maandag 14 januari 2019

Over water


In een Houtense woonwijk vol water en straten die meren zijn, moest ons Gluren bij de buren programma wel over water gaan. Met Binne, Leone, Jorien, Pieter en Matthijs en Willem speelden we liedjes van een zeeman. Drie keer zat de huiskamer van Marike en René vol, om te luisteren naar liedjes van Jeroen Zijlstra, zoekende zeeman, en wat gedachten over water. 

In zijn liedjes over zee, verlangen, storm en in elke haven een nader liefje duikt soms ineens iemand op die lijkt op Jezus. Die Jezus uit de Bijbel die ook steeds het water opzocht, die woonde aan de zee van Tiberias..   Blues voor Slauerhoff is zo'n liedje van verlangen dat zingt over een haven waar een mens een leven lang naar blijft zoeken.  

Water dat stroomt houdt het verlangen in beweging, als eb en vloed. Naar thuiskomen of juist naar weggaan, de verte tegemoet.

Draag me - zingt Zijlstra:
jij bent mijn boot van papier
Jij bent mijn kwetsbare kant
Draag me, bootje van papier

In
Water nodigt uit om met de stroom mee te gaan.. zonder te weten waarheen. Zonder zekerheid, kwetsbaar en wel..

Breek is bijna een gebed, voor de kwetsbaren van deze wereld, voor wie zichzelf geven. En doet denken aan de zaligsprekingen.. En zou het ook over Jezus gaan als ZIjlstra zingt: 

Voor de stem die zich moet weren

Voor de scherven in je eigen keel
Voor de kunst van het proberen
Ook al blijft er niets meer van je heel

Voor de pijn van het vermoeden
Voor die ene zin of melodie
Voor de maker die moet bloeden
Voor hij uitbarst in z'n laatste lied

Water is flow, maar het kan ook gevaar betekenen. Tegenover veel water is een mens weerloos, breekbaar.. Heb je ooit wel eens gezeild hebt bij flinke wind en regen? Dan weet je niet meer waar het water ophoudt en de hemel begint. Je raakt alle houvast kwijt. Het is één grote grijze massa.

Wat geeft je houvast als het stormt?
In Wachtsman is Jezus er … 
En ooit lag iemand rustend in een boot
Buiten blies een ziedende orkaan
Alles kraakte
Maakte water
Was in nood
Golven sloegen tegen 't scheepje aan

Hij sprak bestraffend tot de wind en zee
Beiden zwegen
't Werd volkomen stil
Als een wachtsman in het donker vaart hij mee
En zal er zijn als ieder slapen wil
Iemand die je vertrouwen geeft, als stormen woeden. ’s Nachts als alles erger lijkt… zou Zijlstra dat zelf ook zo gevoeld hebben, toen hij naar zee ging? Nog maar 15 jaar oud, een jongen die nog van niets wist, zeeziek en wel…
Over water lopen; het is een sterk beeld van vertrouwen, van gaan ondanks diepte en donker. Een beeld van flow dat opduikt in liedjes. In het Bijbelverhaal loopt Jezus over het water, maar ook Petrus probeert het. Hij zet zijn voet op het water en loopt..  even. 
Vorig jaar was ik op vakantie aan de zee van Tiberias, of het meer van Galilea. Waar de verhalen van Jezus en zijn vrienden  spelen. Het zijn vissers, ze varen regelmatig over, en niet zelden is het donker en stormt het. Die vakantie week aan het meer liep ik rond met een dilemma. Een beslissing die ik nemen moest.  Werk waar ik met heel mijn hart aan begonnen was, was me boven het hoofd gegroeid. Ik kon niet verder, maar kon ik het uit mijn handen laten vallen? Ik twijfelde.
Op een gegeven moment stond ik daar aan de smalle kant van het langgerekte meer.. De wind was opgestoken, ineens stonden er kleine koppen op het water. Ik liep naar de waterlijn en er kwam over het water iets aanwaaien wat me riep. 'Heb maar vertrouwen'.. zo klonk het. 'Ergens in de diepte komt iets nieuws..' En het was net of ik mijn voet op het water kon zetten om te lopen, met vertrouwen. Zijlstra zingt erover in Over water... 


