zaterdag 20 juli 2013

kerk zonder muren

Op lange zomeravonden met vakantie in zicht is er tijd om te mijmeren over het seizoen dat bijna voorbij is. “Kerk zonder muren..” die titel zou ik boven het hoofdstuk van de laatste maanden zetten.

De Pinksterviering op de Markt (georganiseerd door de WIjkse kerken) was daarvan het meest in het oog springende voorbeeld. Op die zondagmiddag van eerste Pinksterdag waren er geen muren die afstand schiepen tussen wie binnen en buiten was, tussen wie er wel en niet bij hoorde.
In de buitenlucht op de Markt konden voorbijgangers, terrasbezoekers en toeristen vrijblijvend meeluisteren, op de stoelen plaatsnemen of zelfs meedoen door een gebed naar voren te brengen.

Leden van alle kerken zaten zusterlijk en broederlijk door elkaar heen, en gaven de gekleurde linten door die verbinding verbeeldden. Het was genieten om zo samen te zingen, te luisteren en te bidden.


Nog maar een dag later hielpen vrijwilligers uit verschillende kerken om de deuren van de Cothense kerken gastvrij open te zetten.
Toen bekend werd dat de broertjes Ruben en Julian gevonden waren in onze gemeente was het voor degenen die (via het Beraad van Kerken) al langer bezig waren met de vraag ‘wat is de rol van de kerk bij een crisis’ heel vanzelfsprekend om koffie te
zetten en beschikbaar te zijn.  Mensen konden kaarsjes aansteken en een boodschap
opschrijven, en ze konden even hun verhaal kwijt. De muren van de kerk waren nu een plek waar binnen onoplosbare vragen gesteld konden worden, onder het beschermende dak van Gods liefde. Kerkelijk of niet, afkomstig uit Cothen of Wijk of niet, gelovig of niet, met nieuwe vragen of oud verdriet – de deur stond voor al deze mensen
open en er brandde licht. Binnen de muren van het gebouw vielen de muren weg.. En dit alles gebeurde in goed overleg met de burgemeester. Meer lezen.. 

Een derde ervaring van kerk zonder muren had ik tijdens de Preek van de Leek, in maart en april in het Calypsotheater. Bewust zochten we als organisatie (Henk Kroese, Coby Oppewal, Tom van Ginkel en ondergetekende) het theater uit als plek van handeling, en vroegen we een leek om over haar/ zijn inspiratie te vertellen. We wilden daarmee zichtbaar maken dat geloof leeft op Markt, op de pleintjes en in de straten van
Wijk bij Duurstede, en niet voorbehouden is aan dominees en andere insiders. Een open deur natuurlijk.. maar zijn we ons daar echt van bewust?
Onze tijd vraagt erom dat we -waar we maar zijn - woorden zoeken voor datgene waar we in geloven. Ook buiten de kerkmuren… Degenen die tijdens de Preek van de Leek de preekstoel beklimmen in het Calypsotheater gaan ons daarin voor. Zij geven het goede voorbeeld, en vertellen wat hen inspireert.

ZIN in Wijk bij Duurstede is ook bedoeld als een netwerk waar muren afwezig zijn. Op het internet bestaan muren niet en kan wie dat wil zomaar aansluiten (of weer uitloggen). ZIN is niet alleen een website, dus een virtuele plek waar je inspiratie kunt
ophalen, maar ook een ontmoetingsplek. De kloosterdag van ZIN was daarvan een voorbeeld. God ontmoeten, tot jezelf komen en met anderen in gesprek zijn – dat alles bij elkaar maakte het tot een dag van ontspanning, een dag ‘heilige ruimte’.

Kerk zonder muren… er borrelen al voorzichtig ideeën voor een nieuw seizoen. 

dinsdag 4 juni 2013

kloosterdag: heilige ruimte

Maanden geleden schreef ik:
“Soms droom ik van een klooster in Cothen. De kerk – een plek om te bidden, een paar keer op een dag. De grote tafel in de pastorie – een soort refter, waar gepraat, gedronken en gegeten wordt, waar de vragen van geloven hier en nu gedeeld worden. De wandelpaden om het dorp heen – een grote kloostertuin om tot jezelf te komen. Het geheel: een plek waar je God en mensen ontmoet, en waar je zo de ruimte vindt om tot jezelf te komen.”



