dinsdag 9 juli 2024

‘Eenzaamheid zit in hoe ik met mezelf omga’ - interview in het Nederlands Dagblad

interview door Imco Lanting, Nederlands Dagblad, maandag 8 juli 2024 

Rebecca Onderstal (55) uit Wijk bij Duurstede is dominee én single. ‘Scheiden, maar ook daten is in zo’n publieke functie niet eenvoudig.’

beeld: Judith Fokker

In Nederland wonen meer dan drie miljoen mensen alleen. Hoe richten zij hun leven in?

‘Sinds mijn tiende houd ik een dagboek bij. Schrijven was voor mij een belangrijke manier om gedachten die ik niet hardop kon zeggen, te uiten. En daar waren er nogal wat van.

Ik ben geboren in Franeker, maar door het pastorale werk van mijn ouders verhuisden we vaak, van het noorden naar het oosten, naar het westen. Op de middelbare school werd het langzaam iets stabieler. Ik vond al dat verplaatsen niet heel prettig. Ik kon nergens wortelen en vrienden waren lastig te maken. En ik was van mezelf al een wat gesloten, beschouwend kind. Gelukkig had ik met mijn zus een heel hechte band.
In mijn jeugdherinneringen zie ik eigenlijk vooral haar. Op haar twaalfde kreeg ze een zwaar verkeersongeluk. De hersenbeschadiging die ze daardoor opliep, veranderde haar persoonlijkheid. Ik was mijn vertrouwde basis plotseling kwijt. Dat was een schokkende ervaring, niet in de laatste plaats omdat ook mijn positie in het gezin veranderde. Er ging veel aandacht naar haar en haar beperkingen. Ik moest de wijste zijn vond ik zelf, want zij had niks meer en ik alles. Daardoor werd ik een beetje onzichtbaar. Voor mezelf en anderen.

Terugkijkend moet ik concluderen dat weinig me is komen aanwaaien in mijn leven. Heb ik mijn bestaan centimeter voor centimeter zelf moeten veroveren? Zo heb ik er nooit naar gekeken, maar misschien is dat wel zo.

Ik heb in de loop van veertig jaar zo’n dertig dagboeken volgeschreven. Ik blader er nog wel eens doorheen, maar dat maakt me soms verdrietig. Een psycholoog adviseerde me eens dringend dat ik er beter aan deed mijn dagboeken uit het raam te gooien. Dat heb ik niet gedaan, ik ben toen wel meer gaan praten. Maar met schrijven ben ik niet gestopt. 

Ik ging als kind schrijven omdat ik niet beter wist, dan dat ik mezelf moest redden. Dat noteren van al mijn gedachtespinsels was voor mij van levensbelang om een beetje controle te krijgen. Naar buiten toe was ik voorzichtig en ik deed ook niet echt aan flirten. En hoewel die gereserveerdheid nooit helemaal is verdwenen, werd ik in mijn studententijd langzaam wat opener. Ik studeerde maatschappijgeschiedenis en ging naar de studentenkerk. 

De christelijke wereld was vanaf mijn tienertijd een plek waar ik me gezien voelde, vrienden maakte en steun voelde in het geloof. In de studentenkerk ontdekte ik voor het eerst mijn kwaliteiten. Ik was in staat een goed verhaal te houden en merkte: hier kan ik echt iets bijdragen, dit kan ik! Dat was een soort roeping.

Openbaring

Halverwege de studie besloot ik daarom predikant te worden. Dus ging ik theologie doen. Inmiddels had ik ook voor het eerst serieus verkering met een jongen die zeven jaar ouder was dan ik. Het was voor hem geen liefde op het eerste gezicht denk ik, want hij vond mij nogal een vroom meisje.

Daarentegen was hij heel vrij, hij sportte veel, iets waar ik nooit iets mee heb gedaan, en zat vol zelfvertrouwen. Ik vond het een openbaring om door hem meegenomen te worden in zijn wereld. De mijne was nogal klein en daarom stond ik nogal eens op de rem. Oh help, dacht ik, toen ik voor het eerst met hem op ski’s stond. Na een paar keer van de helling af was ik bont en blauw en ik ben na de skilessen meteen weer gestopt. 

Dat waar hij veel plezier aan beleefde en wat hem gemakkelijk afging, kostte mij soms veel moeite. Wel dank ik aan hem mijn liefde voor kamperen. Dat doe ik nog steeds graag.

We zijn twaalf jaar getrouwd geweest en in die periode kregen we drie kinderen. In de loop van deze jaren werden patronen zichtbaar tussen ons, waar we niet uitkwamen. Toen ik daarvoor in therapie ging, ontdekte ik dat ik andere dingen nodig had. 

Mijn dagboek was nog altijd een uitlaatklep voor zaken die ik voor mezelf hield en niet met anderen dacht te kunnen bespreken. Om maar een ingesleten patroon te benoemen.

Maar het was ook in die jaren dat ik een vriendschap sloot en ik tot mijn grote verbazing meer kon delen van wat ik altijd voor mezelf had gehouden. Dit was een volstrekt nieuwe energie, die een heel bevrijdende uitwerking op me had. Tegelijk belastte ik die vriendschap met gemis dat nog uit mijn jeugd kwam, en verwachtte ik waarschijnlijk te veel; die vriendschap heeft geen standgehouden. Tegelijk kwam ook mijn huwelijk verder onder druk te staan. 

Na jaren proberen besloten we in 2008 uit elkaar te gaan; vrienden die met ons meeleefden waren opgelucht toen we de knoop doorhakten. Wat wel meespeelde, is dat ik me afvroeg of ik als gescheiden vrouw wel predikant kon blijven. Dat bleek te kunnen.

We zijn in hetzelfde dorp blijven wonen en de kinderen waren de helft van de week bij hun vader en de andere helft bij mij in de pastorie. Maar vanbinnen voelde ik me vaak alleen in dat grote huis. Ik ben niet zo’n huiler, maar kan als ik alleen ben wel in mezelf verstrikt raken. Als ik dan de buren gezellig met het hele gezin hoor barbecueën, vraag ik me af wie er op mij zit te wachten. Nog steeds moet ik zelf initiatief nemen om aanspraak en gezelligheid te hebben.

Onneembare bergen


Vakanties vond ik ook lastig. De vrienden met wie we gingen kamperen, kwamen allemaal uit het netwerk van mijn exgenoot, zoals ik hem ben gaan noemen. Toen ben ik gaan zoeken en kwam ik bij een vakantieweek op Terschelling uit, Keiland. Daar ging ik sindsdien jaarlijks met mijn kinderen naartoe. Zij zijn inmiddels volwassen en nu ga ik alleen. 


Alles komt daar samen, van singles tot een-ouder- en pleeggezinnen. Ik dwong mezelf de ruimte te pakken voor mezelf. Ik gunde me dat ook wel, maar het acceptatieproces van het alleen-zijn duurt lang.

Wat ik als kind met mijn zusje heb gevoeld, is precies wat ik ook ervoer na mijn scheiding: de bescherming was weggevallen. Dan sta je voor heel duidelijke uitdagingen, die soms onneembare bergen lijken. Een van de concrete dingen die ik heb gedaan, is dat ik mijn angst voor autorijden heb overwonnen. Van huis uit kreeg ik mee dat autorijden eng is en het ongeluk van mijn zus was daar de bevestiging van. Maar nu ik er alleen voor stond, wilde ik daarmee afrekenen. En pas ben ik in Bretagne aan het schilderen geweest, terwijl ik nooit beeldend bezig ben geweest. Een inspirerende week. Zo verleg ik mijn eigen grenzen.

Ik heb geleerd dat eenzaamheid zit in hoe ik met mezelf omga. Als ik een avond zit te binge-watchen, dan vind ik mezelf gewoon geen leuk persoon. En dat versterkt het alleen-gevoel. ‘Je moet wel voor jezelf zorgen’, hoor ik mensen wel eens zeggen. Ik vind dat een lastig advies, want voor je dat kunt, moet je eerst ontdekken wat er in jezelf in de weg zit. Dat ben ik nog volop aan het uitzoeken.

