie maar wel op zoek zijn naar spiritualiteit . Maar hoe maak ik hen, die mede-zoekers en zwevers, duidelijk dat het over hen gaat? Net als over mij.. geseculariseerd, zinzoeker, spiritueel èn dominee.. 

Toch nòg maar eens kijken naar het missionaire plan; want de naam van God, die zal toch niet afschrikken? 

vrijdag 11 november 2011

kerk zijn hier en nu

Kerk zijn hier en nu – spreken over God

Het wordt er niet eenvoudiger op om kerk te zijn, in onze dagen. We zingen straks met Kerst ‘Eer zij God in onze dagen’ maar om dat in de praktijk te brengen..? Spreken over geloven is niet vanzelfsprekend, naar de kerk gaan is één van de dingen op een drukke agenda, en houd je dan nog wel energie over om je in te zetten voor de kerk? Zelf denk ik dat het eerste punt het belangrijkst is: in onze samenleving is geloven een optie temidden van andere opties. Er zijn genoeg mensen die heel gelukkig zijn zonder, en die een leven leiden waar je als gelovige best een voorbeeld aan kunt nemen. Geloven is niet nodig.. en wat het precies is, ook dat is moeilijk uit te leggen. Wie is God eigenlijk en waar vind je Hem? Alleen in de kerk.. nee toch zeker? Maar wat maakt de kerk dan zo waardevol? En ben je kerk vooral op zondagmorgen – hoor je er niet bij als je op zondagmorgen ook andere dingen wil doen, al is het maar soms?
Spreken over God, woorden zoeken voor het geheim van zijn aanwezigheid, dat doen we op zondagmorgen. Maar ook op andere momenten dat we elkaar ontmoeten als betrokkenen bij onze gemeente. En we doen het als anderen ons vragen naar ons geloof. Onze kinderen en kleinkinderen, collega’s en buren.. Of vragen zij er niet naar? Of ontwijken we de vraag? Zwijgen we maar liever?
Het is niet eenvoudig, en spreken over God lijkt vaak eerder op stamelen en stotteren. Toch denk ik dat dat beter is dan gladde one-liners, zinnen die moeiteloos uit je mond rollen maar niet doorleefd zijn. God is zo groot, hoe kunnen we anders dan stamelen als het over de Eeuwige gaat? Maar laten we het wel proberen…

Kerk zijn hier en nu – de kerk dus..
En dan het tweede: spreken over God is niet eenvoudig. Maar een kerk overeind houden ook niet. Laatst sprak ik erover met iemand die geen enkele band heeft met een kerk. Zij kon zich niet voorstellen dat de kerken verdwijnen uit de Nederlandse samenleving; daarvoor vormen ze er een te onmisbaar onderdeel van, zei ze. Dat deed me natuurlijk goed. Tegelijk knaagde er iets.. Want een kerk die van waarde is blijft niet vanzelf overeind. Het is als met kloosters: een groeiende groep Nederlanders bezoekt ze af en toe, en geniet van de inspirerende rust en regelmaat. Maar ondertussen moet er elke week wel een klooster sluiten omdat er niet genoeg kloosterlingen meer zijn om de lofzang gaande en het klooster draaiend te houden. Ik wil hier geen sombere conclusies trekken over waar het heengaat met onze tijd, en onze kerk. Waar iets verdwijnt daar groeit ook weer iets nieuws - ik denk dat we dat de Geest van God wel mogen toevertrouwen. Maar toch.. zonder mensen die zich willen inzetten, die niet op veilige afstand blijven maar zich verbinden, blijft een organisatie niet overeind. Zelfs de kerk niet..

zondag 30 oktober 2011

verbouwing

Ik groeide op in een pastorie waar verkiezingsposters van de PvdA achter het raam hingen. Waar gemeenteleden opschrokken van posters met 'kruisraketten NEE'.. Christelijke politiek was bijna een vies woord. In mijn meer dan 20 jarige stem carrière heb ik ook nog nooit CDA gestemd. Maar daar zat ik zaterdag: aan de pc gekluisterd om het CDA congres te volgen. En ik struinde het internet af om de speeches te kunnen nalezen. Vooral die van collega-theologen Ruth Peetoom en Jacobine Geel heb ik met aandacht gelezen.*
Christelijke politiek bestaat die wel? Van prof. Gerrit de Kruijf leerde ik in Leiden dat ethische keuzes zich in het maatschappelijk debat niet met religieuze argumenten laten verdedigen. Er is phronèsis nodig - je moet je verstand gebruiken in het debat over morele kwesties.
Dus kort samengevat: politiek is niet christelijk, maar christen-zijn is wel politiek.
Want -een open deur- het geloof in Jezus' boodschap neem je mee als je over de drempel van de kerk naar buiten stapt, de week in. Je leest de Bijbel met de krant ernaast.. of andersom.

