Plezier heeft de vorm
van jouw lichaam gekregen.
Ik vind je hoe langer
hoe langer hoe liever,
je bent al zo lang
als een dadelpalm
waar ik wel in wil klimmen.
Ik ben van mijn lief,
en als hij verlangt
verlangt hij vanzelf
naar mij.
Judith Herzberg (naar het Hooglied)
Het Hooglied is prachtige poëzie over de liefde met huid en haar. Er is weinig geestelijks aan, als het gaat over borsten als kalfjes. Veel beelden spreken boekdelen voor wie een beetje erotische fantasie heeft.
Laatst lazen we een stukje uit het Hooglied in een kerkdienst en vertelde ik over de liefde. Ik vertelde over het verlangen van een mens om aangeraakt te worden, om je te herkennen in de ogen van een ander. Het verlangen om omarmd te worden met alles wat je bent. Ik vertelde over het wonder als er iemand is die bij je past, en over de tinteling die dat geeft. De ander kan een godsgeschenk zijn waar je met al je zinnen van genieten kunt.
Het was best een confronterende onderneming. Tijdens de voorbereiding liep ik op tegen de spanning tussen ideaal en werkelijkheid. Ik ben niet gemaakt voor alleen-zijn, maar ik ben het wel; na een scheiding ben ik inmiddels 7 jaar alleen. En de kerk inkijkend besefte ik nog eens wat ik al wist: dat er elke zondag heel veel alleenstaanden in de kerkbanken zitten. En allemaal missen ze het, dat ze niet (meer) door een lief worden vastgehouden.
En verder, als ik eerlijk ben, dan zijn mijn ervaringen met seksualiteit niet allemaal zonovergoten en gelukkig.
Achteraf had ik spijt dat ik het bij mooie verhalen had gehouden. Het horen van een preek van Janneke Nijboer maakte me wakker. Zij vertelde over de donkere kant van seksualiteit: dat wat gebeurt tegen je wil of voordat je eraan toe bent. En ik realiseerde me ineens voor hoeveel mensen geldt wat voor mij geldt: dat seksualiteit mooi kan zijn, maar ook moeizaam en teleurstellend. Slechte ervaringen kunnen zorgen voor blokkades die de intimiteit tussen twee mensen moeilijk maken. Schaamte omdat je lijf niet wil en je verkrampt maakt de blokkade dan nog groter. Het wordt een geheim verdriet dat je niet delen kunt.
Het kan heel erg misgaan. Alexander Veerman en zijn vrouw Esther schrijven samen hun over de gevolgen van misbruik die één van beide partners overkomen is, en hoe ze daar hun relatie mee om zijn gegaan.
Het Hooglied is prachtig. De tijd dat we in de kerk veroordelend spraken over de lijfelijke kanten van liefde is wel voorbij. Maar maken we het daarmee niet te mooi? Is er voldoende aandacht voor wat diep ingrijpt maar onzichtbaar blijft: de pijnlijke kanten van seksualiteit?
zondag 17 mei 2015
maandag 4 mei 2015
Herdenken, 4 mei 2015: verzet begint bij: jezelf een vraag stellen
Uitgesproken tijdens de bijeenkomst voor Dodenherdenking, 4 mei 2015 in Wijk bij Duurstede
Wie vraagt zich niet af: wat zou ik gedaan hebben..? Zou ik de juiste keus gemaakt hebben in een situatie van oorlog?
Zou ik dapper zijn, of vooral bang? Zou ik verzet tegen onmenselijke maatregelen aandurven – als een bevolkingsgroep gebrandmerkt en uitgeroeid wordt. Zou ik het systeem kunnen trotseren? Zou ik opkomen voor wie op een onmenselijke manier behandeld wordt? Iemand in huis verbergen, met risico voor eigen leven.