Afserveren

Dat ik mijn kritische stem de baas wil zijn, lichtvoetiger in het leven wil staan, minder zwaar op de hand. In mijn werk heb ik een duidelijke rol en dat is pure zingeving voor mij. Maar het privé alleen leren zijn blijft een opgave. Datingsites zijn nu geen oplossing voor mij, ben ik achter gekomen. Ik heb het wel gedaan en een tijdje leuk gevonden, maar mijn beroep zit me daar duidelijk in de weg. Van een dominee wordt nou eenmaal iets extra’s verwacht.
Toen ik eens een man appte dat ik het contact niet zag zitten, kreeg ik een reactie dat ik hem in mijn functie niet zomaar op deze manier kon afserveren. Zo zag hij dat. Dominee is natuurlijk een raar beroep in die datingwereld. 

Ik kom veel liever gewoon iemand tegen met wie ik stap voor stap iets kan opbouwen. Of ik hoop iemand te ontmoeten die het lukt zich naar binnen te vechten, bij wijze van spreken ;-)

Maar voor nu staan mijn werk en mijn vriendschappen bovenaan. En mijn kinderen natuurlijk. We hebben niet voor niks een levendige familie-appgroep met de naam Happy Family. Inclusief mijn exgenoot.’


Rebecca Onderstal schreef in 2016 een boekje over single zijn: Mooi niet alleen.

Wilt u ook door Imco Lanting geïnterviewd worden of kent u iemand die dat zou willen? Mailt u dan naar meedenken@nd.nl onder vermelding van uw telefoonnummer.

woensdag 22 februari 2023

Kraaltje voor kraaltje

Het lukt me niet om te bidden, zeggen vaak mensen tegen mij, als pastor. 
Ik kan me dat zo voorstellen. Dat je de tijd niet vindt, of de woorden niet... Er gebeurt teveel of je twijfel is te groot. 
Zelf moet ik steeds opnieuw een afspraak met mezelf maken, om de ruimte te vinden om te bidden.
Want in de drukte van de dag is het zomaar vergeten, of verdrongen door wat op mijn pad komt. 
Die afspraak is als het zetten van een klein hekje, om de ruimte voor stilte heen. 
Nu de veertigdagentijd begint kan ik een nieuwe afspraak met mezelf maken, en dat hekje neerzetten. Elke dag een kwartier, bijvoorbeeld. Dat moet toch lukken. Ik kies een vorm die bij mij past: een app met een tekst, muziek en een paar vragen. Ik zoek een plek op die me helpt, en een houding. Het knielbankje dat ik 30 jaar geleden meebracht uit Taizé helpt me om even in de ruimte van het hekje te blijven. 

Heb ik zelf woorden om te bidden? Nee, vaak niet.. Het is al heel wat als ik stil kan worden, en aan luisteren toe kom. Gelukkig kan ik de woorden van anderen bidden. Gebeden van vroeger en van nu. 

En soms is de houding van knielen, mijn ogen sluiten, of me concentreren op een afbeelding die iets vertelt van Gods liefde al genoeg. Simpel weg gaan zitten en beseffen: God is er al. 

Deze veertigdagentijd bid ik ook met naald en draad. 
Als deel van een groter 'kunstwerk' met als thema 'Omkeer' waar wie maar wil een stukje van kan maken, ben ik ook aan het prutsen geslagen. Ik trok de kast open en keek wat ik wat ik in huis had - vilt, kraaltjes, garen, lint..  het is lang geleden dat ik hier iets mee deed. En ik vraag me af: hoe ziet 'omkeer' er uit voor mij? 
Het worden voetstappen, en terwijl ik ze met onwennige vingers vastmaak, kraaltje voor kraaltje, heb ik de tijd om de weg te zoeken. Waar sta ik eigenlijk... en welke kanten gaan mijn voeten allemaal op? Welke stappen wil ik zetten? En hoe word ik geholpen om me te keren naar het licht, om struikelend achter Jezus aan te gaan?
Het is misschien ook een vorm van bidden, dit gefrummel met kraaltjes. En ik haast me maar niet. 
Het is nog niet af, maar ik heb ook nog de tijd. Veertig dagen nog tot Pasen... 

maandag 5 december 2022

Er is een lijn van vrouwen


Corry Smid maakte deze poppen
van de voormoeders voor het  Adventsproject.
Ik heet naar mijn moeder: Maria. Mijn zusje kreeg de namen Maria Suzanne, en ik werd Maria Rebecca genoemd. Mijn oma van moederszijde heette Anna, net zoals de moeder van de Bijbelse Maria volgens de traditie heette. 

In de Adventstijd van 2022 lazen we in de kerkdiensten over de stamboom van Jezus: een lange lijst van mannennamen waar 5 namen van vrouwen uitspringen: Maria en vier van Jezus ‘voormoeders’. Mijn collega Bram vertelde op tweede Advent over zijn over-overgrootvader die over de zeeën zeilde. Ik dwaalde tijdens de preek af naar mijn voorgeschiedenis. 

Overal in de familie van mijn moeder heeft haar moeder sporen achtergelaten. Ze maakte schellekoorden voor ieder gezin; ik heb er eentje met kabouters geerfd. En elke kleindochter kreeg voor haar 10e verjaardag een naai-etuitje met haar voorletter erop geborduurd. Wat de kleinzoons kregen weet ik eerlijk gezegd niet… Het etuitje met naaispullen en de R erop zwerft nog steeds rond in een la. 

Ik herinner me mijn opa zittend naast de kachel met pantoffels aan, terwijl mijn oma aan de andere kant van de kachel zat te handwerken. En ik herinner me hoe mijn opa aan tafel bad ‘menigeen eet brood met smart, Gij hebt ons mild en welgevoed.. ‘ en nog een paar regels waarvan ik de laatste niet goed kon verstaan omdat hij zich naar het ‘amen’ toe haastte.

Als mij wordt gevraagd waar ik vandaan kom, dan zeg ik vaak: mijn vader komt uit Den Haag, mijn moeder uit Zeeuws-Vlaanderen. Zelf ben ik teveel verhuisd om te weten waar ik vandaan kom. Mijn vader, zoon van een wijnhandelaar,  groeide op in het gereformeerde Den Haag van de jaren 50 met formidabele kerkgebouwen, schallende orgels en dominees die veel mensen trokken. Inmiddels zijn veel van deze kerkgebouwen gesloten.  

Mijn ouders leerden elkaar kennen in Utrecht, in de fietsenstalling van de Vrij Evangelische kerk. Mijn vader studeerde er theologie om predikant binnen dit kerkgenootschap te worden. Mijn moeder en haar zus hadden door bemiddeling van een predikant kamers gevonden boven die kerk.  Aan de Kromme Nieuwegracht vonden ze elkaar, en jaren later werd ik geboren in de pastorie in Franeker.

De handwerken van mijn oma van moederszijde zijn in de familie bewaard gebleven, maar over mijn opa moest veel geheim blijven. Ik was 16 toen ik per ongeluk ontdekte dat er iets met hem was. Toen hoorde ik dat hij fout was geweest in de oorlog en daarvoor ook gevangenisstraf had uitgezeten. Voor mij als kind was hij de gemoedelijke man naast de kachel, maar later begreep ik hoe zijn keuzes het leven van zijn vrouw, zeven dochters en één zoon hadden bepaald. 

De vrouwen - mijn oma, de oudste zussen en de kleintjes (mijn moeder is de één na jongste)-  waren aan het eind van de oorlog op de vlucht en na mei ’45 geïnterneerd. Pas in december 1945 vond mijn oma haar jongste kinderen terug ergens op Walcheren, en konden ze terug naar Zeeuws Vlaanderen. Ze hadden niets meer en iedereen wist waar dat aan te danken was. De hulp die ze kregen was van de kerk, die ondanks de daden van opa naar hen omkeek. Het ‘brood met smart’ was in die tijd pijnlijke realiteit. 