Op zaterdag 1 juni was het zover: vanuit ZIN in Wijk bij Duurstede werd een kloosterdag georganiseerd. 
Een klein groepje maakte kennis met elkaar aan de grote tafel van de pastorie, en verplaatste zich daarna naar het Cothense kerkje voor het eerste gebed.
De gebeden vormden de ruggegraat van deze dag. Aan het begin, voor het middageten, aan het einde van de middag en voor vertrek in de avond zaten we in een kring in de kerk. We luisterden naar het verhaal van Elia uit 1 Koningen 19 (waar hij eerst niet meer verder wil, dan nieuwe energie krijgt van een engel, op weg gaat en dan God ontmoet in een milde bries), waren stil, zongen en baden met elkaar.
De gebeden maakten van deze dag 'heilige ruimte': ruimte die apart gezet is, anders dan het gewone. Ruimte om tot jezelf te komen, nieuwe mensen te ontmoeten en God te ervaren in het dagelijkse.
In de open en persoonlijke gesprekken over de vraag 'wat is jouw bron' en 'hoe ga je met kwetsbaarheid om' kwam God niet uitdrukkelijk ter sprake. Hij werd niet bij name genoemd. In de gebeden gebeurde dat wel. Wat onuitgesproken was werd benoemd in lied, gebed en lezing uit de Bijbel. 


Tussen de gebeden werd er gewandeld, heerlijk gegeten en wijn gedronken, van de zon genoten, veel gepraat met elkaar. Afspraak was: deze dag mag je tijd voor jezelf nemen èn tijd voor God. De een deed dat door gesprek, de ander door in een hangmat te liggen of door over het water van de Krommerijn te staren, weer een ander ging even rustig in de kerk zitten. 


Een paar momenten ontroerden me erg: 
De openheid waarmee iemand deelde wat haar op dit moment moeilijk valt. Tranen die gedeeld werden.
De overvloed van al het eten dat door de deelnemers was meegebracht en het gebed dat we hand in hand zongen rond de tafel.
De manier waarop ieder zelf een manier vond om - tijdens de laatste ontmoeting in de kerk - aan haar buurvrouw een zegen met water door te geven. 


Dankbaar sloten we de dag af. Mooi hoe één dag heilige ruimte genoeg kan zijn om op adem te komen..


Een deelnemer schreef een mooi verslag van de dag - je leest het op de website van ZIN in Wijk bij Duurstede. 
Daar is ook het programma van deze dag te downloaden.

donderdag 30 mei 2013

In de krant.. de rol van kerken bij een crisis

De kerk als ruimte voor het delen van de vragen
Hanneke Goudappel
donderdag 23 mei 12:45
Ineens komt iets waar je van afstand naar hebt gekeken, je eigen wereld binnen. Zo omschrijft ds. Rebecca Onderstal uit Cothen het moment waarop de lichamen van de broers Julian en Ruben uit Zeist vlak buiten het dorp werden gevonden.
De lichamen werden zondag door voorbijgangers gevonden. ,,Die zondagmiddag hadden we als kerken van Wijk bij Duurstede en omgeving een grote pinksterviering op de markt in Wijk bij Duurstede. Daar was ook gebeden voor de kinderen. We waren aan het opruimen toen het bericht kwam dat de lichamen mogelijk waren gevonden.”

Schrik

Wijk bij Duurstede had al een extra betrokkenheid bij de situatie, omdat de vader van de jongens hier vandaan komt, en er familie en vrienden van hem wonen. ,,Nu was ook mijn eigen gemeente Cothen, ineens verbonden aan het vinden van de jongens”, blikt ds. Rebecca Onderstal, predikant van de protestantse gemeenten in Cothen en Wijk bij Duurstede, terug. ,,Ik kwam met grote schrik thuis.”

’s Avonds twitterde de predikante: ‘Ik zet de deur van onze kerk maar open.. kaars aan.. #cothen #protestantsekerkaandeBrink’. ,,Daar kwamen ontzettend veel reacties op via de sociale media”, vertelt ze.

Vervolgens heeft ze met de burgemeester gebeld. ,,We zijn in Wijk bij Duurstede een paar jaar geleden gaan nadenken over de rol van de kerken bij een crisis. Na de Bijlmerramp heeft de Protestantse Kerk in Nederland daarvoor een cursus ontwikkeld. Die hebben we als kerken in Wijk bij Duurstede gevolgd. Alle kerken hebben toen de intentie uitgesproken dat wanneer er iets zou gebeuren, wij voor de pastorale zorg zorgen.”

Verdriet en vragen

De burgemeester nam het aanbod van Onderstal om de kerk open te doen, aan. ,,Ook de katholieke kerk was open. De Mariakapel bij deze kerk is eigenlijk altijd open.”