Of zou ik toch de andere kant opkijken?
verleid worden tot de gemakkelijkste weg, niets doen en zo ook een keus maken…
Als je herdenkt, en met open ogen wilt kijken naar het verleden, dan besef je hoe groot de dilemma’s waren. Hoe moeilijk de keus. Dan besef je hoeveel grijs is er is tussen het zwart en wit van goed en fout.
We herdenken vandaag slachtoffers van onvoorstelbaar geweld.
We herdenken mensen die zich inzetten voor vrijheid en daarbij hun leven verloren.
Zij die helden werden, misschien wel zonder het te willen. Zij die zich in het verborgene inzetten voor een ander. Voor de vrijheid.
We herdenken omdat zij die stierven niet vergeten mogen worden. Want dan hebben degenen die hen doodden alsnog het laatste woord. Hun namen moeten genoemd worden, herdacht, bloemen moeten op hun graven gelegd. We moeten stil staan bij hen.
Hun dood stelt ons een vraag.
Als we herdenken stellen we onszelf de vraag: wat zou ik gedaan hebben.. die vraag mag niet zwijgen.
en daar zit direct die andere vraag aan vast: wat doe ik nu, hoe kies ik in het hier en nu?
Je weet niet wat je doen zult als je – bij wijze van spreken – het mes op de keel krijgt. Als je bang bent, en wie je lief zijn gevaar lopen.
Zelfs in minder extreme situaties, in het Nederland van nu, kost het ons moeite om de juiste keuzes te maken. Om voorbij te zien aan angst om zelf tekort te komen, aan huiver voor het onbekende, aan onbegrip voor de vreemdeling. Ik moet u zeggen: het zit mij hoog, hoe wij met vluchtelingen omgaan.
De verhalen van degenen die de Tweede Wereldoorlog meegemaakt hebben helpen, om dichterbij de dilemma’s te komen.
Die verhalen scherpen ons oordeel tussen goed en kwaad… omdat het voelbaar wordt hoeveel pijn een oorlog teweeg brengt. Omdat voelbaar wordt hoe groot de consequenties van een keuze kunnen zijn. En omdat voelbaar wordt veel grijs gebied er is…
Als u kunt ga dan luisteren naar één van de stukken die Stichting de Inrichting later deze maand speelt. Een stuk als ‘ik huil mijn vaders tranen’ laat zien hoe de oorlog door de generaties heen zijn sporen nalaat.
Ik wil u graag een klein stukje van mijn familie geschiedenis vertellen. Het verhaal van mijn moeder.
Mijn moeder was twee toen de oorlog in Nederland uitbrak.
Ze is de één na jongste in een gezin van acht kinderen. Haar vader, een arbeider zonder vast werk in Zeeuws Vlaanderen, maakte de foute keus – hij zocht zijn heil bij de NSB.
Hij werd na de oorlog berecht voor zijn daden en zat zijn straf uit.
De schaamte duurt totnutoe voort. Voor sommige familieleden is erover praten nog taboe.
De dichterbij komende bevrijding in 1944 betekende voor hen het begin van een vlucht naar het Noorden. Geallieerden kwamen dichterbij. Zij waren bang, wat zou er met hen gebeuren? Er was geen tijd te verliezen, er werden zoveel mogelijk kleren over elkaar heen aangetrokken en ze sloegen op de vlucht; wat ze hadden lieten ze achter.
Ze trokken van plek naar plek, verder naar het noorden. Steeds was er de angst: mogen we hier blijven of moeten we nog verder vluchten.
in de chaos rond de bevrijding werden vader en moeder beiden gevangen genomen. Moeder en haar kinderen werden gescheiden, de een werd getransporteerd naar een vrouwenkamp, de kinderen kwamen in een heropvoedingskamp. De 14 jarige zus van mijn moeder kreeg de verantwoording voor haar vijf jongere broer en zussen.
Mijn moeder herinnert zich een Sinterklaasfeest in december 1945. Ze was inmiddels ergens in Zeeland. Na maanden waarin er nauwelijks contact was stond haar moeder daar om de kinderen op te halen. Ze gingen met haar mee. Met een bootje over het ondergelopen Walcheren terug naar Zeeuws Vlaanderen. Het meisje van 7 dat ze toen was vond het eigenlijk helemaal niet leuk dat ze het Sinterklaasfeest nu moest missen.
