Posts tonen met het label dorpskerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dorpskerk. Alle posts tonen

zondag 14 september 2014

Koffie met de buurt

Het was zomaar een idee dat voor de zomervakantie ontstond: "Laten we de buurt op de koffie vragen." We maakten een uitnodiging, bedachten wat activiteiten zoals een rondleiding en het versieren van cupcakes en stuurden een berichtje naar de krant.
Toen ik de vrolijk uitgevallen uitnodigingen door wat brievenbussen schoof realiseerde ik me ineens: de kerkdienst staat er helemaal niet op! Hadden we de buren niet moeten uitnodigen voor de dienst, of die tenminste moeten noemen? Of is het juist goed om alle ruimte te laten om alleen te komen koffie drinken? Want dat wij er om 10 uur al zijn en iets doen waar ze welkom bij zijn, dat weten ze toch wel...? Of niet?

Het was een mooie viering met als thema vergeving - actueel genoeg eigenlijk. Toen we in de kring stonden en brood en wijn bijna rond was sloeg de klok elf keer. Ik schrok ervan. Wat als de buurt stipt op tijd op de stoep stond? Dan vonden ze de deur dicht..dat was nou net niet de bedoeling.
Voor we het slotlied in zetten zei ik dan ook: "Zet de deuren maar alvast open". En toen de koster de deur opentrok bleken er twee mensen in het halletje te staan. Ze kwamen nog even binnen voor het slotlied en de zegen.

Toen we allemaal weer buiten stonden kwamen er meer buren aangewaaid voor de koffie. Misschien was het juist wel doordat ze gewoon voor de koffie waren uitgenodigd, dat ze zich welkom voelden. Niet thuis in een kerkdienst thuis voelden ze zich wel van harte uitgenodigd door de mensen van de kerk.

Het was bijzonder om op zondagmorgen kerk en buurt zich te zien mengen met elkaar. Buren kwamen elkaar tegen in de tuin van de kerk. En het voelde eigenlijk heel gewoon...





donderdag 1 mei 2014

mediteren in een dorpskerk, artikel

Een gemeentelid die van mijn generatie is vertelde me dat ze zich schuldig voelt omdat de dienst op zondagmorgen haar zo weinig doet. Ze keek me verontschuldigend aan: ‘De preek, daar kan ik gewoon niets mee’. Ze bleek wel op zoek naar rust en stilte. Het was voor haar een hele opluchting dat de doordeweekse stilte-avonden in ons dorp wat mij betreft ook ‘kerk’ mogen heten. 
De momenten van stilte in een kerkdienst zijn de afgelopen jaren voorzichtig langer geworden. We beginnen ermee, voor de begroeting. Dat is voor velen een kostbaar moment geworden. Als voorganger doe ik mijn best om die stilte niet te kort te maken. Ik wacht of ik vogels hoor, en voor ik begin te praten haal ik nog een keer diep en rustig adem, en rek het zo nog even. 
Een enkele keer is er in een speciale dienst een uitgebreide stilte ter overdenking. Dat is voor de meesten in mijn dorpsgemeente nog een beetje wennen. En meditatie durf ik het niet te noemen.
Toch begonnen we een aantal jaren geleden met stilte-avonden, eens per maand, waar gemediteerd wordt. Ik betrap me er op dat ik in de aankondiging op de website en in de krant het woord ‘mediteren’ weglaat. Omdat ik bang ben dat het mensen afschrikt. Of ik noem het wel maar zeg erbij, dat er geen ervaring vereist is. De insteek van de avonden is zo laagdrempelig mogelijk. Wel christelijk, maar open voor wie zoekend is. Het heeft het karakter van een ‘inloop’, zonder verplichtingen. Inmiddels vinden ze plaats onder de vlag van ‘ZIN in Wijk bij Duurstede, ontmoetingsplek voor ZINzoekers’, een pioniersplek.

