Posts tonen met het label zinzoekers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zinzoekers. Alle posts tonen

dinsdag 4 juni 2013

kloosterdag: heilige ruimte

Maanden geleden schreef ik:
“Soms droom ik van een klooster in Cothen. De kerk – een plek om te bidden, een paar keer op een dag. De grote tafel in de pastorie – een soort refter, waar gepraat, gedronken en gegeten wordt, waar de vragen van geloven hier en nu gedeeld worden. De wandelpaden om het dorp heen – een grote kloostertuin om tot jezelf te komen. Het geheel: een plek waar je God en mensen ontmoet, en waar je zo de ruimte vindt om tot jezelf te komen.”



Op zaterdag 1 juni was het zover: vanuit ZIN in Wijk bij Duurstede werd een kloosterdag georganiseerd. 
Een klein groepje maakte kennis met elkaar aan de grote tafel van de pastorie, en verplaatste zich daarna naar het Cothense kerkje voor het eerste gebed.
De gebeden vormden de ruggegraat van deze dag. Aan het begin, voor het middageten, aan het einde van de middag en voor vertrek in de avond zaten we in een kring in de kerk. We luisterden naar het verhaal van Elia uit 1 Koningen 19 (waar hij eerst niet meer verder wil, dan nieuwe energie krijgt van een engel, op weg gaat en dan God ontmoet in een milde bries), waren stil, zongen en baden met elkaar.
De gebeden maakten van deze dag 'heilige ruimte': ruimte die apart gezet is, anders dan het gewone. Ruimte om tot jezelf te komen, nieuwe mensen te ontmoeten en God te ervaren in het dagelijkse.
In de open en persoonlijke gesprekken over de vraag 'wat is jouw bron' en 'hoe ga je met kwetsbaarheid om' kwam God niet uitdrukkelijk ter sprake. Hij werd niet bij name genoemd. In de gebeden gebeurde dat wel. Wat onuitgesproken was werd benoemd in lied, gebed en lezing uit de Bijbel. 


Tussen de gebeden werd er gewandeld, heerlijk gegeten en wijn gedronken, van de zon genoten, veel gepraat met elkaar. Afspraak was: deze dag mag je tijd voor jezelf nemen èn tijd voor God. De een deed dat door gesprek, de ander door in een hangmat te liggen of door over het water van de Krommerijn te staren, weer een ander ging even rustig in de kerk zitten. 


Een paar momenten ontroerden me erg: 
De openheid waarmee iemand deelde wat haar op dit moment moeilijk valt. Tranen die gedeeld werden.
De overvloed van al het eten dat door de deelnemers was meegebracht en het gebed dat we hand in hand zongen rond de tafel.
De manier waarop ieder zelf een manier vond om - tijdens de laatste ontmoeting in de kerk - aan haar buurvrouw een zegen met water door te geven. 


Dankbaar sloten we de dag af. Mooi hoe één dag heilige ruimte genoeg kan zijn om op adem te komen..


Een deelnemer schreef een mooi verslag van de dag - je leest het op de website van ZIN in Wijk bij Duurstede. 
Daar is ook het programma van deze dag te downloaden.

donderdag 21 maart 2013

Een sterk merk..

 Het klooster is een sterk merk.. niet alleen trekken hippe BN-ers zich er een week terug in stilte (om er een stuk rustiger uit te komen) Het is de eeuwen door een plaats waar reizigers, outlaws en Godzoekers terecht kunnen. Een plek die buiten de kerkelijke hierarchie valt en waar kloosterlingen zich van de regels daarom niet veel aan trekken. Als tiener kwam ik voor het eerst bij de Benedictijnen in Oosterhout, en kwam er vele malen terug. Ik ging naar Taizé en het voelde daar steeds weer als thuiskomen. In retraitecentrum de Spil stonden kapel en eettafel vlakbij elkaar. En een reis naar gemeenschap van Iona leerde me geloven onder de blote hemel, wandelend in de natuur. En Keiland, ook zo'n plek met een gebedsritme en ontmoeting, alleen dan in tenten op een eiland.