De vrouwen waren de ruggengraat van het gezin; de oudste zussen zorgden voor de kleintjes en beschermden hen zoveel als ze konden.  Velen van hen bleven betrokken bij de Vrij Evangelische kerk. Eén zoon is de uitzondering in deze ‘lijn van vrouwen’ die met de pijn van het verleden ook het leven doorgaven: Anna en haar kinderen Magdalena Anna, Jozina Suzanna, Suzanna Maria, Annie, Nellie, Hubrecht Johan, Maria, Sara.

De familie groeide en groeide; bij het zestig jarig huwelijk van opa en oma was het een zaal vol.
Na twee zoons kreeg ik zelf een dochter die we Mare Suzanne noemden. 

foto's:
het schellekoord van mijn oma,
mijn ouders zusje en ik in 1970
mijn moeder en haar moeder en broer en zussen tijdens de oorlog

donderdag 13 oktober 2022

Eenzaam, ben ik dat?

Het was de week van de eenzaamheid, en al snel gaat het dan over op bezoek gaan bij je eenzame buurvrouw en aandacht voor ouderen of jongeren die het moeilijk hebben. Maar gaat het bij eenzaamheid altijd over een ander? Of ook over mij?

Ik ben vast niet de enige die aarzelt om het over eigen eenzaamheid te hebben. Want ik wil niet zielig en zeurderig zijn. Zoveel te klagen heb ik immers niet. En hóeveel mensen zijn er niet alleen… 

Maar toch is eenzaamheid wel een thema. Voor mij en voor heel veel anderen. 

En een terechte en oh zo pijnlijke conclusie is: je moet er wel zèlf iets aan doen. Het huis uit, ergens heen, of iemand bellen, een gezond ritme zoeken en dingen die zingeving geven. 

Maar dat kan nu juist zo moeilijk zijn. Of je nu alleen bent, zonder partner – op je studentenkamer of in een leeg nest of in een aanleunwoning. Of dat je je met mensen om je heen alleen voelt, omdat je moeite hebt om aan te sluiten of vrolijk mee te doen. 

Als je je eenzaam voelt, dan moet je wel zèlf… ja, dat is waar, daar is niets tegenin te brengen. Maar hoe leuker anderen het lijken te hebben, hoe drukker ze zijn, hoe mooier de plaatjes zijn die je ziet van uitjes en feesten, hoe lastiger het is om zelf in beweging te komen en initiatief te nemen. Het verlamt. Je voelt je extra suf en stom en onhandig. 
Een toegestoken hand, een berichtje of een uitnodiging is dan een geschenk uit de hemel. Een teken dat je niet alleen maar op jezelf teruggeworpen bent. 

Ik wil nog maar eens pleiten voor normalisering van het ongelukkig zijn. Geluk is niet de norm – een afwisseling van goede en minder goede dagen is normaal. De norm zelfs. En op minder goede dagen mag je om hulp vragen, want dat overkomt ons allemaal. Als ik eerlijk ben… 


dinsdag 26 juli 2022

Over de grens, ontdekkingen onderweg over onschuld

 


Met onze rolkoffertjes arriveerden we in slaperige buitenwijk van een Vlaamse stad, om een paar dagen in het huis van een ander te verblijven. Het huis was keurig opgeruimd door de bewoners voor onze korte vakantie. Maar mijn nieuwsgierigheid vond sporen genoeg die iets over hen vertelden.

De kombucha in de koelkast, de ecover schoonmaakmiddelen, het zorgvuldig gescheiden afval wees op bewust levende mensen. Het rijtje boekje in de vensterbank van de verder leeg gemaakte werkkamer maakte dat ik hen echt intrigerend begon te vinden. Zusterlijk naast elkaar stonden daar das Kapital van Marx, de Groot Nieuws Bijbel, ‘Scherven brengen geluk’ van Toon Tellegen, een boek met als titel ‘Eerste hulp bij klimaatverandering’ en ‘De helaasheid der dingen’ van Dimitri Verhulst. Een combinatie van titels die in mijn hoofd een boeiende persoonlijkheid bij elkaar bedacht met wie ik wel eens een Belgisch biertje zou willen drinken. Ik kon me nog drie dagen bedwingen voordat ik de namen bij de voordeurbel ging googelen.  

Een ontmoeting zat er niet in natuurlijk. De ongeschreven regel van Airbnb is, dat een huis voor even een soort hotel wordt, een lege ruimte zonder persoonlijke banden. Die grens moet je niet overschrijden.
Een voorzichtige blik in de boekenkast in de huiskamer was wel mogelijk. Daar ontmoette ik een heel rijtje schrijvers met maatschappijkritische visies, waarvan ik de meeste niet gelezen had. Ik sloeg er één open – voorzichtig, om geen sporen achter te laten – die me het hardste toeriep: ‘dit had je allang moeten lezen!’. Ik begon in ‘Witte onschuld’ van Gloria Wekker. De korte vakantie was niet lang genoeg om het boek uit te lezen. Bovendien was er in de Vlaamse stad een volksfeest aan de gang waarbij je tussen de middeleeuwse gevels praktisch over de hoofden kon lopen, van het ene podium naar het andere. Met een gerecyclebaar glas bier in de hand van de ene gecoverde wereldhit naar de andere. Dus daar wilden we ook een beetje van meegenieten. Ik bestelde het boek online om thuis uit te lezen. En voelde me vervolgens schuldig dat ik het niet bij de lokale boekhandel had gekocht.

Misschien was het de afstand van thuis die het gemakkelijker maakte om in het boek ‘Witte onschuld’ te beginnen. Want Gloria Wekker legt de vinger bij de zere plek: wij Nederlanders koesteren ons in een zelfbeeld van onschuld. Wij zien onszelf als een kleine natie zonder al teveel macht, met een traditie van tolerantie, polderen en gelijkheid. Als er al iemand gekwetst wordt door het binnenhalen van zwarte Piet, of met opmerkingen over hoofddoekjes, of door een spannende biecht over seksueel overschrijdend gedrag dan is dat kwetsen niet zo bedoeld, niet bewust, en daarmee niet erg. Het niet weten, het niet bewust-zijn is excuus genoeg om vrolijk verder te gaan. Ik wist het niet, dus ben ik onschuldig. Maar de vraag is: willen we het wel weten?

Ik besef schoorvoetend dat ik onwetend ben waar het mijn eigen witheid betreft. Ik heb eigenlijk geen idee wat de invloed is van mijn huidskleur – die we in het Westen voor het gemak dè huidskleur noemen, alsof andere kleuren geen echte huid zijn. Van de invloed van mijn vrouw-zijn weet ik wel iets. Ik weet als vrouw iets van het ervaren van stereotypen, het gevoel op achterstand te staan, en de confrontatie met een geinternaliseerd gevoel van minderwaardigheid en gebrek aan zelfvertrouwen. Maar ook daar betrap ik mezelf op het relativeren en wegmoffelen van ervaringen van ongelijkheid. Waarschijnlijk omdat weten de onschuld voorbij is, en vraagt om gesprek en zonodig confrontatie en strijd.

Over mijn witheid weet ik eigenlijk niets. Want dat is wat tot me doordringt: niet de ander heeft een probleem, maar mijn witte blik is een probleem. Mijn privilege, dat wat ik niet meemaak door mijn afkomst en huidskleur, de negatieve boodschappen die ik niet (onuitgesproken) meekrijg, de obstakels die ik niet hoef te overwinnen. Het feit dat ik niet de ander ben, maar ‘normaal’.. de standaard – dat is mijn probleem, dat beperkt me.

