Posts tonen met het label geloven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloven. Alle posts tonen

maandag 29 mei 2017

Jullie zijn het licht

overdenking in de afsluitende viering van de Charismatische conventie 

Het thema van de 42e Hemelvaartsconferentie van de CWN/CWJ was 'Kom tevoorschijn'.
Zelf was ik na bijna 30 jaar weer 'terug' bij de CWN. Het was vertrouwd en vernieuwend tegelijk. En hartverwarmend.
In de zondagmorgenviering mocht ik spreken. Het thema was 'Laat je licht schijnen', bij Matteus 5: 11 - 15
"Jullie zijn het licht van de wereld", zegt Jezus.
Licht, daar werk je niet aan. Het is er.. als het er eenmaal is dan verspreidt het zich en houd je het niet tegen. Het vecht niet, het voert geen strijd. Het straalt alleen maar. Tenzij je er iets overheen zet en je verstopt.

Om tevoorschijn te komen is behalve moed ook veiligheid nodig. Deze conventie is zo’n plek, een plek waar het veilig is. Aan die sfeer van veiligheid dragen al die sprekers die hier op het podium gestaan hebben bij, met hun verhalen waarin ze hun eigen pijnlijke plekken en dat wat genezen en groeien moest niet wegmoffelden.
Niet per se van het ene op het andere moment.. Dineke van Kooten vertelde over haar 14 jaar op bed. Ziek.. en alle tijd om te leren, te ontdekken. Totdat ze weer op haar benen kon staan.
Wat een geduld heb je nodig, soms.. kleine stapjes..

Het is hier niet raar om niet ‘af’ te zijn, en wat niet af is wordt letterlijk liefdevol aangeraakt. Bij de ziekenzalving, bij gebed, zegen – er zijn handen die je aanraken. Ook dat geeft vertrouwen en moed.
Om tevoorschijn te komen, te zijn wie je bent. Met alles er op er aan.
Het is hier niet raar om niet ‘af’ te zijn, om te laten zien dat je leven soms meer op een verknalfuif lijkt dan op een succes feestje. Voor 'onaf zijn' is hier ruimte, omdat er tegelijk vertrouwen is dat er groei is – door de Geest.

Het grootste inzicht dat ik opdeed bij het lezen van deze woorden van Jezus was dat hij: "jullie zijn het licht van de wereld". Hij zegt niet "jij bent het licht". Dat zijn woorden die alleen voor Jezus zelf opgaan. Hij is het licht voor de wereld. Voor ons geldt dat het in meervoud tegen ons gezegd wordt.
Denk niet dat jij het licht van God in je eentje uitstralen moet.
Ik vind het een opluchting Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik heb die neiging wel – om te denken dat ik het alleen moet doen. Alsof het alleen van mij afhangt. En er iets heel erg mis gaat als ik faal. Daar word je bang van. Logisch... En dan ben ik ook nog eens bang om te verbleken in vergelijking met  het licht van een ander. Dan wordt het best moeilijk om tevoorschijn te komen, als jij hèt licht moet zijn.


Toen ik ging scheiden na jaren ploeteren en denken dat er toch een weg moest zijn om het goed te doen viel ik voor mezelf van een voetstuk.
En ik was zelf degene die op dat voetstuk van niet mogen falen geklommen was. Eigenlijk was ik op de stoel van God gaan zitten, met al mijn perfectionisme. Ergens in mijn jeugd had ik de overtuiging opgedaan dat God van mij verlangde dat ik ànders werd, een betere versie van mezelf. Ik zie mezelf nog op de grond zitten in de oecumenische kloostergemeenschap van Taizé, op mijn knieën op de harde grond. Met gebogen hoofd bad ik, dat de negatieve dingen uit mij zouden verdwijnen. Pas later, soppend door de modder op het eiland Iona, leerde ik dat God mij wilde omarmen mèt alles erop en eraan. Het knielen heb ik toen een poosje achterwege gelaten. Nu kan ik het weer zonder dat ik me daarbij onnodig klein maak.*

Je moet van je voetstuk komen om als die lamp op een standaard licht te kunnen verspreiden.
Jezus zegt: "jullie zijn het licht". Die jullie, dat zijn de mensen van de zaligsprekingen, hier vlak voor uitgesproken, die gelukkig genoemd worden. Verdrietig, kwetsbaar, gewond, afgewezen als ze zij. Die ploeterende mensen zijn het die het licht zijn. In wie de Geest van Christus zichtbaar wordt. Het zijn doorschijnende mensen… steeds minder met zichzelf bezig, steeds meer verbonden met Christus.