Het klooster - in allerlei meer of minder klassieke variaties - is een constante in mijn leven, op de achtergrond. Een plek om even te schuilen in de regelmaat en de vanzelfsprekendheid van het gebed. Een plek om het voornemen te vernieuwen om ruimte te maken voor God in het dagelijks leven. Alleen houd ik de discipline moeilijk vol, in een klooster is er de gemeenschap die me omgeeft. Terwijl het verlangen er wel is, overheerst thuis de neiging om snel aan het werk te gaan. Geen tijd om te bidden; ik zit al half achter het bureau en blijf er hangen, opgeslokt door alles wat zich aandient.

Soms droom ik van een klooster hier in Cothen. De kerk - een plek om te bidden. De grote tafel in de pastorie - de refter, de plek waar gepraat, gedronken en gegeten, gedeeld wordt. De wandelpaden om het dorp heen - een grote kloostertuin om tot jezelf te komen.
Zo gek is het idee niet. In Friesland is net Nijkleaster gesticht, rondom de kerk van Jorwerd. Een begin van een klooster, met een wekelijkse wandeling (kloosterkuier) en gebed, en een maandelijkse ontmoeting. Een klooster zonder kloostergebouw.

Zin in Wijk bij Duurstede doet mijn kloosterdroom soms de aarde raken. Via internet wordt wie wil een moment van bezinning aangereikt, een ritme; deze weken voor Pasen elke dag om 8 uur. Maandelijks kun je in de kerk de stilte zoeken, maandelijks is er  gesprek over dagelijks geloven. De pastorie is een plek waar velen met elkaar in gesprek zijn geraakt. Het huis en de tuin geven letterlijk en figuurlijk ruimte; je krijgt er lucht. Een plek die inspireert. Kerk en pastorie, waar al eeuwen gebeden wordt, gestudeerd in de bijbel en nagedacht over het leven.
In juni komt er een retraitedag. Een dag kloosterritme, gewoon in Cothen: bidden in de kerk, wandelen om het dorp, praten en eten aan de 'pastorie-tafel'. Een ZIN-dag. Overbodig te zeggen dat ik er zin in heb.

vrijdag 8 maart 2013

ZIN in Wijk bij Duurstede

Vorig jaar werd de website gelanceerd: www.ZINinWijkbijDuurstede.nl. Maar wat is ZIN eigenlijk? Het is een ontmoetingsplek, online en offline voor ZINzoekers. Maar wie zijn dat precies, die zoekers, wat willen we hen bieden en wat hebben zij te bieden?
Eigenlijk doe ik maar wat, op gevoel. En elke keer vraag ik me af: wat doe ik nu eigenlijk? Een studiemiddag over pionieren zorgt ervoor dat ik het nog eens probeer, om er lijn in te krijgen.

Betrokkenen bij ZIN komen vooral uit Wijk bij Duurstede en Cothen. Ze zijn veelal boven de 50. Ze zijn  kerkelijk, hebben hun twijfels bij het instituut, zijn op zoek naar nieuwe vormen; ze zijn rand- en niet meer kerkelijk; ze hebben geen kerkelijke wortels.

ZIN valt onder verantwoordelijkheid van 2 kerkelijke gemeentes, maar draagt expres geen kerkelijke naam om openheid uit te stralen. Online zijn er geen kerkmuren of beperkingen van lidmaatschap, maar ook de offline activiteiten worden open aangeboden aan wie maar wil deelnemen (via de krant, social media).
Lidmaatschap is niet vereist. Er zijn geen kerkdiensten Hoe gaat betrokkenheid zich verder ontwikkelen? Vormt er zich een gemeenschap of werkt betrokkenheid in een netwerk anders?
Ik merk dat ik steeds weer de balans zoek: ruimte en openheid staan voorop, maar betrokkenheid en keuze moeten niet buiten beeld verdwijnen. Toeschouwers moeten zich wel uitgenodigd voelen om deelnemers te worden.