foto: Dirk-Jan Kraan
Aan de ene kant hopen we mensen aan te spreken die niet snel naar een klassieke kerkdienst zullen komen. Mensen op zoek naar balans, stilte en inkeer maar wars van het instituut. Tegelijk is de vorm aantrekkelijk voor kerkelijke mensen die verdieping willen, anders dan in een zondagse viering. De doordeweekse stilteavond kan voor hen een poging zijn om geloven een plek te geven in het doordeweekse ritme, om te oefenen in verstilling.  
Dit zijn heel verschillende groepen. Of raken ze elkaar toch?
Al doende maak ik – intuïtief – allerlei keuzes.
Ruimte
De stilte avonden vinden plaats in de kerk. Het is een klein, oud, sfeervol gebouw dat warmte uitstraalt. Je voelt de ‘wolk gebeden’ van eeuwen er hangen. Het licht kan er gedempt worden en er kunnen kaarsen aan. Het kerkgebouw heeft talent voor stilte, hoewel daar op zondagmorgen vaak niet veel van te merken is. Dan wordt de tijd voor en na de dienst vooral benut om met elkaar bij te praten, naar goed protestants gebruik. 
Het kan er wel eens koud zijn in de winter, dus zorg ik dat ik extra omslagdoeken bij me heb. Want mediteren terwijl je een koude stroom langs je rug voelt gaan, dat werkt niet.
We zitten bij de meditatie in de banken of op stoelen. Ieder zoekt zelf een plekje. Zorg voor een goede houding is een onderdeel van de avonden, maar de ruimte is niet zo geschikt om op de grond – op meditatiebankjes of kussens - te mediteren. Bovendien is het een hele stap om die te gaan aanschaffen. Dus we doen het met de kerkbanken en –stoelen, hoewel misschien niet ideaal. Er is een prima installatie om muziek af te spelen gelukkig, want meditatieve muziek maakt altijd deel uit van de avond. 