Maar toch - het verraste me dat ik me zo betrokken voelde bij de discussie in het CDA. Voor mij gaat christen-zijn net zo goed samen met de keuze voor een andere politieke partij. Ik voel me geen CDA-er en toch wil ik nu meedenken en zit ik te twitteren over het CDA.. Hoezo?
Terwijl een PvdAlid verborgen in haar binnenkamer de afweging maakt hoe de bijbelverhalen die haar raken zich vertalen in politieke keuzes ligt dat bij het CDA-er op straat. In de kwestie Mauro vlogen de verwijzingen naar de bijbelse traditie op Twitter in het rond. Het lijkt wel alsof er in een geseculariseerde samenleving alleen maar meer gevraagd wordt naar het hoe en waarom van christelijke inspiratie. Het CDAlid en in haar kielzog de hele christelijke gemeenschap wordt er streng op afgerekend: doe je wel wat je zegt?!
Geloven en dagelijks leven, het verband ertussen onvanzelsprekend geworden en daarom zijn de vragen spannend. Het komt er op aan. 
De verwarring waar het CDA zich nu in bevindt raakt aan de vragen waar we binnen de kerk mee bezig ben. Wat is de relevantie van de traditie? Vertalen we de traditie genoeg - in begrijpelijke taal en in daden?
Dus, hoewel geen CDAlid, toch voel ik me betrokken. Het zijn misschien niet mijn antwoorden, maar de vragen die in het CDA besproken worden zijn wel de mijne.
Hoe bewonen we de traditie als een ruimte waarin we samenleven kunnen? Er is in de samenleving grote behoefte aan samenhang, aan verbinding. Hoewel de analyse van de samenleving in 'nieuwe woorden, nieuwe beelden' mij te cultuurpessimistisch is (daarom stem ik waarschijnlijk geen CDA) herken ik de urgentie. 
Jacobine Geel begon haar verhaal op het CDA congres met dit gedicht:

Was ook de politiek maar zo:
dit in de werkelijkheid aankomen als in een
oude boerenhoeve en zeggen: dit is
een dragende muur, die laten we staan,
die en die muren moeten weg,
daar komen grote ruimtes.       Herman de Coninck


De verbouwing is gaande. In het CDA maar ook in de kerk. Ik leef gespannen mee.

PS:
deze blog gaat vooral over het verhaal van Jacobine Geel en de her-ijking van het chr.democratisch gedachtengoed. Haar speech leest als een kritisch betoog bij de discussie Mauro. Probleem is onder andere teveel pragmatisme en machtsdenken, volgens de speech. Inderdaad: CDA moet zich niet alleen bezinnen op gedachtengoed maar zeker ook op de omgang ermee. Niet alleen ideeën herijken maar ook gedrag. Wat is leidend bij politieke keuzes? Zijn de christen-democraten teveel bestuurders geworden?
* Bevindingen van de commissie 'Nieuwe woorden, nieuwe beelden', gepresenteerd door Jacobine Geel tijdens het CDA congres, te vinden op www.cda.nl/nieuws

vrijdag 14 oktober 2011

zieltjes

Ik begrijp steeds minder van de kerk.. van wat 'kerk' is en wat niet..
Zelf zoek ik voorzichtig de weg van mijn hoofd naar mijn hart. Van harte gelovige, hoewel met horten en stoten, weerstand, twijfel.. maar toch - ik oefen de houding van me toevertrouwen. Me toevertrouwen aan de onvanzelfsprekendheid van Iemand die me draagt, aan het onbekende van Iemand die me vinden wil misschien, me iets geven wil.. Als de discipline me niet in de steek laat tenminste, en ik weer in de oude gewoonte van doorhollen verval in plaats van de tijd te nemen om stil te zijn, letterlijk op de knieën.
De traditie is de bedding waarin mijn verlangen om te geloven kan stromen. Verhalen, beelden, begrippen van eeuwen oud of nieuwer.. De traditie van de kerk.. een kerk die een traditie heeft van 'zieltjes winnen'. Gaat het er om dat we mensen winnen voor het verhaal van geloof, hoop en liefde zoals dat in de Bijbel te vinden is?
Hoezeer dat verhaal ook mijn eigen voedingsbodem is, toch blijk ik 'ongeneeslijk relativerend'.

Ik volg Kuitert niet die – als ik het goed begrijp – vertelt dat we niet hoeven te geloven in transcendentie. Ik wil juist zo graag geloven .. me verwonderen, het verlangen aan laten wakkeren en het vertrouwen voeden. Boven mezelf uitgeheven worden..  En ik voel me geroepen om daar ruimte voor te maken, plek voor te creëren, op wat voor manier dan ook. Op zondagmorgen, op internet, middenin het dorp.. stilte en gesprek, een gedicht of een lied, gebed en een arm om de schouder. Dat is mijn missie.
Maar wat heeft dat met de kerk te maken? Daar kom ik niet goed uit. Wil ik het verhaal van de traditie uitdragen? Ik wil het wel vertellen, maar niet aan de man (of vrouw brengen). Die behoefte, die bevlogenheid ontglipt me meer en meer. Het gesprek is me genoeg. Als er ruimte komt om te praten over  verwondering en vertrouwen, en als ik daar een klein beetje aan heb kunnen meewerken, dan is het mij genoeg. Is dat ook genoeg?
Is het niet mijn taak als predikant om de ziel van de ander te raken met de boodschap van geloof, hoop en liefde zoals die in Jezus belichaamd is, en neergeschreven in de Bijbel? Is het niet de bedoeling om mensen lokken tot betrokkenheid bij de kerk, die groep mensen die Jezus volgen wil? Ik weet het niet.. Zieltjes winnen kan ik niet, dat moet God zelf doen..