ZIN is een poging om verschillende manieren aan te bieden om elkaar te ontmoeten rond de vragen van geloof en dagelijks leven. Hoe geloof je van dag tot dag, te midden van keuzes en dilemma's?
Alledaagse vragen en de Bijbel op tafel, dat is de kern. Gesprek rond de tafel, stilte met anderen samen of inspiratie die je thuis op het web kunt opzoeken... ZIN probeert al doende zo'n ontmoetingsplek te creëren, open voor iedereen.

Het laat zich niet keurig definiëren, er wordt al doende geleerd. Dat hoort bij pionieren, het is 'messy', niet netjes afgebakend, en het gaat met vallen en opstaan. Met een aantal begrippen paren probeer ik niet-systematisch te beschrijven wat ZIN is:

doordeweeks                       niet op zondag
verbinding                           geen lidmaatschap
online                                 offline
oude verhalen uit de bijbel     ervaringen hier en nu
moreel debat                        geen moralisme
de ander                              de Ander
om de keukentafel                op het internet
zinvol                                  zin in
de krant                               poezie
wijk bij duurstede                 grenzeloos
zoeken                                vertrouwen
preek                                  TEDtalk
Jezus                                  vrienden
borrel                                  bezinning
God                                    mensen

maandag 10 december 2012

Netwerken.. en de wortels dan?


Een netwerksamenleving als de onze kun je bekijken aan de hand van 2 sleutelbegrippen: connectedness en rootedness. *  We zijn in verbinding (connected), constant, overal; deel van een niet aflatende stroom (flow) van informatie. En we zijn geworteld (rooted) in een bepaalde context, een lokale situatie. 
De balans daartussen, of het gebrek daaraan, is bepalend voor wie we zijn. Zo leeft een twintiger met smartphone in de hand, maar koopt zij het liefst lokale producten. Een veertiger met gezin wil graag op het platteland wonen in een overzichtelijke samenleving, maar er moet wel snel internet zijn en de snelweg moet goed bereikbaar zijn.
De Protestantse kerk Nederland is van oudsher lokaal georganiseerd. Je hoort bij de kerk om de hoek. De kerk is een instituut met de nodige organisatielagen en vergadercircuits. Bovendien put ze uit een rijke traditie, en is veel daarvan op een vast moment – op zondagmorgen in het kerkgebouw - te horen. Daarmee is de kerk stevig geworteld: in de lokale context en in de traditie van de eeuwen. Maar van connectedness – verbondenheid en beweging en de vrijheid om daar je eigen keuzes in te maken – is minder sprake.
Daar heeft de Protestantse Kerk Nederland de pioniersplekken op gevonden. Kerk waar nog geen kerk is, mikkend op een bepaalde doelgroep, met nieuwe vormen.
Een van die pioniersplekken zal Mijnkerk.nl worden, kerk op het internet.
Kerk op het internet is hèt voorbeeld van meegaan in de flow van de netwerksamenleving, waar mensen kunnen aanhaken en uitloggen en daarin zelf hun keuzes maken.
Er is één probleem dat steeds opduikt in discussies over deze ‘digi-kerk’: hoe zit het met de rootedness? Hoe is deze kerk geworteld? Is dat in de orthodoxie: een kruis op de website, en duidelijk spreken over Jezus Christus? Heeft de digikerk zijn wortels in één of meer lokale kerken waar in real life ontmoeting plaatsvindt, gedoopt wordt en de maaltijd gevierd?  Of zijn de wortels van de digikerk misschien de daden van de betrokkenen, en de tegenbeweging die zij op gang brengen in het spoor van Jezus? Kijk naar de Vluchtkerk waar christenen, krakers, allochtone buurtbewoners en BN-ers de handen uit de mouwen steken of hun steun betuigen.
Kortom, hoe en waarin is de ruimte en vrijheid van een netwerkkerk geankerd, zodat ze niet vluchtig, voorbijgaand en vaag wordt?




* in een academische update in het kader van het de Permanente Educatie voor predikanten nam Marcel Barnard ons mee in een analyse van die samenleving en de plek die liturgie (= kerkelijk ritueel) daarin heeft.

maandag 26 november 2012

Liturgie aan de borrel?