Totnutoe heb ik ervoor gekozen ieder vrij te laten in het zoeken van een plekje. De een schuift wat verder naar achteren in een bank, een ander komt op een stoel vooraan zitten. Inmiddels vraag ik me af of het toch niet beter is de deelnemers uit te nodigen een kring te vormen. Wie liever eerst toekijkt kan altijd nog wat meer afstand nemen. 
De inrichting van de kerk wordt voor een stilteavond enigszins aangepast. Op de tafel staat de gebruikelijke Paaskaars, maar daarnaast zet ik een icoon neer (de vriendschapsicoon uit Taizé) en een vriendenkring. Soms staan er ook bloemen; van kloosterlingen leerde ik hoe belangrijk schoonheid is voor de ziel. 
De avond begint altijd met het aansteken van licht. De Paaskaars en een lichtje voor de icoon branden al als bezoekers binnenkomen en er klinkt meditatieve muziek die een stille bepaalde sfeer schept. Het aansteken van licht markeert het begin van de meditatie.
Ontmoeting 
Elke stilteavond begint met koffie in de consistorie van de kerk. In de aankondiging wordt gemeld dat ‘elkaar ontmoeten’ onderdeel uitmaakt van de avond. We maken een rondje om ons aan elkaar voor te stellen. De samenstelling van de groep is steeds weer anders. De hoeveelheid bezoekers kan variëren van 3 tot 10 ongeveer. 
Bij de koffie vertellen we over wat ons bezighoudt en wat we hier zoeken. Dat kan via een informeel gesprek of met behulp van een kleine werkvorm. Vaak vertel ik iets inhoudelijks over meditatie. En verder leg ik uit wat we precies gaan doen als we in de kerk plaatsnemen. . 
Bij mezelf bemerkt ik altijd een aarzeling als we ons verplaatsen naar de kerk. Misschien hoort dat onlosmakelijk bij de stilte; je moet een drempel over om die aan te gaan. 
Na het aansteken van licht luisteren we naar muziek, ‘om te landen op de plek waar we zitten’ zeg ik er meestal bij. Het kan Taizé muziek zijn, of instrumentale muziek. 
Wat volgt is een oefening om goed op de stoel te zitten (de voeten op de aarde, de kruin naar de hemel gericht), het lijf te ontspannen en bewust te worden van de ademhaling. Het is bijzonder en ook wel een beetje ‘gek’ om zo met je lijf bezig te zijn in een ruimte waar men doorgaans gedachteloos in een bank zakt.
We nemen de tijd om een stille houding aan te nemen. Ik lees een tekst voor, meestal uit de Bijbel en nodig mensen uit om op de tekst te ‘kauwen’ zoals dat in de lectio divina gebeurt, om te ervaren wat de tekst hen op dit moment te zeggen heeft.  
Bijbel 
Het is een bewuste keus om steeds weer de Bijbel open te slaan tijdens de stilte avonden. Steeds weer vraag ik me af, of het niet teveel is. Komen mensen niet vooral om tot zichzelf te komen? Is de stilte op zich genoeg? Hebben ze ruimte voor en behoefte aan ‘input’? 
Steeds leg de keus uit (vooral aan mezelf?) en vertel dat meditatie een vorm van concentratie is die op zich kan staan, maar waarbij je ook ruimte kunt maken om aangesproken te worden. Meditatie kan zijn: vertrouwen op en verlangen naar Gods aanwezigheid. Omdat er ook mensen kunnen zijn die niet in God geloven ben ik voorzichtig in mijn bewoordingen, om ruimte te laten voor wie het anders beleeft.
Er is nog een ander motief: ik geloof in de kracht van bijbelverhalen. En ik heb gemerkt dat die verhalen anders en soms intenser binnenkomen als ze zonder uitleg klinken, in de stilte. 
Na muziek is er ruimte om in een kring kort een ervaring te delen. Dan sluiten we af met een avondgebed. Wie wil mag aan kaarsje aansteken en daar een intentie bij uitspreken. Ik laat ruimte voor wie daarbij niet tot God bidt. We zingen een avondlied en gaan met een zegen naar huis. 
In deze afsluiting kan wat in de meditatie opgekomen is of wat bezoekers aan zorgen mee naar binnen namen gedeeld worden met elkaar, en met God. Het is vaak ontroerend; hier vanuit de stilte gebeurt kerk. 

verschenen in: Meditatief leven jaargang 5 nummer 2 "Mediteren en de kerk". 

maandag 31 maart 2014

Kerk in een dorp, kerk met een gezicht


Wat heeft de dorpskerk nodig om te overleven? Of is de dorpskerk juist heel vitaal? Een bijeenkomst rond dit thema binnen de Protestantse Kerk in Nederland leverde een goed gesprek op. Hier enkele gedachten waarmee ik naar huis ging, naar de pastorie van de Protestantse gemeente Cothen, een dorp dichtbij Wijk bij Duurstede.

De mensen van de dorpskerk hebben behoefte aan gezichten. Brieven van het landelijk buro met vragen of een uitnodiging of een nieuw beleidsvoornemen blijven papier. Komt er een gezicht bij en een verhaal, dan landt het pas.
In een dorp geldt de waarde van het blijven. Wie niet zomaar weer weggaat en meeleeft, jarenlang, die wortelt en gaat er bij horen.
Een ‘ambt’ geeft ingangen in een dorp (en enig gezag), zolang het maar gedragen wordt door een persoon die belangstelling toont en aanschuift aan de keukentafel (achterom komt). In het netwerk van mensen die best dicht op elkaar zitten, voor elkaar zorgen maar elkaar ook in de gaten houden is er behoefte aan iemand die enigszins ‘boven de partijen’ staat. Of beter: die niet helemaal deel uitmaakt van het netwerk, er functioneel ( of ‘ambtelijk’) buiten staat.
Willen de mensen van de dorpskerk er één van de kerk zijn? Zijn ze ambassadeurs van de gemeente, is het iets om trots op te zijn?
Voelen degenen die lang niet zijn geweest zich welkom, of is er gêne om weer te gaan?
Willen dorpsbewoners van jongere generaties zich nog verbinden met ‘de kerk’? Ook in een dorp is het goed om te pionieren: te kijken of er voor diegenen die afhaken andere momenten en manieren van betrokkenheid zijn die beter bij hen passen. Het dorp biedt kansen omdat de kleinschaligheid en samenhang ervoor zorgt dat er allerlei onderlinge verbindingen waar je op kunt inspelen.
Het is realistisch om te constateren dat er anders over twintig jaar weinig over is van de gemeente. Het is goed om ‘kerk’ breder op te vatten dan wie komt op zondagmorgen 10 uur.