Een kind ziet een oorlog door de ogen van een kind. Spelend. Zich aanpassend, en zich weer aanpassend aan dat waar het geen invloed op heeft…
En ik zie hoe mijn moeder geraakt wordt door het lot van vluchtelingen. Dat gold misschien nog wel meer voor haar oudere zus die ooit de zorg had voor 5 jongere zusjes en een broertje -
Het raakt hen: mensen die op de vlucht zijn voor oorlogen die de onze niet zijn. Oorlogen die we niet begrijpen – maar zo is dat met oorlogen die nog niet geëindigd zijn. Mensen op de vlucht, of misschien met andere redenen en motieven op een bootje gestapt, de Middellandse Zee op. Overgeleverd aan wie hen wil opvangen. Uit zee halen.
Het raakt, want zij waren ook vluchteling.. door een vader die een keus maakte die ‘fout’ bleek. Ze hadden niets meer en waren afhankelijk van wie hen desondanks wilde opnemen. Familie die hen een dak boven het hoofd bood – in een klein huisje van hun oma mochten ze erbij, met z’n negenen. En er was de kerk die bijsprong.
Dat is ze nooit vergeten.
Als we herdenken doen we dat samen, op 4 mei. De verbinding geeft grotere kracht aan het herdenken… Je kunt het je voorstellen als een kring die we vormen.
Kunnen we de kring openhouden als we herdenken? De goede daden eren, de slachtoffers niet vergeten, stilstaan bij wat echt verkeerd was - zonder buiten te sluiten wie met de consequenties van verkeerde daden te maken kreeg?
Verhalen maken ons duidelijk wat de gevolgen zijn van keuzes, èn dat keuzes nooit zwart wit zijn.. elke keus heeft wit en zwart, goed en kwaad in zich.. verhalen schetsen ons het grijze gebied waar wij leven en waar wij kiezen moeten.
Dat maakt de vraag alleen maar dringender: wat is goed om te doen?
Remco Campert schreef deze prachtige regels:
| gedenkplaat op de Markt van Wijk bij Duurstede |
Zou ik dapper zijn, of vooral bang? Zou ik verzet tegen onmenselijke maatregelen aandurven – als een bevolkingsgroep gebrandmerkt en uitgeroeid wordt. Zou ik het systeem kunnen trotseren? Zou ik opkomen voor wie op een onmenselijke manier behandeld wordt? Iemand in huis verbergen, met risico voor eigen leven.
Of zou ik toch de andere kant opkijken?
verleid worden tot de gemakkelijkste weg, niets doen en zo ook een keus maken…
Als je herdenkt, en met open ogen wilt kijken naar het verleden, dan besef je hoe groot de dilemma’s waren. Hoe moeilijk de keus. Dan besef je hoeveel grijs is er is tussen het zwart en wit van goed en fout.
We herdenken vandaag slachtoffers van onvoorstelbaar geweld.
We herdenken mensen die zich inzetten voor vrijheid en daarbij hun leven verloren.
Zij die helden werden, misschien wel zonder het te willen. Zij die zich in het verborgene inzetten voor een ander. Voor de vrijheid.
We herdenken omdat zij die stierven niet vergeten mogen worden. Want dan hebben degenen die hen doodden alsnog het laatste woord. Hun namen moeten genoemd worden, herdacht, bloemen moeten op hun graven gelegd. We moeten stil staan bij hen.
Hun dood stelt ons een vraag.
Als we herdenken stellen we onszelf de vraag: wat zou ik gedaan hebben.. die vraag mag niet zwijgen.
en daar zit direct die andere vraag aan vast: wat doe ik nu, hoe kies ik in het hier en nu?