ZINborrel
Vrijdagmiddag, een groep van dertig mensen heeft zich verzameld in de oude pastorie, die verscholen ligt achter het oude protestantse kerkje van Cothen. Met een glas in de hand vormen ze een kring.
Ze zijn uitgenodigd voor een borrel (ZINborrel genoemd) die wordt georganiseerd ter gelegenheid van een nieuw netwerk, met een website die de naam www.ZINinWijkbijDuurstede.nl draagt. Het is een netwerk voor online en offline ontmoeting en inspiratie. Online wordt er inspiratie aangeboden; wie wil kan dit wekelijks ontvangen. Offline zijn er gesprekken rond thema’s die geloof en dagelijks leven verbinden, en avonden waar stilte en meditatie centraal staat. De online en offline activiteiten lopen al enige tijd, maar zijn nu verzameld onder een eigen naam.
Er is een divers gezelschap: leden van 2 verschillende protestantse gemeentes en mensen van buiten de kerk, die op een of andere manier betrokken zijn geraakt. Een groot deel kent elkaar niet.
Een kaars, een lied....

Ze vormen een kring, met een glas in de hand, als ik het woord neem voor een gezamenlijk moment.  Na een kort welkom steek ik een kaars aan, en verwijs naar het licht van Christus. Wat dat betekent verbind ik met een liedje, met een tekst van bisschop Tutu, muziek uit Iona (een Schotse gemeenschap) – ik zet het in, en wie het kent zingt mee: ‘Goedheid is sterker dan slechtheid… licht sterker dan duister.. hoopvol zijn wij, sinds Hij ons liefhad’. Ik spreek enkele woorden over ‘Zin’: wat zegt Prediker over de zin van het leven, en hoe spreekt Jakobus erover.
De (hippe, niet kerkelijke) ontwerper van het logo van ZIN vertelt hoe hij de gedachte achter ZIN vertaald heeft in beeld. Een betrokkene van het eerste uur leest een gedicht voor van Toon Tellegen, dat begint met de zin ‘een man vond de zin van het bestaan..’. Een andere betrokkene vertelt wat het netwerk voor haar betekent.
Dan is het tijd om de taart waarop het logo staat aan te snijden.
Vervolgens zet de ontmoeting met een glas in de hand zich voort, terwijl de taart rondgaat en we die delen.
Liturgie...?
Deze ZINborrel bevat, terugkijkend, meer liturgie dan ik me gerealiseerd had. Er zijn symbolen en woorden die ondubbelzinnig naar God verwijzen (licht van Christus, verwijzingen naar de Bijbel). Implicieter is de verwijzing in het lezen van een gedicht, het delen van de taart en het drinken van wijn in een kring. De borrel is een ‘evenement’: een in principe eenmalig gebeuren waar mensen speciaal voor zijn uitgenodigd. De vraag dringt zich op, of deze ontmoeting met een dergelijke ‘liturgie’ herhaalbaar is.
Herhaalbaar?
Hier verzamelde zich een groep mensen die deels met elkaar verbonden was, deels niet of heel losjes. Het netwerk waarvan ze het ontstaan kwamen vieren wil verbinding scheppen op de grens van instituten en groepen. Ontmoetingen rond de tafel en online verbinding (via de website, mail en facebook & twitter) houden zich niet aan de grenzen van bestaande groepen, aan het onderscheid wel/niet kerkelijk, of behorend tot die of die kerk. Ontmoeting vindt online plaats als het mensen uitkomt en offline op een avond door de week. Een vast traditioneel-kerkelijk moment in de week maakt er niet per se onderdeel van uit. Wel komen steeds weer bijbelverhalen op tafel, daarnaast worden uitdrukkelijk andere bronnen van gesprek aangeboord. Bij de wekelijkse online inspiratie wordt gebruik gemaakt van gedichten, van filmpjes en muziek. In de gesprekken komt de krant op tafel, worden tv programma’s teruggekeken, filosofie geraadpleegd. Er zijn avonden waar er geoefend wordt met vormen van meditatie.
Is er in dit netwerk van ontmoeting en online inspiratie behoefte aan vieren, en dan in de vorm van een borrel met ZINnig liturgisch moment? Liturgie met een glas wijn in de hand, rondom het licht van Christus – is dat aantrekkelijk voor wie niets of juist veel met de kerk heeft? 

dinsdag 25 september 2012

Anders verder.. ook in een dorp?!!