zondag 6 januari 2019

Caravaggio in Utrecht: oog in oog met Jezus

Christus toont zijn wonden,
Giovanni Antonio Galli, ca. 1625/35
Met een vriendin sta ik in het Centraal Museum voor de muur met schilderijen van 'De ongelovige Thomas'.* Op het middelste schilderij staat maar één figuur en het is Thomas niet. Het moet Jezus zijn die zelf een vinger in de wond in zijn zij steekt. Hij kijkt niet naar wat hij doet, maar hij kijkt iemand aan. Is het Thomas? Ben ik het? Of kijkt hij in een spiegel naar zichzelf? Je ziet een vraag in zijn ogen, denkrimpels in zijn voorhoofd. 'Het is Jezus en Thomas in één', zegt de vriendin naast me. En dan zie ik het ook. Jezus lijkt zelf te twijfelen en de vraag te stellen: 'Wie ben ik eigenlijk?'.

Op de schilderijen aan weerszijden laat Jezus zich aanraken door Thomas en staan andere leerlingen er met hun neus bovenop, met dezelfde denkrimpels. Het is heel intiem eigenlijk. Jezus heeft er zelf toe uitgenodigd. 'Voel zelf maar..' zegt Jezus tegen Thomas die niet kan geloven dat het werkelijk Jezus is, of dat Jezus werkelijk er is, na zijn dood aan het kruis.
Aanraken is een weg om te ervaren dat de ander er werkelijk is. Dat wat je hersens niet bevatten kunnen kan de aanraking van de huid tastbaar maken. Liefde die onwerkelijk groot is heeft behoefte aan lichaamstaal als woorden tekort schieten.
Zonder het platvloers te maken heeft het aanraken van Thomas iets sensueels. Het is meer dan oppervlakkige aanraking, hij mag het lichaam van Jezus heel even binnen als hij zijn wonden voelt. 'Leg je vinger er maar in' zegt Jezus.

De ongelovige Thomas,
Michelangelo Merisi (Carvaggio), 1600/1625
Op dat ene schilderij wordt Jezus niet aangeraakt. Het ziet er uit als iemand die alleen voor de spiegel staat en zich afvraagt: Wat zie ik? Wie ben ik eigenlijk? Hoe ziet een ander mij?  Kun je door zo in de spiegel te kijken vertrouwd raken met je eigen lichaam? Er zijn therapeuten die het aanraden als manier om zelfvertrouwen te voeden. Kijk eens, hoe mooi je bent; ook je beschadigingen en littekens mogen er zijn. Verstop ze maar niet..
Maar heb je daar niet jùist de blik van een ander voor nodig? Om jezelf te zien op je mooist? Om te weten wie je bent?
Ik zie in de blik van Jezus een vraag. Als ik nog eens beter kijk, dan zie ik dat hij de wond aanwijst en uitnodigt tot aanraken. 'Kijk maar, hier.. voel maar.. Dit ben ik. Met littekens en al'. Ik moet denken aan het woord huidhonger - het vat samen dat een een lijf vraagt om aanraking.  Het is het verlangen om de schaamte voor je littekens en de sporen die het leven getrokken heeft af te leggen en gewoon te zijn wie je bent.  Je zonder schaamte bloot te geven. Als je in de ogen en de armen van een ander bestaat, dan gaat de twijfel over wie je bent en of je er mag zijn, liggen als een storm die tot bedaren komt.

* tentoonstelling 'Utrecht, Caravaggio en Europa' in het Centraal Museum Utrecht, 16 december t/m 24 maart 2019

maandag 31 december 2018

If I could save time in a bottle... Top2000 dienst in Zoetermeer


"If I could save time in a bottle"...zingt Jim Croce.
Zo aan het einde van het jaar kan het je overvallen: tijd die door je vingers glipt, te snel.. te weinig tijd.. de tijd tikt weg..