Het voelt ongemakkelijk. Ik moest letterlijk een grens over, en figuurlijk moet ik steeds weer een grens over om stil te staan bij mijn witheid.
Maar als volwassen mens is onschuld geen optie. Het alternatief voor als onschuld vermomde onwetendheid is niet schuld, maar verantwoordelijkheid.

zondag 14 november 2021

Tuin (van de ziel)

Hoewel ik een hekel heb aan hoog opgetrokken schuttingen die maken alsof we in hokjes leven, toch is een omheinde tuin goed voor een mens. Het is een beeld voor de ziel – die tijd en aandacht vraagt. En daarbij helpt concentratie en afbakening. Even de deur dicht. Je niet opsluiten binnen een eindeloos hoog opgetrokken muur maar wel een gezonde omheining waarbinnen je tijd neemt om alles wat er gebeurt in de wereld te laten landen. Te bidden, je te verwonderen, goed te kijken. Als het niet zo goed met je gaat, als ik somber raak, dan is het een goede remedie om iets te gaan zaaien. Om grond om te woelen, te snoeien, planten op te binden of te geleiden, te ontdekken wat er groeit. Je ziet er de sporen van levenskracht, groeikracht van de Levengevende… Als Jezus in de tuin Maria ontmoet, denkt zij dat hij de tuinman is. Alsof hij de schoffel nog over de schouder draagt, en net met aarde aan zijn knieën is opgestaan van het werken met zijn handen in de aarde, om nieuw leven te zaaien, en jong leven te wieden.
Het is er niet per se rustig en vredig, in de tuin. Het is er niet alleen maar paradijs. Het stormt er ook, de takken worden soms afgerukt. Er zijn plagen van beestjes die het groen opeten, de vorst bedreigt kwetsbare planten.. de winter duurt lang. Maar in die tuin kun met verwondering rondkijken, en ontdekken waar je zelf nog wat doen kunt. We kunnen niet voor de hele wereld zorgen. Binnen die grote wereld is het onze opdracht een klein stukje te bewerken, en te bewonderen. Bijmesten, een plant ondersteunen, water geven. En je kunt ontdekken als je elke dag even kijkt, dat er op onverwachte plekken iets groeit. Dat wat dood leek, leeft na de lange winter. Wat je vorig jaar geplant hebt en niet leek aan te slaan,groeit. En zaadjes produceren heel kwetsbaar groene sprietjes. De eerste aardbei. Iets wat onkruid kan heten maar zo mooi bloeit tussen de tegels. Een vogel die nestelt, insecten die je nog niet kent. Van de week zag ik een pad die ritselend onder blad tussen stenen vandaan kwam. Er gebeurt ook veel wat je niet in de hand hebt, heel veel.. als je er oog voor hebt of krijgt. En is het niet mooi om ook echt op de knieën gaan om voor wat groeit te zorgen.
Bidden en werken komen er bij elkaar… letterlijk op de knieën met je handen in de aarde, besef je dat het groeien een wonder is, en dat je er zelf een klein handje bij mag helpen. Zo kun je ook aandacht besteden aan je ziel. Je zoekt wat goed voor je is, snoeit wat weg wat je afleidt, zaait iets nieuws door wat je leest of luistert, je schoffelt en werkt aan jezelf. Je besteedt zorg aan de tuin van je ziel, maar je weet dat de groeikracht niet van jou is. Die ontvang je.. die wordt door liefde gewekt. Groeikracht in de aarde, zonkracht waar je naartoe groeit, kracht van de regen. De liefdevolle schepping. En je kunt ook een gezamenlijke tuin onderhouden of beginnen. Er een stukje openbare ruimte bij gaan doen. Een berm inzaaien, een stoep vergroenen, een geveltuin of buurtmoestuin beginnen. Samen tegels en stenen verruilen voor groen – zodat het meer ademt, en hemelwater ergens heen kan. Je ziet het gebeuren in buurten, in Houten. En misschien is dit ook wel samen gemeente zijn: samen een tuin onderhouden, de wereld ‘ontstenen’ en vergroenen, een tuin van de ziel! Luister hier een meditatie, waarin het verhaal van de zaaier klinkt (Marcus 4) en waarin je je meditatief stil kunt staan bij je eigen stukje grond:

zaterdag 13 februari 2021

Haat-liefde


Ik heb een haat-liefde verhouding met alleen-zijn.
Ik kan er naar uitzien om de dag te beginnen met een boek en een kop koffie, het liefst in het zonnetje achter huis. Niks meer, niks minder dan mijn boek en ik.

De corona tijd spreekt de kluizenaar in mij aan – die thuis wil blijven, en daar genoeg te beleven vindt. Een rondje wandelen om het dorp, het huis opruimen, even tijd voor wat er door het werk is blijven liggen – niets hoeven.

Deze kluizenaar ziet het ergens als een opdracht of een uitdaging om genoeg te hebben aan één plek, aan wat om me heen is. Ga in je cel, en je cel zal je alles leren – dat advies.* Loop niet weg maar probeer thuis te zijn bij je zelf. Dat kan een hele dag goed gaan, en me gelukkig maken.
Het gaat niet altijd goed. Dan scroll ik aan het einde van de dag door sociale media en zie wat ik allemaal gemist heb en wie er wat allemaal met elkaar beleefd hebben. Dan val ik, als ik alleen de dag afsluit, toch in de val van de vergelijking. En duikt het spook van de zelfkritiek op. Alleen-zijn geeft dan geen dan geen ruimte meer, maar is tekort. En ik vraag me af of ik wel de juiste keuzes maak, of ik mezelf eenzaamheid op de hals haal…

Het is bijna Valentijnsdag. Ik heb me weer laten verleiden tot van die Netflix-romantiek – films over ware liefde, waarbij je vervolgens extra hard in het ‘echte leven’ tuimelt. Als een zak chips of een grote reep chocola – je kunt er hevig naar verlangen, maar het geluk is altijd veel korter dan je denkt.

Ik heb een haat-liefde verhouding met alleen-zijn. Natuurlijk kan ik oprecht verlangen naar een partner en heeft dat weinig met chips te maken (het vinden is een heel ander verhaal…). Het neemt niet weg dat ik zelf wil oefenen in alleen-zijn. Ooit schreef ik er een boekje over, maar ik ben nog steeds aan het leren. Het is iets wat iedereen  - in een relatie of niet – zou mogen leren, denk ik.
Niet dat het beter is ‘om niemand nodig te hebben’. Ik wil juist een mens zijn die anderen nodig heeft, die niet genoeg heeft aan zichzelf.
Tegelijk wil ik alleen kunnen zijn zonder in een gat te vallen. Thuis bij mezelf. Juist omdat ik weet van de liefde van mensen om me heen, mensen die ik bellen kan, of opzoeken. Ook als ze er niet zijn, zijn ze er toch, ergens.

Jaren geleden viel Valentijnsdag ook op zondag en organiseerden Janneke Nijboer en ik een middag voor singles. Een Valentijnsviering, want ‘hoe wij ook door het leven gaan, zonder liefde valt de bodem onder het bestaan weg’. 

En nee, je hoeft niet ‘eerst van jezelf te houden’! Er wordt van je gehouden. Dat geloven, dat moet je wel zelf doen... 

* meer over de cel in een artikeltje in Trouw

* mijn boek "Mooi niet alleen" is nog te bestellen ;-) 

Foto's:
De eerste is van Jolinda van de Beukel. 
De andere twee laten twee kaarten zien uit een set gesprekskaarten die vanuit MijnKerk gemaakt werd voor de Valentijnsviering in 2016.

woensdag 29 april 2020

Met zonder handen - huidhonger in corona tijd

Huidhonger is een woord dat in de anderhalve meter samenleving extra actueel is. Gemma Boormans en Esther Cohen schreven een boek over huidhonger - op hun website lees je meer over dit boek.  

In het Parool worden ze geciteerd in het artikel
'Waarom we massaal huidhonger hebben' 


‘In tijden van corona staat aanraking voor ons allemaal op rantsoen. Pas nu valt op hoe vanzelfsprekend het was: elkaar een hand geven, een kus, een high five… Zelfs de kleinste toevallige aanraking deed ons al goed.’