Missionair in een dorp?
Missionair is het toverwoord.. wie missionair is, blijft.. dat lijkt het adagio voor de kerk.
René de Reuver beschrijftin zijn boek ‘Anders verder’ missionair kerk-zijn in de stad Den Haag, en in het dorp Zeewolde. Maar een dorp van maar 3000 inwoners, een ‘echt’ dorp, hoe werkt het daar? Is daar ook dynamiek; gaat de kerk daar ook anders verder? Heeft de kerk daar ook te maken met de ‘adaptive challenge’ waar Robert Doornebal het in zijn proefschrift over heeft?  Is in het dorp behoefte aan een missionaire kerk 2.0 en een predikant 2.0 of blijft daar alles bij het oude?
Onder een missionaire kerk versta ik hier: een kerk die zoekt naar haar betekenis vanuit een minderheidssituatie, dus in een samenleving waarin geloven niet vanzelfsprekend is. Een kerk die niet genoeg heeft aan zichzelf, maar zich bewust is van de veranderingen in de maatschappij en probeert temidden daarvan verstaanbaar te zijn. Een kerk die een boodschap heeft aan samenleving in verandering, een geseculariseerde samenleving.
Missionaire studies richten zich meestal op steden. Daar is de ontkerkelijking het grootst, en daar wordt gezocht naar nieuwe mogelijkheden. Gaat het in de dorpen allemaal nog wel goed en vanzelf? Of gebeuren er daar verrassende dingen gebeuren waar je wat van zou kunnen leren?
luchtfoto van Cothen, door Dirk-Jan Kraan
Casus Cothen 
Cothen is een dorp aan de Krommerijn, deel van de gemeente Wijk bij Duurstede. Het ligt ingeklemd tussen rivierdijken, stiltegebieden en fruitboomgaarden en binnen een half uur kun je in de stad Utrecht zijn. De bevolking is van oudsher homogeen; er woonden na de oorlog vooral loonarbeiders. Inmiddels is er van alles veranderd door de uitbreiding van het dorp, en door import van bewoners van allerlei herkomst en opleidingsnivo. Cothen verandert van een gesloten plattelandsdorp naar een opener dorp. Het is deel geworden van de gemeente Wijk bij Duurstede, een stadje dat veel explosiever gegroeid is. Cothen is in vergelijking dorps, maar ook in verandering.
Het dorp blijft ondanks de groei een redelijk overzichtelijk netwerk. Nieuwkomers -die vaak bewust kiezen voor het leven in een dorp- kunnen een plek vinden het dorpsleven (scholen, voetbal- en handbalclub, ouderenorganisatie, muziekvereniging, 2 kerken).
De kerk (protestant en katholiek) is een van de spelers in het dorp. Wie in het dorp is opgegroeid blijft er graag komen, al is het misschien maar af en toe. Wie nieuw is in het dorp kan er nieuwe contacten leggen. Daarmee lijkt de kerk in het dorp het gemakkelijker te hebben dan in de stad.
De oudsher hervormde gemeente (nu protestants), heeft het karakter van een volkskerk, van en voor het dorp. Tegelijk, de protestanten zijn altijd een kleine minderheid geweest in een overwegend katholiek dorp. Men is dus gewend om marginaal te zijn, hoewel de gemeente een bescheiden groei heeft doorgemaakt. De gemeente heeft meer dan 20 jaar geleden ommezwaai gemaakt, door het beroepen van een vrouwelijke predikant na decennia lang gewerkt te hebben met een bijstand in het pastoraat van 65 tot 70 jaar.
Deze dorpsgemeente heeft een volkskerk-karakter en is van nature ‘inclusief’. Meer of minder betrokken gemeenteleden, iedereen is welkom.
Naast het traditionele  volkskerkkarakter is er binnen de gemeente meer en meer gewerkt aan bewustere betrokkenheid, door het starten van gespreksgroepen, het organiseren van diensten rond allerlei thema’s, avondgebeden. Er is een actieve kern, en de kerkdiensten vormen het hart.