Je weet niet wat je doen zult als je – bij wijze van spreken – het mes op de keel krijgt. Als je bang bent, en wie je lief zijn gevaar lopen.
Zelfs in minder extreme situaties, in het Nederland van nu, kost het ons moeite om de juiste keuzes te maken. Om voorbij te zien aan angst om zelf tekort te komen, aan huiver voor het onbekende, aan onbegrip voor de vreemdeling. Ik moet u zeggen: het zit mij hoog, hoe wij met vluchtelingen omgaan.
De verhalen van degenen die de Tweede Wereldoorlog meegemaakt hebben helpen, om dichterbij de dilemma’s te komen.
Die verhalen scherpen ons oordeel tussen goed en kwaad… omdat het voelbaar wordt hoeveel pijn een oorlog teweeg brengt. Omdat voelbaar wordt hoe groot de consequenties van een keuze kunnen zijn. En omdat voelbaar wordt veel grijs gebied er is…
Als u kunt ga dan luisteren naar één van de stukken die Stichting de Inrichting later deze maand speelt. Een stuk als ‘ik huil mijn vaders tranen’ laat zien hoe de oorlog door de generaties heen zijn sporen nalaat.
Ik wil u graag een klein stukje van mijn familie geschiedenis vertellen. Het verhaal van mijn moeder.
Mijn moeder was twee toen de oorlog in Nederland uitbrak.
Ze is de één na jongste in een gezin van acht kinderen. Haar vader, een arbeider zonder vast werk in Zeeuws Vlaanderen, maakte de foute keus – hij zocht zijn heil bij de NSB.
Hij werd na de oorlog berecht voor zijn daden en zat zijn straf uit.
De dichterbij komende bevrijding in 1944 betekende voor hen het begin van een vlucht naar het Noorden. Geallieerden kwamen dichterbij. Zij waren bang, wat zou er met hen gebeuren? Er was geen tijd te verliezen, er werden zoveel mogelijk kleren over elkaar heen aangetrokken en ze sloegen op de vlucht; wat ze hadden lieten ze achter.
Ze trokken van plek naar plek, verder naar het noorden. Steeds was er de angst: mogen we hier blijven of moeten we nog verder vluchten.
in de chaos rond de bevrijding werden vader en moeder beiden gevangen genomen. Moeder en haar kinderen werden gescheiden, de een werd getransporteerd naar een vrouwenkamp, de kinderen kwamen in een heropvoedingskamp. De 14 jarige zus van mijn moeder kreeg de verantwoording voor haar vijf jongere broer en zussen.
Mijn moeder herinnert zich een Sinterklaasfeest in december 1945. Ze was inmiddels ergens in Zeeland. Na maanden waarin er nauwelijks contact was stond haar moeder daar om de kinderen op te halen. Ze gingen met haar mee. Met een bootje over het ondergelopen Walcheren terug naar Zeeuws Vlaanderen. Het meisje van 7 dat ze toen was vond het eigenlijk helemaal niet leuk dat ze het Sinterklaasfeest nu moest missen.
Een kind ziet een oorlog door de ogen van een kind. Spelend. Zich aanpassend, en zich weer aanpassend aan dat waar het geen invloed op heeft…
En ik zie hoe mijn moeder geraakt wordt door het lot van vluchtelingen. Dat gold misschien nog wel meer voor haar oudere zus die ooit de zorg had voor 5 jongere zusjes en een broertje -
Het raakt hen: mensen die op de vlucht zijn voor oorlogen die de onze niet zijn. Oorlogen die we niet begrijpen – maar zo is dat met oorlogen die nog niet geëindigd zijn. Mensen op de vlucht, of misschien met andere redenen en motieven op een bootje gestapt, de Middellandse Zee op. Overgeleverd aan wie hen wil opvangen. Uit zee halen.
Het raakt, want zij waren ook vluchteling.. door een vader die een keus maakte die ‘fout’ bleek. Ze hadden niets meer en waren afhankelijk van wie hen desondanks wilde opnemen. Familie die hen een dak boven het hoofd bood – in een klein huisje van hun oma mochten ze erbij, met z’n negenen. En er was de kerk die bijsprong.