Houden van het dorp met z’n eigenaardigheden is belangrijk.
Houden van de kerkelijke gemeente, ook al is die grijzer aan het worden, net zozeer. Dit groepje getrouwen verdient alle aandacht. Kerkdiensten moeten van goede kwaliteit zijn. Liefst dichtbij dagelijkse ervaring, met aandacht voor lief en leed. Ook al gaat de gemiddelde leeftijd omhoog, de 1gemeente gaat met haar tijd mee, en maakt ruimte voor experiment in de kerkdienst. En bij feestdagen, bij bijzondere diensten en bij begrafenissen kan het goed vol zijn in het kerkgebouw.
De dorpsgemeente kan iets heel aantrekkelijks hebben: het kan een oase van rust zijn in een veranderende wereld. Kleinschalig, met aandacht voor elkaar, informeel en praktisch ingesteld, zonder al te grote conflicten mensen met verschillende manieren van geloven samenbrengend.
Het kleinschalige is een kracht! Liever minder maar wel goede activiteit in het dorp dan opgaan in een bovenplaatselijk geheel. Ook het gebouw is van grote waarde. Voor wie er niet meer of niet zo vaak komt is het een baken. Het herinnert eraan, dat geloven deel is van het dorp, van het dagelijks leven.
Pastoraat in het dorp is van levensbelang om voeling te houden met wat er leeft, en om relevant te blijven voor wie er woont. Als er niemand van de kerk meer ‘achterom komt’, als er geen tijd meer is voor die aandacht – en dat kan ook via facebook of email! – dan wortelt de kerk niet meer.
Het gewone van kerkdienst en pastoraat is een grote kracht.

Naast dit klassieke kerk-zijn kan er gezocht worden naar nieuwe vormen. Stilte, gesprek, aanwezigheid via de digitale weg of in een café – het bereikt weer andere mensen, en het verandert in ieder geval het klassieke beeld van ‘de kerk’. De gemeente wordt er niet per se groter van… maar het is een begin van ‘luisteren’ naar wat er nodig is om aanwezig en relevant te zijn.
De kerk – het gebouw, de activiteiten, de gemeenschap – kan door nieuwe vormen voor mensen uit de regio aantrekkingskracht hebben. Zo ontstaan nieuwe dwarsverbindingen en contacten. Een bron van mogelijke samenwerking?

Handen uit de mouwen past bij het dorp. Problemen met elkaar oplossen ook. Lijnen naar de toekomst uitzetten, nadenken over verandering en ideeën elders opdoen gaat minder van nature. Daarbij is een voortrekker en toeruster nodig, die mensen meeneemt. Dat pleit voor een professional die tijd heeft om te reflecteren en elders ideeën op te doen. 

Waarderen wat er is en zien wat er allemaal wèl gebeurt staat voorop.
Niet teveel vergaderen maar zaken creatief en door informeel overleg oplossen ook.
Punt van zorg is wel of de dubbele beweging: trouw aan de bestaande gemeente en nieuwe vormen zoeken voor nieuwe generaties en kerkverlaters niet teveel energie kost. Aan de andere kant geeft het ook veel energie als er nieuwe vormen gevonden worden!

Meer lezen? Een aanrader is: Wim Beekman, 'Leve de dorpskerk', een studieverslag uit 2011.