Op maandagochtend was het vooral de pers die naar de kerken kwam. ,,Later die dag kwamen er ook veel mensen die even een kaars wilden opsteken. Ze konden iets opschrijven als ze dat wilden. Daar werd veel gebruik van gemaakt. Het was tweede pinksterdag, en was weinig open waar mensen elkaar konden treffen.”

Het ging niet om grote stromen mensen die de kerken bezochten, zegt Onderstal. ,,Het ging in de protestantse kerk om tientallen, in de katholieke kerk kwamen er nog meer mensen. Geen ramptoeristen, maar mensen met verdriet en heel veel vragen. Je ziet bijvoorbeeld mensen voor wie deze gebeurtenis raakt aan oud verdriet. Aan iets heftigs wat ze zelf hebben meegemaakt. Ook kwam ik mensen tegen die zelf met een scheiding hebben te maken (gehad). De teneur was verbijstering.”

Koffie

Terugkijkend meent Onderstal dat de kerk openstellen het beste is wat je als kerkelijke gemeente kunt doen in een crisissituatie. ,,Veel meer hoeft niet. Zorg dat er kaarsjes zijn, zorg voor vrijwilligers en zet koffie.”

,,Ik vergelijk de kerk met een vriendenkring – een stenen beeld van mensen in een kring, die de armen om elkaar hebben geslagen, met in het midden het Licht”, zegt Onderstal. ,,In een situatie als deze zoeken mensen vaak naar schuldigen, op wie ze hun boosheid kunnen richten. De kerk is een plek die de ruimte biedt voor de vragen, en die ze openlaat. Een plek waar je een lichtje aansteekt, als teken van hoop, van verwachting, van de aanwezigheid van God.”

Burgemeester Tjapko Poppens van Wijk bij Duurstede heeft gisteren een bezoek gebracht aan de ouders van de vader van Julian en Ruben. Volgens de burgemeester heeft de Wijkse gemeenschap veel begrip voor het verdriet van de familie van de vader. Dat merkt ook Onderstal. ,,Het is onze verantwoordelijkheid om ook met hen mee te leven. Dit hebben ze niet kunnen zien aankomen. Familie en vrienden kenden de kinderen goed. Zij moeten hier ook mee verder.”
* verschenen in het Friesch Dagblad en op de website Het Goede Leven op 23 mei 2013

woensdag 29 mei 2013

waar ze gevonden werden...

Vlakbij
in Cothen
een godverlaten plek
Als kinderen niet veilig zijn
als een mens geen uitweg ziet
als niemand het geroep hoort
als het stil geworden is..
Waar bent U?
Vogels fluiten
cellofaan om bloemen ritselt door de wind
Toen Abraham zich geroepen voelde
om zijn zoon te offeren
kwam God tussenbeide
Waarom nu niet?
Antwoord blijft uit
op onze vragen.
Stilte
in onze  kring.
Wind ritselt door het cellofaan
Houvast..
zoeken we
bij elkaar
bij het licht.
God,
laat niemand
nergens
godvergeten zijn
Tekst geschreven voor www.ZINinWijkbijDuurstede.nl na de vondst van de lichamen van de 2 vermiste broertjes Ruben en Julian in Cothen, 19 mei 2013

zaterdag 18 mei 2013

Kracht die verbindt


Er was eens een stadje aan een rivier. Het lag daar vredig tegen het water geplakt, terwijl het water rustig voort kabbelde. Een mooi oud stadje was het.
Maar de mensen in het stadje hadden hun deuren dicht en de gordijnen ook. Sommige huizen hadden zelfs van die rolluiken die ze maar zelden omhoog deden.. Een enkeling had zijn vensterbank volgebouwd met geraniums, maar wel zo, dat je niet naar binnen kon kijken.
Het was ieder voor zich in dit stadje…
Het was er stil op straat. Er speelden haast geen kinderen buiten.
Er waren wel clubjes, mensen die bij elkaar kwamen in gebouwtjes of kerken.. maar dan ging de deur op slot zodra ze allemaal binnen waren. Zodat er maar niemand spontaan binnen zou stappen.
Achter sommige voordeuren was het best knus en gezellig.
Maar er waren ook mensen die alleen zaten. Oudere mensen alleen aan tafel. Kinderen die niemand hadden om mee te spelen.


Waren de mensen ongelukkig in dat stadje?
Misschien wisten ze niet beter.. 
Het was ieder voor zich in dit stadje..

