maandag 15 april 2013

Missie?

Voel ik me zendeling? Wat is mijn missie? Uitgenodigd om voor een ontmoeting met collega's iets op papier te zetten is hier de poging van maandagmorgen 15 april.. 


Mijn missie: de tegenstem van het evangelie laten klinken, in het verlangen dat mensen ervaren dat God met ons omgaat. Ik wil ruimte maken – plekken open houden - voor de verhalen over God en mensen, in een cultuur waar kennis en ervaring van de God van de Tora en de profeten en van Jezus Christus bepaald niet vanzelfsprekend is.
Er is geen nut (– zo vind je gelukkiger leven of verantwoordelijker leven), geen claim ( – het ware leven is hier te vinden), geen norm (– dit is hèt goede leven) .. Geraakt-zijn en relatie, niet van mij als individu maar van de 'wolk van getuigen' vormen de grond voor het 'getuigen'.
Kerk – als gemeenschap van mede-leerlingen door de eeuwen heen - is daarvoor mijn basis, en de plek waar ik mensen wil uitnodigen om kennis en ervaring op te doen.
Kerk onderweg: dauwtrappen, Hemelvaartsdag 2010
Het instituut kerk biedt daarvoor de mogelijkheden, maar is tegelijk een beperking.
Dat 'naar de kerk gaan' voor velen alleen betekent: op zondagmorgen om 10 uur in een gebouw in een bank schuiven, dat vind ik jammer. Ik wil het begrip 'kerk' veel meer oprekken, mogelijkheden verkennen.
Het liefst zoek ik naar sporen van kerk op de pleinen en in de huiskamers – of die nu uit stenen bestaan, of virtueel gebouwd zijn – daar waar mensen leven.
Praktisch kiezen we in de gemeente Cothen voor 2 sporen:
- dat van de klassieke gemeente, die elkaar ontmoet op zondagmorgen
- en dat van het diffuse 'netwerk' er omheen, van mensen die zich niet zo verbinden
Het vreet energie om op beide sporen verder te gaan. En de vraag blijft knagen, of er genoeg gemeente overblijft om het netwerk te voeden: wat als de gemeente 'op' raakt? Maar ik kan niet anders.. de drang om het evangelie uit te dragen is te groot. 

1 opmerking:

  1. Getriggerd door je wekelijkse zinspiratietekst op zondagochtend kwam ik ook weer bij je blogs terecht. Dus ook deze. Als ik zie wat je allemaal doet, het is een macht aan werk. Inderdaad, het ‘vreet’ energie….

    Maar dat is natuurlijk ook het lot van de pionier, een boodschap uitdragen, met visie proberen iets op te zetten. En zoals pioniers eigen is, vervolgens ook alles in de (eigen)hand proberen te houden. Een pionier kan nu eenmaal moeilijk ‘loslaten’, uit handen geven. Totdat je misschien tegen fysieke grenzen oploopt…

    Het is een gedrevenheid, je kunt niet anders, zoals je zelf zegt.

    Dat is de valkuil. De vraag die je dan kunt stellen is: kun je de boodschap inbedden, zodanig dat deze zelf het werk voor je gaat doen?

    Impliciet geef je aan dat je dat belegt bij de kerkelijke gemeente in Cothen met ‘of er genoeg gemeente overblijft om het netwerk te voeden’. In zekere zin is dat ook zo, via de gemeente wordt jouw salaris betaald en jij voedt het netwerk met je inspiratie.

    Maar is het ook niet andersom? Doe je vanuit het netwerk weer inspiratie op waarmee je de gemeente kunt voeden?

    En is dit nu niet een kwestie van organiseren? Dat ‘diffuse’ netwerk krijgt meer handjes en voetjes als je het inbed, minder diffuus maakt. En ja, dat betekent tegelijk dat je ook moet loslaten, je organiseert immers je eigen (tegen)kracht. Het betekent dat je respons krijgt, maar ook dat het soms een andere respons is dan zoals jij dat had bedacht.

    Maar als je dat zaadje geplant hebt, dan mag je het ook de gelegenheid geven te doen groeien. En daarvan kun je oogsten. Het betekent dat er een gemeente gevoed kan worden, misschien wel met voedsel waarvan niemand gedacht heeft dat dat óók lekker zou kunnen zijn. Of is het zo ‘wat de boer niet kent dat ‘vreet’ hij niet’?

    En misschien kun je dan wel lekker op je bankje zitten en genieten van het uitzicht, al die plantjes die vrucht dragen :-)

    BeantwoordenVerwijderen