Dat is ze nooit vergeten.
Als we herdenken doen we dat samen, op 4 mei. De verbinding geeft grotere kracht aan het herdenken… Je kunt het je voorstellen als een kring die we vormen.
Kunnen we de kring openhouden als we herdenken? De goede daden eren, de slachtoffers niet vergeten, stilstaan bij wat echt verkeerd was - zonder buiten te sluiten wie met de consequenties van verkeerde daden te maken kreeg?
Verhalen maken ons duidelijk wat de gevolgen zijn van keuzes, èn dat keuzes nooit zwart wit zijn.. elke keus heeft wit en zwart, goed en kwaad in zich.. verhalen schetsen ons het grijze gebied waar wij leven en waar wij kiezen moeten.
Dat maakt de vraag alleen maar dringender: wat is goed om te doen?
Remco Campert schreef deze prachtige regels:
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen
Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet.
Rebecca Onderstal, 4 mei 2015
* dank aan mijn moeder en aan Jannie van Doorn - van Luijk, die het verhaal van haar moeder deelde.
Rebecca Onderstal, 4 mei 2015
* dank aan mijn moeder en aan Jannie van Doorn - van Luijk, die het verhaal van haar moeder deelde.
vrijdag 27 februari 2015
zaterdag 24 januari 2015
alleen
Ik zat op de pianokruk maar ik geloof niet dat ik de toetsen aangeraakt heb.
Het huis was helemaal leeg en stil. Oorverdovend stil.
Ik was alleen. Alleen met mijn gedachten.
Veertien jaar oud was ik. Mijn dagboek, dat eerst ‘Anne’ heette maar inmiddels versierd werd met hartjes en namen van jongens waar ik weg van was, had ik binnen handbereik.
Ik geloof dat ik er die middag in geschreven heb.
Mijn ouders waren naar het ziekenhuis. De politie was komen vertellen dat mijn zusje – 12 jaar oud, net 3 weken brugklasser op het gymnasium waar ik in de derde klas zat – een ongeluk had gehad op weg naar huis.
Ik wilde niet mee. Of kon ik niet mee naar de IC? Ik weet het niet zeker. Klopt mijn herinnering wel?
Het beeld van dat meisje op die pianokruk in het stille huis is als een icoon in mijn herinnering opgeslagen. Dàt was alleen-zijn.
Naschrift: mijn zusje hield aan het ongeluk hersenletsel over.
Het huis was helemaal leeg en stil. Oorverdovend stil.
Ik was alleen. Alleen met mijn gedachten.
Veertien jaar oud was ik. Mijn dagboek, dat eerst ‘Anne’ heette maar inmiddels versierd werd met hartjes en namen van jongens waar ik weg van was, had ik binnen handbereik.
Ik geloof dat ik er die middag in geschreven heb.
Mijn ouders waren naar het ziekenhuis. De politie was komen vertellen dat mijn zusje – 12 jaar oud, net 3 weken brugklasser op het gymnasium waar ik in de derde klas zat – een ongeluk had gehad op weg naar huis.
Ik wilde niet mee. Of kon ik niet mee naar de IC? Ik weet het niet zeker. Klopt mijn herinnering wel?
Het beeld van dat meisje op die pianokruk in het stille huis is als een icoon in mijn herinnering opgeslagen. Dàt was alleen-zijn.
Naschrift: mijn zusje hield aan het ongeluk hersenletsel over.
zondag 18 januari 2015
Meditatie is hot
Meditatie is hot. Dat ontdekte ik toen ik een cursus organiseerde en voor het eerst moest gaan nadenken over de manier waarop een wachtlijst werkt. Hoewel ik in mijn werk streef naar het grote aantal ben ik aan het leren om het kleine lief te hebben. Menigmaal heb ik in spanning afgewacht of er wel iemand zou komen voor een geplande activiteit. Maar meditatie is hot. Dus liep de eerste cursus vol en kon ik gelijk een tweede aankondigen. Ook vol.