In de serie 'Houten over Hoop' vertelde ik iets over omarmen in corona-tijd. Meer video's vind je via het Youtubekanaal Houtenoverhoop

woensdag 1 april 2020

ijl

Er zit wachten in de lucht,
ingehouden adem
In een ijle, onbekende luchtlaag
bewegen we behoedzaam om elkaar heen;
licht deeltjes,
iets angstigs in de buik verstopt.
Fris wit blauw de lucht,
stilte die mijn oren vult
licht dat optilt
en wacht.


foto: Jaëlle Burger

woensdag 1 januari 2020

Marriage story - het einde van een huwelijk

Op nieuwjaarsdag keek ik de film Marriage story – een film over een echtscheiding, die begint als de beslissing om uit elkaar te gaan al gevallen is. Reacties die ik las op Facebook waren onder andere: deze relatie was te redden, en: waarom praten ze niet met elkaar?
Ik moest ervan huilen. Omdat het niet lukken van een relatie misschien wel net zo’n raadsel is, als het opbloeien van liefde. Omdat praten niet altijd meer nabijheid geeft, maar in kringetjes rond kan draaien. Omdat je niet altijd over je eigen onvermogen, gekwetstheid of kwetsbaarheid heen kunt. Omdat je  soms niet meer terug kunt…
In de film zie je 2 mensen die steeds meer 2 werelden blijken te zijn. Op afstand van elkaar. Als vanzelf zijn ze ook vriendelijk, zorgzaam en belangstellend naar elkaar. Liefdevol. Het brengt de 2 werelden niet meer samen tot één.
Het is 12 jaar geleden dat in mijn leven  beslissing viel om uit elkaar te gaan. In de nacht van Oud en Nieuw besloten we dat. Er gingen jaren van worstelen aan vooraf; vrienden en familie maakten dat mee van dichtbij. Er was therapie, er waren vele pogingen tot praten, er was onvermogen.
Ik besloot voor mezelf, om de vragen die overbleven na de scheiding niet dicht te smeren met ‘het is beter zo’ en ‘ik heb het goed gedaan’. Om het met losse eindjes te doen en de vraag of ik anders had gekund, te blijven stellen.
Op een goede manier uit elkaar gaan (en nee, niet met advocaten en rechters en getouwtrek over geld, en nog erger, getrouwtrek om de kinderen) is paradoxaal – het wordt nooit beter dan ‘second best’, maar het is wel wat je proberen kunt.
Dan kom je uit waar de film eindigt… bij een moment waarop je de ander de band met zijn kind gunt, en zelfs zijn veters vastmaakt om te zorgen dat ze niet samen zullen vallen.

zondag 20 oktober 2019

Zing de Zee, liedjes van Keiland

Het viel me op toen ik voor de zomer een liedje zocht voor een workshop. Het moest een liedje zijn waarin de stem van Jezus doorklonk, die uitnodigt om op te staan. Een liedje om op te dansen, met een groep vrouwen, een liedje over opstaan en léven gaan. En nergens kon ik zo’n tekst vinden, waarin je direct wordt aangesproken, behalve bij Keiland. Jasper Witteveen vertaalde het ook nog in het Engels, zodat het internationale gezelschap het mee kon zingen.
Toen ontdekte ik dat in Keiland liedjes God vaak spreekt. Als je erover nadenkt, dan is dat best vrijmoedig, brutaal bijna? Veel muziek die we in de kerk zingen is iets afstandelijker – het beschrijft meer dan dat het beleeft. Liedjes van Keiland weten niet zoveel van God, ze beleven het eerder. Er gebeurt iets directs; er is een gesprek tussen de mens en de ander. Veel liedjes zijn een gesprek tussen mens en God, maar doordat het God vaak een ‘jij’ is, – dan wel met een hoofdletter – blijft er ruimte en openheid. Je kunt ook zelf invullen wie die jij dan precies is.
Er is een gesprek met iemand die nabij is, iemand die je vragen stellen kunt, en iemand die jou aanspreekt.
Eeuwigheid, God, is niet ver weg, maar verbonden met de wind, de zee, je adem, een ander die je aanraakt, de storm die je voelt en het struikelen dat je doet - en steeds klinkt daarin verwondering en eerbied door. Het is dichtbij, maar niet gewoon.
Het heeft te maken met dat eiland, met die week op Terschelling. Je kunt misschien kun je zeggen dat het a thin place is, plek op een goede afstand van het dagelijkse, afgebakend door de zee, waar er ruimte is en rust. Daar verbindt het eeuwige zich op een bijzondere manier met het dagelijkse.

Liedjes van Keiland zijn als een gesprek tussen God en mens. Dat heeft te maken met de vorm van vieren op Keiland, waar niet iemand dè voorganger is, maar waar je met z’n allen op de grond van de tent zit, en er dan een stem klinkt, van een achterganger. Waar je in workshops zelf ontdekken mag waar je staat, wat je gelooft en waar je energie van krijgt – al spelend, als clown, of schilderend, of een verhaal vertellend, of...
Het heeft te maken met de vrolijkheid van het kamperen, lange tafels om aan te eten, dansen in een tent, een lege fles wijn in de ochtend onder de tafel voor je tent.
Levenslust – werd een eigen rubriek in het boekje. Want door veel van de liedjes klinkt, kiiert – veerkracht.  Met alles wat je hebt en bent en meemaakt, toch zingen en dansen, hoopvol.

En nu is er een boek waar liedjes gemaakt door Keilanders in verzameld zijn. De liedjes kunnen gaan landen aan de wal. Er was een presentatie met muziek en verhalen, en hierboven kun je uit één liedje een stukje horen, opgenomen in het kerkje van Cothen. Muziek maken: Esther Ocheng, Nimaro, David, Inge, Saskia, David.
Je kunt het boek bestellen via www.keiland.nl en via de boekhandel.


dinsdag 1 oktober 2019

'Mooi niet alleen' kopen

Drie geleden verscheen 'Mooi niet alleen'. Er was een feestelijke presentatie met verschillende mooie bijdragen.Wil je het boek bestellen, dan kan dat door een bericht te sturen naar rebeccaonderstal10  @gmail.com. Voor 10 euro krijg je het dan thuisgestuurd.

zondag 26 mei 2019

50 worden

Afgelopen week werd ik 50.
Na het voorbereiden en het feest zelf waar een constante stroom van lieve mensen was om even mee te praten, is er nu tijd om gedachten over 50 worden te laten landen. Wat hielp, was dat ik vanmorgen in de kerk zat onder het gehoor van collega Martin om een doopdienst mee te maken. Daar trok alles nog eens aan me voorbij. Het besef dat we afhankelijk zijn van elkaar; zo worden we geboren. En het vertrouwen dat we in afhankelijkheid en kwetsbaarheid niet alleen zijn, maar gekend en geliefd.

De tekst die op mijn verjaardagstaart stond – zo vergankelijk want binnen een dag helemaal opgegeten – ging over dansen. Dansen betekent je laten leiden door de muziek, ook als je hoofd niet weet of snapt waar het heengaat. De muziek van het leven volgen…


Ik moet eerlijk zeggen: ik ben er in mijn eentje niet altijd goed in om de slingers op te hangen. Ik heb vrienden hard nodig om te ontdekken dat het leven het vieren waard is. Om verbonden en geaard te zijn. Om te dansen... Want met al mijn 50 jaren moet ik nog steeds leren leven met mezelf, en om ook alleen te kunnen zijn. Dat gaat met vallen en opstaan en struikelen. De afgelopen jaren heb ik weer veel bij geleerd, over het leven, de liefde, de ander en mezelf; dat geeft moed … er is nog tijd. 😉
Op servetjes liet ik een stukje uit een lied van Jeroen Zijlstra afdrukken. Het servet is ook vergankelijk, want je veegt er je handen mee af en weg... Maar ik wens wie dit leest toe dat de tekst in het hart meegaat. Dat we blijven – bij elkaar, en bij onszelf.  Met dat wat steeds meer vanzelf gaat en wat maar niet wil lukken, met wat je nog leren wilt en dat waar je steeds meer van geniet. Met kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Blijf wie je bent en word het steeds meer met de jaren!
En natuurlijk moet je Jeroen Zijlstra (zijn muziek is ook zo’n mooie ontdekking van de afgelopen jaren!) zelf horen zingen: 'Ga niet weg'

De taart kun je hier beter bekijken.

zaterdag 6 april 2019

Kantlijntjes, 40 dagen onderweg

Samen met Martin Snaterse en Bram Alblas, mijn collega's in de Protestantse gemeente Houten, samenwerkend in de Opstandingskerk aan het Kant (Houten) is er iets nieuws gecreëerd: samen bloggen we op Kantlijntjes.