Maar er kwam een dag, dat er vreemdeling de stad binnenwandelde.
Het viel niemand op.. natuurlijk niet, want ze zaten allemaal veilig achter hun voordeur.
En hij was ook niet opvallend. Op het eerste gezicht niets bijzonders, gewoon een man.. niet heel jong, niet heel oud..
Hij liep door de verlaten straten. Ergens schoot iemand een hoek om, er sloeg een deur dicht. Een kind gluurde door een kiertje tussen gordijnen . 

De vreemdeling liep door de straten, onopvallend.
Maar met zijn komst was de wind opgestoken in het stadje.
Door de poorten, van alle kanten waaide het naar binnen.
Het was geen gewone wind, maar een warme wind. Die de geur van seringen meebracht en van fluitekruid en versgemaaid gras....
Het was een sterke wind die door de straten stoof. Geen flauw briesje maar een krachtige wind.
Het vuil dat was blijven liggen werd weggeblazen.
De wind rukte aan dichte luiken en rammelde aan gesloten deuren. Waar een raam op een kiertje stond waaiden de gordijnen als vlaggen naar buiten. Er dwarrelde overal losgeraakte blaadjes van bomen door de lucht. De katten op straat renden er al achteraan..
De wind kroop door de kieren die niet dichtgestopt waren en kwam de huizen binnen, en de gebouwtjes en de kerkjes.

De kinderen merkten het het eerst. En vroegen of ze naar buiten mochten. Ze wilden de straat op.. daar gingen ze al. Ze speelden met de wind, lieten zich er bijna door omver blazen en dansten door de straten..  Ze speelden samen met de wind.. samen..
De ouderen volgden, aarzelend, voorzichtig.. er ging hier en daar een deur open. Op een kiertje. Een rolluik een stukje omhoog, een luik open..
Maar voor ze het wisten was de deur helemaal opengevlogen, er was geen houden aan.
De mensen werden naar buiten geblazen. De straat op. De een na de ander.

En die vreemdeling.. hij liep met de kinderen de straten door. Huppelde met de wind mee en zocht naar dichte deuren.. waar alles nog potdicht zat, klopten ze aan .. …Er gingen steeds meer deuren open.
In dat stadje aan de rivier waaiden de angsten van de mensen één voor één weg..  door de lucht vlogen, over de muur van de stad, richting de rivier.. weg.. En iedereen vroeg zich af, waarom ze ook alweer zo angstvallig binnen waren gebleven..

Nu alles open stond zagen ze ineens wie er naast hen woonde
Die buurman, wiens vrouw al jaren geleden overleden was, maar wiens verdriet nog niet over was. Het buurmeisje dat zo graag iemand wilde spelen.
De wind waaide buren die elkaar niet kenden met al haar kracht naar elkaar toe.

En die vreemdeling..? Hij ging ongemerkt weer weg.

En in het stadje gingen er ook weer deuren dicht, en soms zelfs op slot.
Maar.. steeds als weer de wind opsteekt, en de luiken gaan klapperen, de deuren openvliegen, dan herinneren de mensen het zich weer… De kinderen gaan naar buiten en weten weer  dat ze kunnen spelen met de wind. Samen.
En grote mensen laten de deuren openwaaien en zitten op straat, samen

donderdag 25 april 2013

droom van een koning


Het is 29 april ’s avonds laat, ergens in een groot landhuis in Wassenaar.. Een prins gaat slapen, voor het laatst als prins.Hij valt bijna in slaap, terwijl in zijn hoofd het lied nog nazoemt; dat lied waar iedereen iets van vindt. Hij vindt er ook wel iets van, maar dat mag hij niet zeggen. Hij mag zijn mond opendoen om mee te zingen. Dus heeft hij er hard op geoefend, en zoemt het nog na in zijn hoofd…

Door de regen en de wind.. zal ik naast je blijven staan.. ik bescherm je tegen alles wat komt.. Ik houd je veilig.. zolang als ik leef..

Hij zit opeens stijf overeind in zijn bed. Gaat dit over hem.. is dit zijn taak? Is dat wat een koning doet – het volk beschermen in alles, zorgen dat ze veilig zijn? Het zweet breekt hem uit.. dat is onmogelijk…
Zijn vrouw steekt half slapend naast hem een geruststellende hand uit. ‘Ga maar slapen lieverd.. je hoeft niet het niet alleen te doen..’ mompelt ze.
Nee, natuurlijk.. er is morgen een heel parlement dat om hem heen staat. Hij ziet ze voor zich, een kerk vol..
Hij gaat weer liggen en draait zich op zijn zij.