secularisatie... 
Maar het wordt er de laatste jaren niet gemakkelijker op. De kern is kwetsbaarder geworden; betrokkenheid bij de kerk is minder vanzelfsprekend geworden, de kerkgang is geen regel meer en het wordt steeds moeilijker om ambtsdragers te vinden. Secularisatie is het dorp binnengedruppeld, en slaat misschien wel extra hard toe in een dorp waar kerkelijkheid eerder traditioneel bepaald dan een bewuste keus was.
Het dorp verandert, de kerk verandert. 
Een missionaire kerk 2.0 is een kerk die zich aan past aan een veranderende context, die daar een boodschap aan heeft. Hoe gebeurt dat in Cothen?

Inclusief gemeente-zijn en een nieuw netwerk
Deze gemeente wil inclusief zijn (een concept van René de Reuver in Anders verder), dus niet exclusief bestemd voor insiders. Deze gemeente wil beschikbaar zijn voor wie behoefte aan wat de kerk te bieden heeft, bijvoorbeeld op kruispunten van het leven, bij doop, huwelijk, rouw. Deze gemeente wil aansluiten bij thema’s die in het dorp spelen, en dorpsbreed meeleven met wie iets ingrijpends meemaakt.
Er is een hechte gemeenschap die die zich inzet voor het voortbestaan van de kerk. De zondagmorgen viering is voor hen het kloppend hart van het gemeenteleven. In de vieringen wordt steeds weer aansluiting gezocht bij het dagelijks leven (ziekenzondag, de overstap naar de middelbare school, werk en oogst), en daarbij worden dorpsbewoners ook uitgenodigd. Het meest actief gebeurt dat bij de gedachtenisdienst. Het is is in een dorp relatief eenvoudig om te weten van hoogte en dieptepunten en mee te leven. Dat beperkt zich niet tot gemeenteleden.

Er is nog een ander spoor. De gemeente wil er ook zijn voor wie de drempel van de kerk niet zo gemakkelijk nemen kan of niet op zoek is naar een gemeenschap op zondagmorgen. In de afgelopen jaren is gaandeweg een netwerk voor ‘zinzoekers’ ontstaan. Een netwerk waar mensen elkaar op doordeweekse momenten ontmoeten om vragen te delen, stilte te zoeken, of inspiratie op te doen op een virtuele ontmoetingsplek.
Dit netwerk lijkt met name hoger opgeleide import aan te spreken. Omdat deze groep binnen het dorp niet zo groot is wordt dit netwerk in samenwerking met de gemeente in Wijk bij Duurstede opgezet. Er ontstaat zo een netwerk dat deels virtueel is, maar zijn basis houdt in het dorp en het stadje ernaast. Het is nieuwe vorm van kerk-zijn die niet vanzelf past in de traditionele geloofsbeleving. Maar het overzichtelijke netwerk van het dorp, waarin ook nieuwkomers zichtbaar zijn biedt er wel aanknopingspunten voor. Het is gemakkelijk om zinzoekers te lokaliseren, op te zoeken, te benaderen, uit te nodigen.
Een volgende stap is om het gegroeide netwerk een naam (ZIN) te geven en nadrukkelijker te presenteren. Verbonden met 2 kerkelijke gemeentes, krijgt het ook een eigen gezicht, een look die toegankelijkheid voor buitenstaanders vergroten moet. Het netwerk krijgt daarmee de vorm van een pioniersplek, een plek waar geëxperimenteerd wordt met nieuwe gemeenschapsvorming.