In de 40dagen voor Pasen zijn we om de beurt blogger van dienst, dagelijks aansluitend bij de tekst die Bidden Onderweg aanreikt. De blogs zijn ook als podcast te beluisteren.



Dit is de podcast van vandaag, over Johannes 8, intimiteit en oordelen.. 



zondag 24 maart 2019

Kerk, stille stem in het maatschappelijk debat?

Zondagmiddag, de Dam, klimaatmars. Claudia de Breij zingt ‘zing vecht lach huil bid werk… ‘. In de stromende regen zingen ook de jongeren van Dwars, de jongeren organisatie van Groen Links hard mee. Bidden deden we eerder; niet op de Dam, maar in de kerk, binnen in de Dominicus, met allemaal mensen in regenpakken, gekleed voor de mars. De protestantse scriba bad om een zegen. De bisschop las voor uit de encycliek Laudato Si. De kerken spraken zo voluit hun steun uit voor deze demonstratie voor het klimaat. De kerkgangers gingen met spandoeken ‘met heel je hart’ (en ziel) mee in de stoet. En Kyrie eleisson was er te lezen. Ook een gebed.. De kerkgangers gingen op in de stoet.
Als de kerk spreekt, dan wordt er gebeden. De kerk spreekt zich uit voor het klimaat, maar vanzelfsprekend is dat niet. Daar is binnen de kerk best discussie over.
We zijn van verschillende politieke kleur – ons geloof brengt ons tot verschillende keuzes. Daarnaast is er binnen de kerk een neiging om geloven tot het privé terrein te beperken, om het vooral over persoonlijke te hebben, en niet over het maatschappelijke, de economie, de politiek. Toch lijkt er verandering zichtbaar – de kerk komt in actie voor het klimaat, De protestantse kerk sprak zich duidelijk uit over het kinderpardon – er werd kerkasiel georganiseerd voor de familie Tamrazyan in Den Haag. Daar maakte de RK kerk overigens een andere keus. Zij kozen voor stille diplomatie, achter de schermen. De Prot kerk gebruikte daarnaast het publieke, zichtbare middel van het kerkasiel.

En dan was er nog de Nashville verklaring. Ook daar voelde de kerkleiding van de Protestantse kerk zich geroepen een duidelijke uitspraak te doen, om de lhbt gemeenschap niet in de kou te laten staan.
De betrouwbaarheid van kerk is gebaat bij je helder en hardop uitspreken voor inclusiviteit. En juist als het om relaties en seksualiteit gaat, waar de kerk zo vaak met een opgeheven vinger gestaan heeft, oordelend mensenlevens.

Er is wel een terechte vraag te stellen: wat maakt de een kerk zich wel over het ene onderwerp uitspreekt, en over een ander niet? Waarom zou een kerk zich wel uitspreken over het klimaat, maar niet over waarde van mantelzorg en vrijwilligerswerk of over toenemende tweedeling en armoede?’ Een terechte vraag. Voegt de kerk zich in wat aandient, om ook mee te doen? Of lenen sommige thema’s zich echt voor de kerk? En zijn dat misschien juist impopulaire thema’s, die niet op de agenda komen? Thema’s waarmee je als kerk niet echt kunt ‘scoren’? Er is iets voor te zeggen, om als kerken aan te sluiten bij wat er speelt. Als kerk middenin de samenleving moet je daar niet buiten blijven. Besluiten om actuele thema’s te laten liggen, dat is een keuze. Een keuze waardoor je je niet verhoudt met wat er speelt, waardoor de relevantie van geloven van hier en nu niet erg duidelijk
wordt. Maar als je meedoet, hoe doe je dat dan? Roept de kerk mee met het debat, of is het een andere stem, met een ander karakter? Een stem die stiller klinkt, een tegenstem tegen een steeds luidere discussie, op hoge toon gevoerd? Ik zou hier willen pleiten voor ‘onderscheiding’ zoals de Jezuïeten dat kennen – een proces van afwegen, proeven, wat er op dit moment gevraagd wordt, wat van God is in alle dingen die op ons af komen. Een proces van onderzoeken van gevoelens, op zoek naar wat Gods stem is in de veelheid. Niet meedrijven op gevoel, koersen op sentiment, maar eerlijk en met aandacht onderzoeken wat in de verschillende gevoelens een goede richting wijzer is. Te midden van de tijdgeest zoeken naar Heilige Geest – dat spanningsveld. Gebed, leren luisteren in de stilte, luisteren naar de Bijbel, speelt daarin een grote rol. Nuchter, dat wel, maar geef aandacht en luister goed. Voor een korte samenvatting van wat ‘onderscheiding’ is verwijs ik naar een interview met Jos Moons SJ.

Maar zit er wel iemand te wachten op een kerk die spreekt? Er is een geschiedenis waardoor haar gezag juist onder vuur ligt. Mensen hebben zich betutteld gevoeld en onder druk gezet, en er is de donkere geschiedenis van misbruik. Het individu van nu heeft een moeilijke verhouding met gezag. Bovendien is een onze samenleving een democratische, waar beslissingen met de meerderheid van stemmen worden genomen. Daarbij legt de stem van de kerk geen bijzonder gewicht meer in de schaal.. terecht natuurlijk. Een monoloog van de kerk, via eenrichtingsverkeer vertellen hoe de keuzes van mensen er uit moeten zien, dat is niet meer aan de orde. Tegelijk: de kerk is niet één van de vele belanggroeperingen, een club te midden van andere verenigingen op het maatschappelijk middenveld. De kerk heeft een andersoortige stem. Maar als die niet luider klinkt dan de andere, hoe klinkt die dan wel? En hoe kom je tot een dialoog?
In onze samenleving is de beduchtheid om te spreken vanuit een geloofsovertuiging best groot. Er is al heel snel het beeld dat je met beroep op God, de autoriteit van een godsdienst of een religieuze groep of instituut een ander overrulen wil, met een absolute waarheidsclaim. Het is goed te begrijpen dat het verwijzen naar het transcendente ervaren wordt als het beroep op een hogere instantie, en intimiderend kan zijn. Je beroepen op dergelijke autoriteit, op gezag, dat is voor het individu van nu snel reden om het gesprek te staken.
We moeten heel duidelijk zijn, als we spreken, dat we niet menen de waarheid in pacht te hebben. Het luistert nauw.

Als we spreken vanuit onze ziel, vanuit geloven, dan leggen we verantwoording af aan een andere orde. Luisterend naar een andere stem, die zich door niemand laat claimen of voor zijn karretje spannen. Iets van buiten je. Waarheid die groter is. Dat is een paradox . Want hoe kun je je stem verheffen in naam van een stem die zich niet claimen laat? Dat moet wel een heel stille stem zijn. Spreekt die stem nog, concreet, heeft die nog een mening? Wat de kerk inbrengt in het gesprek, is een verwijzing een bron, is verlangen dat boven ons uit wijst. Of beter: ik denk dat we ons geroepen mogen voelen om van het opdiepen - van bronnen, van wat ons overstijgt - iets gezamenlijks te maken. Bronruimte vrijhouden, heilige grond, waar gesprekspartners samen op zoek gaan naar wat heilig is, naar God of hoe dat heet. Niet claimend, maar elkaar uitnodigend. Steeds zoekend naar taal die verbinding maakt, die niet exclusief is, zoekend naar elkaar verstaan. Ik denk dat spreken van de kerk zo ruimte maken wordt voor zoeken. Een tegenkracht tegen doordraven in de je eigen vrijheid van meningsuiting – ruimte makend voor wat ons overstijgt.

De kerk spreekt vanuit het perspectief van Aswoensdag, waarbij de mens beseft wie hij is: feilbaar, van stof, staande voor God in staat om om te keren. Christenen hebben in die zin een voorsprong: je weet van te voren dat je zult falen in het doen van het goede. Je kunt het uithouden bij mensen en dingen die kapot gaan. De mens is kwetsbaar en afhankelijk – dat is een erkenning die we in kunnen brengen in het gesprek in onze samenleving. Temidden van maakbaarheid, perfectie, succes en effectiviteit...