Het lied zoemt verder in zijn hoofd..
en ergens ver weg is er nog een vage gedachte: over wie gaat dit lied eigenlijk.. Bescherm ik hen, het volk? Of… beschermen zij mij? Of..
Die gedachte wiegt hem in slaap…

Hij hoort een stem zingen.. opnieuw dat lied..
Waar komt die stem vandaan..? Hij probeert het te ontdekken, zoekt naar een gezicht, maar het lijkt alsof het geluid van alle kanten tegelijk komt.. onwerkelijk, zoals het geluid hem omgeeft..
Omdat hij niemand kan ontdekken doet hij zijn ogen dicht (of waren die al dicht.. slaapt hij nu, of is hij toch wakker..?). Nu lijkt het alsof het lied van binnen komt..

Ik bescherm je ..
En als je ooit de weg verliest, ben ik je baken in de nacht, haven in de duisternis…

Uit zijn ooghoeken ziet hij een gestalte opdoemen. Iemand loopt het beeld in.
Zoals dat gaat in dromen weet hij gewoon dat dit een koning is. Terwijl het nergens aan te zien is. Haveloze kleren, niks geen majesteitelijke blik..

Is hij de zanger van het lied?
Nee, hij zwijgt.
Vrienden drommen om hem heen, net zo haveloos als hij . Maar naar hem blijf je kijken. Alsof hij de wijsheid van de hele wereld in zich verenigt, zo ziet hij eruit. Alsof het blauw van de hemel in zijn ogen weerspiegeld wordt, zo helder.. … Alsof hij de lasten van de wereld op zijn schouders draagt, en toch niet doorbuigt..

Er loopt een vrouw met een flesje het beeld in.. ze giet de inhoud uit, over haar handen en stapt naar de man toe. Ze zalft zijn hoofd met olie.
De man buigt het hoofd.

Een koning.. natuurlijk..
Droomt hij nog steeds.. ?
Hij kan de man bijna aanraken. De olie voelen met zijn vingers..
De man tilt zijn hoofd op en kijkt hem aan. Glashelder. In zijn ogen ziet hij vrede.
Hij ziet mensen die lachen, gelukkig zijn, wapens die veranderen in gereedschap om mee te bouwen, hij ziet straten en pleinen waar kinderen spelen, oude mensen die dansen, tranen die gedroogd worden..


Zeg mij naar na.. zegt de man: ‘Uw koninkrijk kome…’. Zeg mij maar na. ..
En terwijl hij de woorden proeft en langzaam een voor een uitspreekt beseft hij dat hij hardop praat.. en wakker is geworden..
Uw koninkrijk kome, zegt hij nog eens zachtjes, om zijn vrouw niet wakker te maken. En ineens beseft hij tegen wie hij het heeft.. Uw koninkrijk.. zegt hij zachtjes, Een land om van te dromen, zo mooi, zo vredig. En ik mag daar aan werken.

Het lied uit zijn droom is nog steeds als een mantel om hem heen. Er is iemand die hèm de weg wijst. De weg naar vrede. Er is een land om van te dromen en aan te werken..
Voorzichtig stapt hij het bed uit. Het is nog vroeg. 

Dit verhaal werd ook gepubliceerd op de website www.prekenvoordekoning.nl en in het Nederlands Dagblad (30 april 2013)

zondag 21 april 2013

daar sta je dan..

Daar sta je dan.. en over je nog ongekroonde hoofd breekt een storm los. Een storm die het volk verbindt en dat was ook de bedoeling van het schrijven van een koningslied. Maar toch.. zò was het niet bedoeld.

Daar sta je dan en je vraagt je af, of je koning wilt zijn van een volk dat over elkaar heen valt in het afkraken van een lied. Waar gefundeerde kritiek en humor omslaan in venijn en volkswoede. De rellen in Haren zijn er niets bij, bij dit met de massa mee hollen nu er een kans is om eens lekker agressief te doen.

Daar sta je dan, en je vraagt je af of het geen tijd wordt om het lint van kettingreacties door te knippen.  Je wilt het volk verbinden, maar niet in een nationale cultuur van kritiek, niet als wat we delen is: 'Ik zeg wat ik denk, en liefst harder dan een ander'.
Het wordt tijd om heel ceremonieel het lint van negatieve kettingreacties door te knippen, want daar ben je voor, als koning. Je bent een voorbeeld.

Daar sta je dan, en je vraagt je af: hoe kan ik ooit een voorbeeld zijn? En ergens diep in je hart hoop je dat er mensen zijn die voor de koning bidden...