Tijd heeft ook iets van een oordeel in zich: wat doe ik er mee? Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, wat kwam er van de dingen die ik wilde… heb ik mijn verlangen gevolgd, of heb ik dingen laten liggen? Wat doe ik met de dingen die terugkijkend, niet waren zoals ik wilde. In psalm 90 klinkt de vraag door: is er iemand die ziet wat ik er van gemaakt heb? Die me doorziet, op een milde, liefdevolle manier, die me aanspoort?
Dit jaar had ik een gesprek over deze psalm met iemand die ziek is – kanker heeft ze.. ze weet niet hoeveel tijd ze nog heeft, maar wel dat ze haar kleinkinderen niet zal leren kennen. Ieder van ons heeft niet eeuwig de tijd, maar wat als je het heel tastbaar wordt, als een arts tegen je vertelt dat je niet lang meer hebt. Van haar leerde ik het woord ‘genadetijd’ – een heel christelijk woord, genade – dat spreekt van ontvangen, van een open hand, van weten dat je zoveel dingen niet per se verdiend hebt, maar wel krijgt.

Ook als je niet ziek bent, of ziek geweest als Lisanne die hier vandaag zingt, dan nog is het goed om zo  naar je tijd te kijken denken. Als iets wat je ontvangt. Wat kostbaar is…
Tijd die voorbij glijdt vraagt niet van ons om nog harder te lopen, of nog meer te doen. Maar te zijn waar we zijn – de tijd te vergeten doordat je bent, er bent.Je helemaal te geven aan wat je doet, liefhebben, doen wat je kunt, wat je goed kunt.. dat maakt dat de tijd even stilstaat.

Elke dag wakker worden en beseffen dat er licht is, dat er liefde is die je draagt,
is dat de geliefde naast wie je wakker wordt
of de vogel die buiten zingt die je dat vertelt
of gewoon, het zonlicht..
het liedje in je hoofd dat vertelt van verlangen..
noem je het God – de liefde waar je van leeft, door alles heen..
Misschien gebruik je het woord God niet, maar ken je wel de verwondering en dankbaarheid voor dat wat je helpt om te leven, wat het leven glans geeft.
Het is deze zin uit het liedje 'Thinking out loud' van Ed Sheeran die me zo raakt: We have found love right where we are.. liefde is waar jij bent.. kijk waar je bent, wie er is bij je.. daar is het geluk, daar is het te vinden..
Het is niet per se gemakkelijk, en een en al zonneschijn, het leven. We staan vandaag stil bij het werk van het KWF. Hoe pijnlijk en verdrietig is het, als ziekte je zoveel afneemt, en als je zo vechten moet met die ziekte. Toch leer ik juist van hen, – van Lisanne.
Ik moet ook denken aan Kinga Ban – zangeres, ook zij heeft kanker. En zingt dan het prachtige liedje ‘Vandaag’
Dit is vandaag
en het is alles wat je hebt..
met zijn vreugde en zijn pijn
en je hoeft maar één ding te doen
dat is: er zijn.

Je krijgt straks allemaal een flesje mee.. Je kunt de tijd niet bewaren.. maar wel iets anders.
Misschien kun je dit jaar flessenpost aan jezelf sturen.. in de fles stoppen waar je dankbaar voor bent in het afgelopen jaar. En misschien in één woord, dat beschrijft hoe je het nieuwe jaar binnen wilt stappen. Geen grote voornemens, maar een woord voor hoe je gaat.
Ga je met verwondering, of vertrouwen, doorzettingsvermogen of hoop of dankbaarheid, of moed of rust, energie of ontspanning– waar richt je je op? Ga je met God misschien?
Als je nu het goede van 2018 en een woord voor 2019 in de fles stopt… dan kun je die flessenpost aan jezelf later weer eens openen. 

Een nieuw jaar nodigt ons uit om hoopvol te zijn. Open voor wat we ontvangen zullen.




vrijdag 28 december 2018

Het Kerstfeest, Jezus en dj's.