‘Denken’ heeft een slechte naam gekregen. Regelmatig ontmoet ik zinzoekers die het helemaal gehad hebben met hun gedachten. Het denken brengt je op een dwaalspoor, en het ultieme doel is om daar los van te komen. Het aloude ‘je pense donc je suis’ heeft zijn glans verloren. Ik denk dus ik ben afgeleid en onrustig, en het contact met de zin van het bestaan kwijt – dat is eerder het adagio.
Even terug naar de meditatiecursus. Het was geweldig om te merken hoe goed het sommige deelnemers deed. Iemand die een onvoorstelbaar verdriet met zich meedraagt vertelde met behulp van de oefeningen beter te kunnen slapen. Een ander schreef me: “Ik kom er nu achter wat ik gemist heb. De traditie van mijn opvoeding heb ik achter me gelaten (en dat voelt goed). Maar de verbondenheid om samen stil te zijn en teksten en gedachten aangereikt te krijgen doet me heel erg goed. Het doet verlangen naar verdieping”.
Voor alle deelnemers was het oefenen met meditatie een bron van rust, een manier om te ervaren dat er een rustpunt is te midden van vele keuzes, gedachten en gevoelens. Tot zover de techniek.
Inhoud doet ertoe
Degenen die zich ‘niet-gelovig’ noemden (en na 3 avonden was dat niet opeens veranderd) gaven aan dat gelovige (christelijke) inhoud van de meditatie hen niet stoorde. In tegendeel: een citaat uit psalm 139 of een andere tekst raakte hen wel degelijk. Ik trek als voorzichtige conclusie dat de inhoud er wel degelijk toe deed.
Deze kerstvakantie las ik ‘Het huidige moment’ van Sam Harris: een boek van een welbekend atheïst die een pleidooi houdt voor spiritualiteit. Harris zet zich daarbij nog steeds zonder reserve af tegen de grote wereldgodsdiensten; alleen het boeddhisme kan vanwege de afwezigheid van verhalen over God zijn goedkeuring wegdragen. In Harris optiek doen religies uitspraken over God die volkomen irrationeel zijn en elkaar tegenspreken. Ze kunnen daarom geen basis zijn voor een waarachtig bewustzijn.
Puur bewustzijn
Harris ziet bevrijding in het besef dat het ‘zelf’ niet bestaat. Als je afstand kunt nemen van het idee dat het ‘ik’ met al zijn gedachten werkelijk is, dan ontstaat er puur bewustzijn. Hoe je precies tot zo’n puur bewustzijn komt kan Harris niet goed uitleggen. Maar het is duidelijk dat die ervaring hem veel goeds gebracht heeft.
Wat mij het meest treft in het boek van Harris is, dat het wel om het ‘ik’ blijft draaien. Hoewel de inzet is om er los van te komen kan dat alleen bereikt worden (soms heel even… ) vanuit het eigen bewustzijn. De denkende mens blijft het centrum van het universum.
Ruimte maken voor God
Bij het geven van een meditatiecursus vraag ik me steeds weer af, wat meditatie meer is dan een techniek om je gedachten stil te zetten. Ik zeg er wat besmuikt bij dat het christelijke meditatie is. Ik stamel dat ik hoop dat ze de ruimte van Gods liefde ervaren. En ik vraag of ze het niet erg vinden als ik bijbelteksten gebruik. Voorlopig zie ik het zo: de techniek is er om ruimte te maken voor iets anders. Voor iets wat naar mij, degene die op een stoel zit stil te zijn, toekomt. Meditatie is oefenen in ruimte maken en luisteren. Het heeft meer te maken met het onderscheiden welke gedachten goed doen en welke niet, dan met het stilzetten ervan. Meditatie is voor mij persoonlijk een weg om ruimte te maken voor God, de Ander die mij aanspreekt maar die ik vaak niet hoor in alle drukte.