Een contrasterende gemeenschap?
Wat wordt er nu gevraagd van een kerk 2.0, een missionaire kerk in een minderheidspositie gevraagd? De diverse manifesten van de laatste maanden laten eenzelfde geluid horen als James Kennedy (Stad op een berg, 149) die pleit voor de kerk als contrasterende gemeenschap. Zo’n gemeenschap is  hecht, kent discipline en een christelijke levensstijl.
Voldoet de Cothense kerk hier aan? Deze gemeente is een hechte gemeenschap en straalt dat ook heel duidelijk uit. Ze is betrokken bij het wel en wee in het dorp, dat is haar kracht.
Maar door het volkskerkkarakter is veel minder duidelijk wat een christelijke levensstijl is. Men is niet gewend om te praten over geloven, en houdt niet zo van grote woorden. Zou dat zou het zwakke punt zijn van deze dorpsgemeente, dat ze zich niet voldoende onderscheidt en profileert als christelijke gemeente?
In de nieuwe ontstane netwerk is het zoeken naar een christelijke levensstijl wel een thema, op een niet-normatieve manier. Vragen die gesteld worden zijn: wat inspireert je dagelijks, hoe vind je balans, hoe maak je keuzes in je werk en wat zegt de Bijbel je daarbij?


Relevantie, reconstructie, revisie
De gemeente kiest ervoor om relevant te zijn binnen de traditionele vormen (met name de kerkdiensten), en haar boodschap zoveel mogelijk te verbinden met de actualiteit.
Tegelijk is er een beweging gaande waarbij er voorzichtig nieuwe vormen ontstaan, waarbij vragen opkomen over het wezen van ‘de kerk’: wat is de kern van kerk-zijn, waar liggen de grenzen van de kerk, wie zijn ‘wij’ eigenlijk en wie horen erbij?
Er groeit voorzichtig de overtuiging dat kerk daar is daar waar het gesprek gevoerd wordt. Mensen hoeven niet de kerk binnengehaald of teruggewonnen, de kerk beweegt zelf naar die plekken toe. Er is een toenemende groep gemeenteleden die de waarde ziet van aanwezigheid op facebook, aan het verspreiden van inspiratie via het internet (er is een brede groep die meedoet met de dagelijkse mail-met-inspiratie in de 40dagentijd), aan het organiseren van gesprekken door de weeks over geloof en dagelijks leven. Maar gemeenschap is het duidelijkst zichtbaar rond zondagmorgen. Nieuwe gemeenschap is veel diffuser.
Dus ja, de kerk in een dorp is ook dynamisch. Er verandert veel, de basis is kwetsbaarder geworden, de kerk minder vanzelfsprekend maar er zijn ook mogelijkheden in een overzichtelijke samenleving waarin de kerk één van de organisaties is die het dorp maakt tot wat het is.
In de terminologie van Doornebal is de Cothense protestantse kerk relevant, reconstructief en revisionistisch tegelijk. Ze vult oude vormen in met een boodschap gericht op nu, ze zoekt nieuwe vormen en ze zet vraagtekens bij wat kerk nu eigenlijk is. Er wordt op verschillende borden tegelijk geschaakt. 


dankdag; relevante thema's in de kerkdienst
Waren dankdag en biddag voor gewas en arbeid een tijdje in het vergeetboek geraakt, in deze gemeente is het aan een revival begonnen. Het is een prachtig moment om het concrete leven de kerk in te halen. Op een dankdag brachten gemeenteleden de oogst van hun tuinen mee (en een konijn) en stalde die uit in de kerk. De aanblik maakte iedereen dankbaar. Voor een andere dankdag werd gemeenteleden gevraagd een foto van henzelf  op hun werkplek te maken. De foto's kwamen in de kerk te hangen; het werkende leven werd zo binnengebracht.

ziekenzondag, kerk-zijn in het dorp 

Rond nationale ziekendag ontstaan nieuwe activiteiten. Er worden bloemen meegebracht naar de kerk en gebracht bij zieken in het dorp. Dit jaar was er op zaterdag voorafgaand een wandeling uitgezet door het dorp langs gedichten (en monumenten, waaronder de kerken van het dorp - het was ook monumentendag) met het thema 'ziekte'. 

ZINspiratie, een nieuw netwerk
In de 40dagentijd ontvangt een groeiende groep mensen elke dag een e-mail met inspiratie. Het gaat om gemeenteleden, dorpelingen van allerlei achtergrond, mensen uit het naburige stadje en iedereen die de mails krijgt doorgestuurd en wil aanhaken. Uit dit 40dagenproject is een netwerk gegroeid waarin elke zondag ZINspiratie verspreid wordt. Het gaat om gedichten, filmpjes, liedjes en teksten die tot nadenken stemmen.