Luisterend naar de radio vorige week, hoorde ik 2 dj’s tegen elkaar vertellen dat ze niet zoveel met de religieuze kant van Kerst hebben. Ze hadden een best grappig gesprek, over hoe Jezus weer hip zou kunnen worden. Ik luisterde in de auto en vond het eerlijk en pijnlijk tegelijk. Jezus die verdwijnt uit het Kerstfeest..
En tegelijk liepen diezelfde dj’s de blaren op hun voeten voor het goede doel, voor het Rode Kruis en het redden van levens. Het is vanzelfsprekend, nog steeds, ook als Jezus niet meer zo in beeld is: Kerst betekent iets voor een ander over hebben. De menselijke, aardse kant is er nog.. al is het perspectief op God weggeraakt.. Of God gaat met zijn liefde zo op in wat mensen doen, dat we het ternauwernood opmerken..

Die Dj’s die liepen voor Serious Request zag ik gisteren Wijk bij Duurstede uit lopen, naar Cothen, op weg naar Utrecht. Een niet zo heel opvallend groepje… door velen niet opgemerkt. Het was dit jaar niet zo glamourous. Geen Glazen huis met almaar feestvreugde er omheen maar ‘de Lifeline’- lopend dwars door Nederland, van dorp naar dorp, dag en nacht, dagenlang, van 3 kanten dwars door Nederland, naar Utrecht. Het leverde lang niet zoveel geld en aandacht op als het Glazen huis, maar misschien kwam het wel dichterbij Jezus.. Het steeds weer verder, nergens lang genoeg voor een echt feestje.. weer verder.. niet op een vrolijk plein of evenemententerrein, maar gewoon langs de straten en de deuren van heel veel mensen.. sommigen kwamen naar buiten, met geld of gewoon, koekjes.. of een tandem of trekker om ze even een stukje verder te brengen. Misschien zelfs wel een ezel..
Het leek eigenlijk verdacht veel op Maria en Jozef – en op Jezus met zijn leerlingen.. later twee aan twee.. en op vluchtelingen onderweg, alleen staat bij hen helemaal niemand aan te moedigen langs de weg.
Misschien ontdekken we iets van God eerder in die strompelende dj's met kapotte voeten en doorgeregende kleren, die blij zijn met een vriendelijk woord en hulp van mensen langs de weg, en instemming met hun goede doel..
God laat zich ontmoeten in kwetsbaarheid. In wie kwetsbaar is.

woensdag 19 december 2018

struikelen met een engel


Een paar jaar geleden kocht ik deze engel, gemaakt door mensen met een beperking . Geen goud of zilver, geen glamour.. ik twijfel of ik 'er wel mooi vind. Ze ontroert me vooral, doordat ze er zo onhandig uitziet. Tussen de dozen met kerstballen staat ze daar eenvoudig en herinnert me aan mijn onhandige leven - goed bedoeld pakt het nogal eens rommelig uit. Het troost me om naar haar te kijken. Ze gaat mee, terwijl ik naar het Kerstfeest toe struikel.



Als predikant die van de preekstoel woorden deelt die haken naar Gods Woord, kan ik me afvragen: 'maar wat bak ik er nu zelf van?' In de Advent vertel ik van licht dat komt, over het verwachten van God die dichtbij komt, God die onze rommelige, aardse staat opzoekt.. Maar ik kan treuzelen met verwachten, blijven hangen in wat ik mis en ongedurig bezig zijn in huis. Keer ik mijn gezicht wel naar het licht? 
Het kan mij helpen om bewust licht aan te steken in huis. Het is gek, maar een simpele kaars maakt de ruimte anders. Het is de aandacht voor de plek waar ik ben, de concentratie op het licht.. alsof ik nu pas toelaat dat er licht ìs.