Maandenlang was er in een kerkgebouw in Den Haag een kerkdienst gaande, om uitzetting van een gezin met 3 kinderen te voorkomen. Velen die daar kwamen om voor te gaan of mee te bidden hadden hun aarzelingen, bij het inzetten van dit middel, in één concreet geval. Maar tegelijk – wie daar kwam werd geraakt door het kwetsbare ervan. Van het volhouden, biddend, zingend.. niet groots, maar heel klein, lange adem, zonder weten of het iets zou opleveren. Het gebed waar onrecht om vraagt, voortdurend, kreeg daar vorm, 24/7. Oefenen in radicaal afhankelijk van God zijn, in gebed, kreeg daar vorm. Ondertussen werd er onderhandeld, druk uitgeoefend.. maar het gebed ging door zonder van succes of geen succes te weten. Tot er beweging kwam.. tot ieders verbazing.
Keerde het ten goede? Heeft het recht gewonnen toen het kinderpardon werd afgeschaft? Of heeft een politieke partij winst binnengehaald? De kerk weet van falen, van menselijk proberen. Er is schrik als het toch weer gecompliceerder blijkt dan gedacht, maar houdt dan toch vol. Radicaal afhankelijk van de komst van Gods koninkrijk. Onverbeterlijk hoopvol.. Is daar behoefte aan.. gaat het de kerk redden? Kan de kerk ‘weer relevant’ worden? Ik weet het niet.. Gaat het daar om? De kerk geeft toe afhankelijk te zijn van God en van een waarheid die ze niet in bezit heeft. Het zou de kerk moeten bevrijden van spreken, puur om zelf gehoord te worden, of gehoorzaamd. Het draait om een wereld, een koninkrijk, dat nog in de toekomst ligt, bij God verborgen. In dialoog met anderen, biddend, zoekend naar taal die verbindt, zonder de waarheid te claimen. Met heel ons hart.

(deels uitgesproken tijdens het symposium "Tijdgeest en Heilige Geest", zondag 17 maart 2019, Onze Lieve Vrouwe van Altijd Durende Bijstand, Bilthoven)

maandag 14 januari 2019

Over water


In een Houtense woonwijk vol water en straten die meren zijn, moest ons Gluren bij de buren programma wel over water gaan. Met Binne, Leone, Jorien, Pieter en Matthijs en Willem speelden we liedjes van een zeeman. Drie keer zat de huiskamer van Marike en René vol, om te luisteren naar liedjes van Jeroen Zijlstra, zoekende zeeman, en wat gedachten over water. 

In zijn liedjes over zee, verlangen, storm en in elke haven een nader liefje duikt soms ineens iemand op die lijkt op Jezus. Die Jezus uit de Bijbel die ook steeds het water opzocht, die woonde aan de zee van Tiberias..   Blues voor Slauerhoff is zo'n liedje van verlangen dat zingt over een haven waar een mens een leven lang naar blijft zoeken.  

Water dat stroomt houdt het verlangen in beweging, als eb en vloed. Naar thuiskomen of juist naar weggaan, de verte tegemoet.

Draag me - zingt Zijlstra:
jij bent mijn boot van papier
Jij bent mijn kwetsbare kant
Draag me, bootje van papier

In
Water nodigt uit om met de stroom mee te gaan.. zonder te weten waarheen. Zonder zekerheid, kwetsbaar en wel..

Breek is bijna een gebed, voor de kwetsbaren van deze wereld, voor wie zichzelf geven. En doet denken aan de zaligsprekingen.. En zou het ook over Jezus gaan als ZIjlstra zingt: 

Voor de stem die zich moet weren

Voor de scherven in je eigen keel
Voor de kunst van het proberen
Ook al blijft er niets meer van je heel

Voor de pijn van het vermoeden
Voor die ene zin of melodie
Voor de maker die moet bloeden
Voor hij uitbarst in z'n laatste lied

Water is flow, maar het kan ook gevaar betekenen. Tegenover veel water is een mens weerloos, breekbaar.. Heb je ooit wel eens gezeild hebt bij flinke wind en regen? Dan weet je niet meer waar het water ophoudt en de hemel begint. Je raakt alle houvast kwijt. Het is één grote grijze massa.

Wat geeft je houvast als het stormt?
In Wachtsman is Jezus er … 
En ooit lag iemand rustend in een boot
Buiten blies een ziedende orkaan
Alles kraakte
Maakte water
Was in nood
Golven sloegen tegen 't scheepje aan

Hij sprak bestraffend tot de wind en zee
Beiden zwegen
't Werd volkomen stil
Als een wachtsman in het donker vaart hij mee
En zal er zijn als ieder slapen wil
Iemand die je vertrouwen geeft, als stormen woeden. ’s Nachts als alles erger lijkt… zou Zijlstra dat zelf ook zo gevoeld hebben, toen hij naar zee ging? Nog maar 15 jaar oud, een jongen die nog van niets wist, zeeziek en wel…
Over water lopen; het is een sterk beeld van vertrouwen, van gaan ondanks diepte en donker. Een beeld van flow dat opduikt in liedjes. In het Bijbelverhaal loopt Jezus over het water, maar ook Petrus probeert het. Hij zet zijn voet op het water en loopt..  even. 
Vorig jaar was ik op vakantie aan de zee van Tiberias, of het meer van Galilea. Waar de verhalen van Jezus en zijn vrienden  spelen. Het zijn vissers, ze varen regelmatig over, en niet zelden is het donker en stormt het. Die vakantie week aan het meer liep ik rond met een dilemma. Een beslissing die ik nemen moest.  Werk waar ik met heel mijn hart aan begonnen was, was me boven het hoofd gegroeid. Ik kon niet verder, maar kon ik het uit mijn handen laten vallen? Ik twijfelde.
Op een gegeven moment stond ik daar aan de smalle kant van het langgerekte meer.. De wind was opgestoken, ineens stonden er kleine koppen op het water. Ik liep naar de waterlijn en er kwam over het water iets aanwaaien wat me riep. 'Heb maar vertrouwen'.. zo klonk het. 'Ergens in de diepte komt iets nieuws..' En het was net of ik mijn voet op het water kon zetten om te lopen, met vertrouwen. Zijlstra zingt erover in Over water... 


zondag 6 januari 2019

Caravaggio in Utrecht: oog in oog met Jezus

Christus toont zijn wonden,
Giovanni Antonio Galli, ca. 1625/35
Met een vriendin sta ik in het Centraal Museum voor de muur met schilderijen van 'De ongelovige Thomas'.* Op het middelste schilderij staat maar één figuur en het is Thomas niet. Het moet Jezus zijn die zelf een vinger in de wond in zijn zij steekt. Hij kijkt niet naar wat hij doet, maar hij kijkt iemand aan. Is het Thomas? Ben ik het? Of kijkt hij in een spiegel naar zichzelf? Je ziet een vraag in zijn ogen, denkrimpels in zijn voorhoofd. 'Het is Jezus en Thomas in één', zegt de vriendin naast me. En dan zie ik het ook. Jezus lijkt zelf te twijfelen en de vraag te stellen: 'Wie ben ik eigenlijk?'.

Op de schilderijen aan weerszijden laat Jezus zich aanraken door Thomas en staan andere leerlingen er met hun neus bovenop, met dezelfde denkrimpels. Het is heel intiem eigenlijk. Jezus heeft er zelf toe uitgenodigd. 'Voel zelf maar..' zegt Jezus tegen Thomas die niet kan geloven dat het werkelijk Jezus is, of dat Jezus werkelijk er is, na zijn dood aan het kruis.
Aanraken is een weg om te ervaren dat de ander er werkelijk is. Dat wat je hersens niet bevatten kunnen kan de aanraking van de huid tastbaar maken. Liefde die onwerkelijk groot is heeft behoefte aan lichaamstaal als woorden tekort schieten.
Zonder het platvloers te maken heeft het aanraken van Thomas iets sensueels. Het is meer dan oppervlakkige aanraking, hij mag het lichaam van Jezus heel even binnen als hij zijn wonden voelt. 'Leg je vinger er maar in' zegt Jezus.