Leiding geven
En wat is de rol van de kerkenraad – ondersteunt die dit tweesporenbeleid? Of  misschien zijn het nog wel veel meer sporen, omdat de bevolking van het dorp bestaat uit verschillende mentality-mileus. De ene groep heeft meer behoefte aan belonging en de andere aan reflectie op levenskeuzes en levensstijl, een deel zoekt gemeenschap en anderen hebben helemaal geen behoefte aan het horen bij een groep. Durft de kerkenraad zijn nek uit te steken en de gemeente mee te  nemen op de weg van verandering?
Biedt de gemeente de ruimte om naast de traditionele gemeenschap ook een vluchtiger vorm van netwerk-gemeenschap te huisvesten en daarin te investeren? 
Hoe vindt dit veranderingsproces plaats, of: wie geeft er leiding aan en hoe?
Het gebrek aan animo om ambtsdrager te worden en daarmee een kleiner wordende kerkenraad heeft ertoe geleid, dat het principe van gespreide verantwoordelijkheid meer nadruk heeft gekregen. De gemeente kiest nu bewust om een netwerk te zijn van groepen die relatief zelfstandig werken. De kerkenraad houdt de grote lijnen en de samenhang in het oog en denkt na over visie. Daarmee is de rol van de kerkenraad aan het veranderen. Bij de doeners-mentaliteit van het gemiddelde gemeentelid past het beter om praktische verantwoordelijkheid op zich te nemen dan om verantwoordelijkheid te nemen voor het geheel, en om de leiding te nemen in het formuleren van een visie voor de gemeente.

En de predikant..?
De rol van de predikant is van oudsher groot in deze dorpsgemeente. Maar wat wordt er in een dorp en gemeente in verandering verwacht van een predikant? Is er behoefte aan een dominee 2.0?
Wat is het profiel van een missionaire dorpsdominee? Kan zij predikant zijn voor de verschillende groepen in het dorp? Voor hen die hechten aan de kerkdienst (al kunnen ze het daarbij goed hebben dat er van tijd tot tijd geexperimenteerd wordt in de dienst)? En voor hen die buiten de muren van de kerk op zoek zijn en daarbij – misschien – open staan voor meeleven vanuit de kerk of haar de inbreng in het nadenken over levensvragen?

In het algemeen, en ook bij predikanten, is authenticiteit steeds belangrijker. De dominee is nog wel ‘anders’ maar kan weinig gezag meer ontlenen aan haar rol.  Het ambt wordt gedragen door een persoon die zich als mede-dorpeling laat zien. Een dorp geeft de mogelijkheid om persoon, ambt en rol op natuurlijke manier te integreren. Langs de lijn van het voetbalveld en tussen de schappen van de buurtsuper lopen de privé-persoon en het ambt in elkaar over. Daar kan de predikant laten zien dat ze midden in het leven staat, levensvragen deelt, betrokken is. Facebook speelt daarin een groeiende rol. Er zijn velen actief op Facebook en het is vrij gemakkelijk om daar contacten te onderhouden of te leggen met dorpsgenoten die je al een beetje kent (van school, sport, straat). Facebook helpt om aandacht te geven aan wat mensen meemaken (‘vind ik leuk’) en te delen wat je als gelovige en kerkelijke betrokkene aan het hart gaat. 

Tussen haakjes: de RK kerk zit midden in een tegengestelde beweging, waar de pastores boven-locaal gaan werken en de pastor niet meer zichtbaar is in het dorp. In de RK kerk wordt gekozen voor het werken in teams, om zo de vrijwilligers in de locale geloofsgemeenschappen op specifieke terreinen te kunnen ondersteunen.

Het overzichtelijke netwerk van het dorp biedt de predikant mogelijkheden om op nieuwe manieren zichtbaar te zijn en contact te leggen. 

literatuur:
René de Reuver ‘Anders verder’
Wim Beekman onderzoek naar kerkenraad light
Robert Doornebal 'Crossroads'
James Kennedy 'Een licht op de berg'
Manifest Dominee 2.0