Deze kerstengel glimlacht simpelweg in haar eentje, maar alleen zijn met Kerst vind ik best beladen. Al jaren vind ik op Tweede Kerstdag - als mijn kinderen met hun vader op pad zijn - ergens een plekje om aan te schuiven en gezelligheid te delen. Maar hoeveel mensen zijn er niet alleen, of vinden door gemis weinig 'feest' in deze dagen ... Heb ik zelf plek voor iemand extra als ik toch boodschappen doe en eten kook, heb ik 'plek in de herberg' - voor een engel alleen?



zondag 11 november 2018

Allerzielen op straat


column voor de lokale krant het Groentje - Houtens Nieuws


Zijn ochtendwandeling gaat elke dag langs de begraafplaats, even langs bij zijn kleinzoon die niet ouder werd dan 8 jaar. Het is een vaste tussenstop in zijn rondje om het dorp. Eén avond in het jaar zijn deze grootouders niet alleen op de begraafplaats. Met Allerzielen zijn er heel veel mensen die met een lichtje in de hand door het donker lopen, om licht bij een graf te zetten. Ze gedenken hun geliefde doden. Een paar jaar geleden was ik er bij. Er zong een koor, er brandden vuurkorven. Het gedeelde verdriet was voelbaar terwijl mensen hun weg zochten door het donker. ‘Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft’ zong het koor, bijgelicht met kleine lampjes. Het ontroerde me.
Als de dagen in de herfst korter worden lijkt onze behoefte aan licht groter te worden. Ik zie mezelf weer kaarsen aansteken in huis. Het is alsof de breekbaarheid van het leven voelbaarder is als het donkerder wordt. ‘How fragile we are’ – die regel van Sting zingt door mijn hoofd.
Er zijn vele lichtfeesten in het najaar, ook in de kerken. Allerzielen is er één van; een moment waarop donker en licht bij elkaar komen. Het gaat over de doden die we liefhadden en nòg; het gaat over het donker van gemis; over onze kwetsbaarheid als mensen. En het gaat over licht: de warmte van goede herinneringen die je koestert en het licht van eeuwigheid waar je hen aan toevertrouwen wilt.
Verdriet om iemand die je verloren hebt wordt misschien minder rauw, maar slijt het ook? Ik hoor wel eens zeggen: het wordt niet minder. Hoe langer iemand er niet meer is, hoe meer gemis erbij komt. 
Op 2 november, Allerzielen delen we vanuit de kerken lichtjes uit op het Rond. En klein lichtje dat het leven van iemand die je lief was verbindt met het licht van God, licht dat nooit dooft. In kerken wordt in november stilgestaan bij verdriet en gemis dat niet zomaar over gaat maar deel is van het leven. Dat delen we met elkaar en met God.
 


Elke vrijdagmiddag van 16 tot 17 uur is er Gesprek &ZO, voor vragen over geloven, in Brasserie &ZO aan het Rond 58. Je bent welkom!

woensdag 7 november 2018

Huidhonger

Het was zondagmorgen; na de preek improviseerde de pianist en tussen de noten kwamen regels uit een liedje van Blof de kerk in. “Lief, ga dan mee, en omarm me… “ 
Ik had gepreekt over de struikeltekst ‘Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden’(Marcus 10, 9), gewoon omdat het op het rooster stond. Zelf al meer dan tien jaar gescheiden vertelde ik over datgene wat vanaf de preekstoel niet zo vaak aan de orde komt: tekort schieten in je relatie en niet verder kunnen. Met de hoorders zocht ik wat die uitspraak van Jezus te zeggen heeft als het niet lukt om in een relatie de ander en jezelf recht te doen.

De pianist raakte een gevoelige snaar. Hij raakte eigenlijk de kern: het draait allemaal om omarmd worden.  Eén die ook geraakt wordt als ik de rest van dat gedeelte uit Marcus lees: ‘Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden, ze zijn dan niet langer twee, maar één.’ (Marcus 10: 6-8) Overigens, zonder enige aarzeling vervang ik in deze tekst de vrouw waar een man zich aan hechten zal door een man, of zie ik twee vrouwen voor me. Het gaat hier immers om liefde waarin twee mensen elkaar vol overgave liefhebben. Met huid en haar. Dat kan op verschillende manieren, ook al benoemt de evangelist Marcus die hier niet.
Het gaat om overgave die samenhangt met een keuze om het leven met elkaar te delen, en om trouw te zijn.