Waarheid
Tijdens een studiereis naar Londen hoorde ik een pastor Reverend, Lucy Winkett -onthoud die naam!- vertellen dat er 3 dingen zijn die we niet kunnen veranderen: het verleden, de waarheid en de Ander/ander. In het Engels: the past, the truth and y/You. Degene die je ontmoet, die tegenover je staat, die heb je niet in de hand, die spreekt je aan als een tegenover. Er is iets buiten mij dat mij overvallen kan en raken. Er zijn dingen buiten mij waar ik me toe te verhouden heb. Verhalen, traditie, mijn eigen geschiedenis. Er is iemand voor wie ik ruimte wil maken: een ander of misschien wel de Ander. Er is ‘waarheid’ die ik niet zomaar bevatten kan, maar waar ik wel naar zoek.
Ik draai niet om mijn eigen as, ik ben niet mijn eigen centrum. Meditatie is een manier om ruimte te maken voor het andere en de Ander.
Dit verhaal werd eerder gepubliceerd op Zinvloed.
Inhoud doet ertoe
Degenen die zich ‘niet-gelovig’ noemden (en na 3 avonden was dat niet opeens veranderd) gaven aan dat gelovige (christelijke) inhoud van de meditatie hen niet stoorde. In tegendeel: een citaat uit psalm 139 of een andere tekst raakte hen wel degelijk. Ik trek als voorzichtige conclusie dat de inhoud er wel degelijk toe deed.
Deze kerstvakantie las ik ‘Het huidige moment’ van Sam Harris: een boek van een welbekend atheïst die een pleidooi houdt voor spiritualiteit. Harris zet zich daarbij nog steeds zonder reserve af tegen de grote wereldgodsdiensten; alleen het boeddhisme kan vanwege de afwezigheid van verhalen over God zijn goedkeuring wegdragen. In Harris optiek doen religies uitspraken over God die volkomen irrationeel zijn en elkaar tegenspreken. Ze kunnen daarom geen basis zijn voor een waarachtig bewustzijn.
Puur bewustzijn
Harris ziet bevrijding in het besef dat het ‘zelf’ niet bestaat. Als je afstand kunt nemen van het idee dat het ‘ik’ met al zijn gedachten werkelijk is, dan ontstaat er puur bewustzijn. Hoe je precies tot zo’n puur bewustzijn komt kan Harris niet goed uitleggen. Maar het is duidelijk dat die ervaring hem veel goeds gebracht heeft.
Wat mij het meest treft in het boek van Harris is, dat het wel om het ‘ik’ blijft draaien. Hoewel de inzet is om er los van te komen kan dat alleen bereikt worden (soms heel even… ) vanuit het eigen bewustzijn. De denkende mens blijft het centrum van het universum.
Ruimte maken voor God
Bij het geven van een meditatiecursus vraag ik me steeds weer af, wat meditatie meer is dan een techniek om je gedachten stil te zetten. Ik zeg er wat besmuikt bij dat het christelijke meditatie is. Ik stamel dat ik hoop dat ze de ruimte van Gods liefde ervaren. En ik vraag of ze het niet erg vinden als ik bijbelteksten gebruik. Voorlopig zie ik het zo: de techniek is er om ruimte te maken voor iets anders. Voor iets wat naar mij, degene die op een stoel zit stil te zijn, toekomt. Meditatie is oefenen in ruimte maken en luisteren. Het heeft meer te maken met het onderscheiden welke gedachten goed doen en welke niet, dan met het stilzetten ervan. Meditatie is voor mij persoonlijk een weg om ruimte te maken voor God, de Ander die mij aanspreekt maar die ik vaak niet hoor in alle drukte.