De ongelovige Thomas,
Michelangelo Merisi (Carvaggio), 1600/1625
Op dat ene schilderij wordt Jezus niet aangeraakt. Het ziet er uit als iemand die alleen voor de spiegel staat en zich afvraagt: Wat zie ik? Wie ben ik eigenlijk? Hoe ziet een ander mij?  Kun je door zo in de spiegel te kijken vertrouwd raken met je eigen lichaam? Er zijn therapeuten die het aanraden als manier om zelfvertrouwen te voeden. Kijk eens, hoe mooi je bent; ook je beschadigingen en littekens mogen er zijn. Verstop ze maar niet..
Maar heb je daar niet jùist de blik van een ander voor nodig? Om jezelf te zien op je mooist? Om te weten wie je bent?
Ik zie in de blik van Jezus een vraag. Als ik nog eens beter kijk, dan zie ik dat hij de wond aanwijst en uitnodigt tot aanraken. 'Kijk maar, hier.. voel maar.. Dit ben ik. Met littekens en al'. Ik moet denken aan het woord huidhonger - het vat samen dat een een lijf vraagt om aanraking.  Het is het verlangen om de schaamte voor je littekens en de sporen die het leven getrokken heeft af te leggen en gewoon te zijn wie je bent.  Je zonder schaamte bloot te geven. Als je in de ogen en de armen van een ander bestaat, dan gaat de twijfel over wie je bent en of je er mag zijn, liggen als een storm die tot bedaren komt.

* tentoonstelling 'Utrecht, Caravaggio en Europa' in het Centraal Museum Utrecht, 16 december t/m 24 maart 2019

maandag 31 december 2018

If I could save time in a bottle... Top2000 dienst in Zoetermeer


"If I could save time in a bottle"...zingt Jim Croce.
Zo aan het einde van het jaar kan het je overvallen: tijd die door je vingers glipt, te snel.. te weinig tijd.. de tijd tikt weg..

Tijd heeft ook iets van een oordeel in zich: wat doe ik er mee? Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, wat kwam er van de dingen die ik wilde… heb ik mijn verlangen gevolgd, of heb ik dingen laten liggen? Wat doe ik met de dingen die terugkijkend, niet waren zoals ik wilde. In psalm 90 klinkt de vraag door: is er iemand die ziet wat ik er van gemaakt heb? Die me doorziet, op een milde, liefdevolle manier, die me aanspoort?
Dit jaar had ik een gesprek over deze psalm met iemand die ziek is – kanker heeft ze.. ze weet niet hoeveel tijd ze nog heeft, maar wel dat ze haar kleinkinderen niet zal leren kennen. Ieder van ons heeft niet eeuwig de tijd, maar wat als je het heel tastbaar wordt, als een arts tegen je vertelt dat je niet lang meer hebt. Van haar leerde ik het woord ‘genadetijd’ – een heel christelijk woord, genade – dat spreekt van ontvangen, van een open hand, van weten dat je zoveel dingen niet per se verdiend hebt, maar wel krijgt.

Ook als je niet ziek bent, of ziek geweest als Lisanne die hier vandaag zingt, dan nog is het goed om zo  naar je tijd te kijken denken. Als iets wat je ontvangt. Wat kostbaar is…
Tijd die voorbij glijdt vraagt niet van ons om nog harder te lopen, of nog meer te doen. Maar te zijn waar we zijn – de tijd te vergeten doordat je bent, er bent.Je helemaal te geven aan wat je doet, liefhebben, doen wat je kunt, wat je goed kunt.. dat maakt dat de tijd even stilstaat.

Elke dag wakker worden en beseffen dat er licht is, dat er liefde is die je draagt,
is dat de geliefde naast wie je wakker wordt
of de vogel die buiten zingt die je dat vertelt
of gewoon, het zonlicht..
het liedje in je hoofd dat vertelt van verlangen..
noem je het God – de liefde waar je van leeft, door alles heen..
Misschien gebruik je het woord God niet, maar ken je wel de verwondering en dankbaarheid voor dat wat je helpt om te leven, wat het leven glans geeft.
Het is deze zin uit het liedje 'Thinking out loud' van Ed Sheeran die me zo raakt: We have found love right where we are.. liefde is waar jij bent.. kijk waar je bent, wie er is bij je.. daar is het geluk, daar is het te vinden..
Het is niet per se gemakkelijk, en een en al zonneschijn, het leven. We staan vandaag stil bij het werk van het KWF. Hoe pijnlijk en verdrietig is het, als ziekte je zoveel afneemt, en als je zo vechten moet met die ziekte. Toch leer ik juist van hen, – van Lisanne.
Ik moet ook denken aan Kinga Ban – zangeres, ook zij heeft kanker. En zingt dan het prachtige liedje ‘Vandaag’
Dit is vandaag
en het is alles wat je hebt..
met zijn vreugde en zijn pijn
en je hoeft maar één ding te doen
dat is: er zijn.

Je krijgt straks allemaal een flesje mee.. Je kunt de tijd niet bewaren.. maar wel iets anders.
Misschien kun je dit jaar flessenpost aan jezelf sturen.. in de fles stoppen waar je dankbaar voor bent in het afgelopen jaar. En misschien in één woord, dat beschrijft hoe je het nieuwe jaar binnen wilt stappen. Geen grote voornemens, maar een woord voor hoe je gaat.
Ga je met verwondering, of vertrouwen, doorzettingsvermogen of hoop of dankbaarheid, of moed of rust, energie of ontspanning– waar richt je je op? Ga je met God misschien?
Als je nu het goede van 2018 en een woord voor 2019 in de fles stopt… dan kun je die flessenpost aan jezelf later weer eens openen. 

Een nieuw jaar nodigt ons uit om hoopvol te zijn. Open voor wat we ontvangen zullen.




vrijdag 28 december 2018

Het Kerstfeest, Jezus en dj's.

Luisterend naar de radio vorige week, hoorde ik 2 dj’s tegen elkaar vertellen dat ze niet zoveel met de religieuze kant van Kerst hebben. Ze hadden een best grappig gesprek, over hoe Jezus weer hip zou kunnen worden. Ik luisterde in de auto en vond het eerlijk en pijnlijk tegelijk. Jezus die verdwijnt uit het Kerstfeest..
En tegelijk liepen diezelfde dj’s de blaren op hun voeten voor het goede doel, voor het Rode Kruis en het redden van levens. Het is vanzelfsprekend, nog steeds, ook als Jezus niet meer zo in beeld is: Kerst betekent iets voor een ander over hebben. De menselijke, aardse kant is er nog.. al is het perspectief op God weggeraakt.. Of God gaat met zijn liefde zo op in wat mensen doen, dat we het ternauwernood opmerken..

Die Dj’s die liepen voor Serious Request zag ik gisteren Wijk bij Duurstede uit lopen, naar Cothen, op weg naar Utrecht. Een niet zo heel opvallend groepje… door velen niet opgemerkt. Het was dit jaar niet zo glamourous. Geen Glazen huis met almaar feestvreugde er omheen maar ‘de Lifeline’- lopend dwars door Nederland, van dorp naar dorp, dag en nacht, dagenlang, van 3 kanten dwars door Nederland, naar Utrecht. Het leverde lang niet zoveel geld en aandacht op als het Glazen huis, maar misschien kwam het wel dichterbij Jezus.. Het steeds weer verder, nergens lang genoeg voor een echt feestje.. weer verder.. niet op een vrolijk plein of evenemententerrein, maar gewoon langs de straten en de deuren van heel veel mensen.. sommigen kwamen naar buiten, met geld of gewoon, koekjes.. of een tandem of trekker om ze even een stukje verder te brengen. Misschien zelfs wel een ezel..
Het leek eigenlijk verdacht veel op Maria en Jozef – en op Jezus met zijn leerlingen.. later twee aan twee.. en op vluchtelingen onderweg, alleen staat bij hen helemaal niemand aan te moedigen langs de weg.
Misschien ontdekken we iets van God eerder in die strompelende dj's met kapotte voeten en doorgeregende kleren, die blij zijn met een vriendelijk woord en hulp van mensen langs de weg, en instemming met hun goede doel..
God laat zich ontmoeten in kwetsbaarheid. In wie kwetsbaar is.