Als je single bent – nooit getrouwd, gescheiden of door de dood je lief kwijtgeraakt -  is intimiteit wat je missen kunt. De intimiteit van het delen van het dagelijks leven  en de woordeloze en vanzelfsprekende aanwezigheid van een ander lichaam. Je mist de intimiteit van de keuze voor één ander en het je met huid en haar aan iemand overgeven. Ooit leerde iemand me het prachtige woord ‘huidhonger’: mijn huid wil aanraken en aangeraakt worden.
Het gemis van intimiteit is niet voorbehouden aan singles - het kan er ook zijn binnen een relatie. Twee mensen die elkaar niet meer kunnen vinden, die langs elkaar heen leven. Lichamen die niet meer met elkaar vertrouwd zijn, of seksualiteit die stokt. Intimiteit is een gebied waar ook veel onuitgesproken mis kan lopen. En erover praten is vaak moeilijk.

De mens is niet bestemd om alleen te leven – zo lezen we dat in Genesis. En alleen ben ik ook niet, al ben ik single; ik ben met velen verbonden, op verschillende manieren. Er is de onvoorwaardelijke band met mijn kinderen (die ook boven de 15 gelukkig nog van een flinke hug houden) en er zijn vriendschappen die ongelooflijk waardevol zijn. Waarin ik me blootgeven kan en vertrouwen leer, waarin ik mezelf herken en schaamte overwin, waarin ik leer geven zonder aarzeling en afstemmen op wat er in een ander omgaat. 
Ik ben niet alleen, er zijn mensen die me aanraken en omarmen. De kus voor het slapen gaan die ik mijn dochter geef. De aai over zijn wang waarmee ik mijn zoon begroet. Een vriendin die naast me zit op de bank, verdiept in een boek en zonder iets te zeggen. Een vriend die me met een grote hug begroet.

'Huidhonger' door Marianne de Fouw
Maar in de liefdevolle omarmingen waar mijn leven rijk aan is, is er een stukje van mij dat niet wordt aangeraakt. Letterlijk is dat zo: naaktheid is niet iets wat binnen een vriendschap aan de orde komt. Ik kan best uit de kleren gaan zijn in het gezelschap van anderen, in de sauna of in mijn eigen badkamer. Maar dat is wat anders dan naaktheid die de naaktheid van een ander raakt. Het woordeloze ‘zijn’ van die naaktheid raakt een andere laag in mezelf dan vriendschap. Het is ‘oer’ en niet méér maar anders dan andere diepe verbindingen. Het gaat over iemand die dag aan dag bij je wil horen. Van het wakker worden met het ochtendlicht tot je je ogen weer dichtdoet, en ook de tijd er tussenin is er een lichaam dat het jouwe raakt, een leven dat het jouwe raakt.

Als single ben ik niet alleen, maar ik mis wel de ervaring van één worden met een ander, de ervaring van overgave, van helemaal blootgeven. Iemand om tegenaan te liggen in bed. De kus van een geliefde die verleidt tot nog meer huidcontact.
Het Hooglied vertelt zonder terughouden over het verlangen naar het lijf van een ander, over het gemis en het genieten. Het is erotiek in haar puurste vorm: liefde voor het zichtbare en tastbare lichaam. Borsten, billen, benen, lippen, haren, tanden, buik, ogen, geslachtsdelen – het mag allemaal gezien worden. En het zo opsommen doet totaal geen recht aan de poëtische manier waarop elk stukje van het lichaam bezongen wordt. Het is ironisch: God gaf ons de ander, de liefde, maar daarmee tegelijk ook dat onuitroeibare verlangen. Dat je zo kan kwellen als er geen ander is om vast te houden en mee te delen wat je hebt en meemaakt.
Naakt zijn is kwetsbaar. Maar het is tegelijk heerlijk om naakt te kunnen zijn bij iemand niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk. Het is iets waar je bang voor bent maar tegelijk heel erg naar verlangen kunt. ‘I feel nude when I’m in front of you’, zingt Wende Snijders. ‘There was a time I ran away from you. There’s not one illusion you don’t see through.’