Jullie zijn het licht van de wereld.... Maar we kunnen het alleen in verbondenheid, dat stralen. Licht in allerlie soorten en maten, flakkerend, bleekjes, vrolijk stralend en even op een laag pitje… samen is het licht voor de wereld. We kunnen het alleen in verbondenheid.
En wie weet… kom op een onverwachte plek iemand tegen, die haar of zijn licht met je deelt. Misschien is het Christus wel, de Geest die je met een liefdevol grapje verrast.
Ga met God, in Gods licht.

* deze passage is afkomstig uit het boek 'Mooi niet alleen'.
foto's: Benne Holwerda





maandag 16 januari 2017


Gesprek met Marleen Stelling voor het programma 'Het Vermoeden' (uitgezonden op zondag 15 januari 2017, NPO 2 EO). Bekijken: Het Vermoeden zondag 15 januari 2017


zaterdag 9 februari 2013

kleine verhalen


Toevallig begon ik deze week in het boek ‘Staat geschreven. De zeven zekerheden’ van Jaap Marinus en Erik Drenth. Een boek dat gaat over gebrek aan zekerheden met als motto ‘Ik ben onderweg. Mijn waarheid is het leven’. Geloven in de praktijk, met de poten in de modder van het dagelijks leven, daar schrijven de mannen over.
Toevallig vertelde ik er deze week over in het programma Geloven op 2. Het was een persoonlijk portret over falen, een scheiding en zoeken naar God. 
Met Jaap en Erik heb ik deze ontdekking gemeen: dat waarheden over wie God is (de Waarheid) een kaartenhuis kunnen blijken, eigenhandig gebouwd. Als je jezelf flink tegenkomt door een ongeluk, een scheiding, een depressie kijk je in de spiegel anders naar jezelf. Maar met dat je naar jezelf kijkt komt God in beeld, alsof Hij achter je staat. Het beeld van God is niet los verkrijgbaar. En dan zie je God ook niet zo helder meer.. al die scherp afgebakende beelden blijken een illusie.
Kleine verhalen van geloof blijven over, die zich alleen met veel regels wit en zoeken naar woorden laten vertellen. En kleine verhalen van ongeloof..

Op tv vertelde ik het verhaal van mijn scheiding, en de afwezigheid van God. Er zijn meer verhalen te vertellen.. Ingrijpender dan die relatiecrisis was waarschijnlijk wat ik als 13jarige meemaakte. Toen veranderde mijn zusje van degene die het dichtst bij me stond in een ander, een bijna-vreemde. Dertig jaar later ben ik daar nog steeds niet echt aan gewend. Ze was een brugklasser die niet goed uitkeek bij het oversteken, raakte in coma, ontwaakte weken later en moest verder leven met hersenletsel. Een heel gezin moest verder met hersenletsel.
Een ervaring te groot om te hanteren voor een kind. God werd een toevluchtsoord toen ik geen raad wist met gevoelens van schuld (want waarom overkwam het haar en leefde ik verder met mijn hersenen en talenten intact), verdriet (want rouwen is moeilijk als iemand er nog is) en boosheid (want dat was niet christelijk natuurlijk).
Dat toevluchtsoord bleek veel later een gevangenis, en God was deel van de muren die ik had gebouwd. Eindeloos dacht ik dat God van me vroeg om ‘alles goed te maken’. En ik was me er niet eens van bewust dat ik perfectionisme met God verwarde. Dat ik mezelf met God verwarde eigenlijk. En tegelijk maakte ik mezelf klein, door alleen te kijken door de bril ‘tekortschieten’.
Bevrijding uit die zelfgebouwde gevangenis kwam niet door een ingrijpen van God. Tenminste… het is maar wat je beeld van God is: spreekt Hij met donderende stem uit de hemel, of merk je Hem op tussen de regels van wat een vriendin tegen je zegt, of een therapeut.
Hoe ervaar je God dan, vroeg Mirjam Bouwman me in Geloven op 2. Ik geloof niet dat ik er goed uit kwam, uit het formuleren van een antwoord. Best confronterend, voor een dominee. Maar dan laat ik me troosten door Jaap en Erik die schrijven 'wat ons betreft is een geloof met rafeltjes, twijfel, inconsistentie en imperfectie te verkiezen boven een prachtige uitgedachte theologische constructie.' Dat maakt een dominee die predikt tot een voorganger die voorgaat in geloven met vallen en opstaan? Treffend dat Erik en Jaap dat onderscheid maken. (p41).