Waarheid
Tijdens een studiereis naar Londen hoorde ik een pastor Reverend, Lucy Winkett -onthoud die naam!- vertellen dat er 3 dingen zijn die we niet kunnen veranderen: het verleden, de waarheid en de Ander/ander. In het Engels: the past, the truth and y/You. Degene die je ontmoet, die tegenover je staat, die heb je niet in de hand, die spreekt je aan als een tegenover. Er is iets buiten mij dat mij overvallen kan en raken. Er zijn dingen buiten mij waar ik me toe te verhouden heb. Verhalen, traditie, mijn eigen geschiedenis. Er is iemand voor wie ik ruimte wil maken: een ander of misschien wel de Ander. Er is ‘waarheid’ die ik niet zomaar bevatten kan, maar waar ik wel naar zoek.
Ik draai niet om mijn eigen as, ik ben niet mijn eigen centrum. Meditatie is een manier om ruimte te maken voor het andere en de Ander.
Dit verhaal werd eerder gepubliceerd op Zinvloed.
vrijdag 16 januari 2015
Missie: een open hart?
| foto: Jolinda van de Beukel |
Het is al het tweede gesprek van de week waarin ik vooral aan het
luisteren ben, deze morgen in het lokale café. Vanuit de pioniersplek ZIN zit
ik daar een vrijdagmorgen in de maand, met wie maar aan wil schuiven.
Degene tegenover mij heeft mij opgezocht om te vertellen over haar zoektocht naar
spiritualiteit. Die zoektocht leidt zeker niet het christendom binnen. Ze heeft
een verleden, in een kerk van regels en hypocrisie, dat ze achter zich laten wil. Eerder deze week vertelde een gesprekspartner aan mijn keukentafel dat ze
eigenlijk niet wil kiezen voor één bepaalde religie. Hier in het café hoor ik de bij een kop koffie een verhaal vol vuur en overtuiging
over het hindoeïsme.
Ik luister… en
worstel met de vraag: wat zou Jezus doen?
Aan de ene kant merk ik dat, aangestoken door Hem, mijn behoefte om te overtuigen steeds meer plaats maakt voor ruimte-maken voor de ander en luisteren.
Aan de andere kant vraag ik me af waar de trouw aan wat ik geloof blijft… Getuig ik wel van Degene die mij draagt als ik wacht tot ernaar gevraagd wordt?
Soms voelt het alsof alle ruimte die ik maak voor de ander mezelf doet verdwijnen. Ik word kleiner.. Maak ik de God die ik zelf zoek daarmee ook kleiner?
Het lukt mij nauwelijks om uit te dragen dat Degene die ik liefheb, met vallen en opstaan, ook voor die ander dé ware is. Ik weet dat gewoon niet; steeds overheerst het gevoel dat ik daarvoor nog niet lang genoeg geluisterd heb.
Aan de ene kant merk ik dat, aangestoken door Hem, mijn behoefte om te overtuigen steeds meer plaats maakt voor ruimte-maken voor de ander en luisteren.
Aan de andere kant vraag ik me af waar de trouw aan wat ik geloof blijft… Getuig ik wel van Degene die mij draagt als ik wacht tot ernaar gevraagd wordt?
Soms voelt het alsof alle ruimte die ik maak voor de ander mezelf doet verdwijnen. Ik word kleiner.. Maak ik de God die ik zelf zoek daarmee ook kleiner?
Het lukt mij nauwelijks om uit te dragen dat Degene die ik liefheb, met vallen en opstaan, ook voor die ander dé ware is. Ik weet dat gewoon niet; steeds overheerst het gevoel dat ik daarvoor nog niet lang genoeg geluisterd heb.
Jezus draagt zijn
leerlingen op om verder te trekken als er geen gehoor is voor hun verhaal (in
Marcus 6, vers 10 bijvoorbeeld). Is het mijn missie om te luisteren naar wie me
opzoekt met haar verhaal, of wordt er van mij een duidelijker verhaal verwacht? Ik kom al luisterend niet verder dan stamelen… Is een open hart bij een kop koffie voldoende? Of heb ik 'betere dingen' te doen? Wat zou Jezus doen?
Abonneren op:
Posts (Atom)