Als er geen partner is met wie je leven en lichaam deelt, dan blijft het lijf vaak onbenoemd. Woorden die over lijfelijkheid gaan, die benoemen wat er mooi of aantrekkelijk aan je is, ontbreken, of klinken al snel grens overschrijdend. Ook de taal houdt de kleren aan, raakt de huid niet. Om in vriendschappen, contacten met collega’s en het omgaan met gemeenteleden zuiver te blijven moet dat ook.  Ik trek geen hobbezak aan die alles verhult (hoewel je de toga op zondag wel zo zou kunnen beschrijven), maar het lichaam en het verlangen om aangeraakt te worden moet wel voldoende bedekt blijven.
Tijdens een training contextueel Bijbellezen gingen we met een groepje aan de slag met gender diversiteit en pakten het verhaal van de Ethiopische eunuch (Handelingen  ) die Filippus ontmoet erbij. Deze man wiens seksualiteit geblokkeerd is en ongevaarlijk gemaakt, wordt geraakt door een tekst uit Jesaja waar lijden en pijn uit spreekt. In het gesprek met Filippus raakt zijn lijdensverhaal aan het verhaal van Jezus – en hij wordt daar zo door geraakt dat hij zich wil laten dopen. Hoe veel ruimte is er in kerken en onder gelovigen om te vertellen over seksualiteit die niet tot bloei komt? Hebben we aandacht voor het gemis dat er is op lichamelijk gebied, voor huidhonger?
Hoe kan mens warm worden als hij alleen is, vraagt de wijze zich in het bijbelboek Prediker af. Het is beter met z’n tweeën te zijn adviseert hij, want dan houdt de één de ander warm. Een wijs advies, maar soms ook een onmogelijk advies. ‘Plezier heeft de vorm / van jouw lichaam gekregen’ dicht Judith Herzberg.  Is dat andere lichaam er niet, dan heb je nog wel het verlangen.

Verlangen naar een ander lichaam kan niet eenvoudig opgelost worden. Op zoek gaan naar een partner geeft geen garantie op succes. Het kan wel leiden tot krampachtigheid en het gevoel, dat je het aan jezelf te wijten hebt dat je alleen bent.
Gemis dat niet zomaar opgelost kan worden wordt ook niet door God opgevuld. “Iedere nacht verlang ik naar U o God, ik hunker naar U met heel mijn ziel” is de tekst van een Taizé lied waarbij ik in gedachten de reactie van een single vriendin hoor. “Ik hunker wel naar iets anders als ik ’s nachts wakker lig” zegt ze dan. Ik snap wel wat ze bedoelt… God is geen stoplap voor onze leegte. De Eeuwige omgeeft het gemis en is er bij, zonder op te vullen wat zo bij ons menselijke, lijfelijke leven hoort…

Gemis kan niet zomaar opgelost. Maar het lijf verdient wel aandacht. We hebben het van God gekregen tenslotte. Er is 'incarnatie': God werd zichtbaar in een mens, de Eeuwige werd lichaam. Hoe dat precies kan, en hoe het goddelijke en het menselijke zich precies tot elkaar verhouden in Jezus, daar heeft men zich het hoofd over gebroken in de kerkgeschiedenis. Het is niet te vatten en tegelijk is het houvast: het goddelijke is lijfelijk.
Als één van de tips voor singles in een boek over alleen-zijn schreef ik ooit: raak mensen aan en laat je aanraken, want dat is een basale behoefte. Als een omhelzing je niet vanzelf overkomt – bij gebrek aan aanrakerige vrienden, kinderen, familieleden – laat je dan masseren, ga de tango leren dansen of ga naar de sauna. Je lijf heeft ook aandacht nodig; vergeet niet dat het er is. Een mens kan niet zonder de ervaring omarmd te worden.

dit is de uitgebreide versie van een artikel dat geschreven werd voor Woord & Dienst, november 2018